Dichters en schrijvers rond kubisten
Het kubisme werd mede bekend door schrijvers die deel uit maakten van de vriendengroepen, die rond de kubisten bestonden.
Rond Pablo Picasso, Georges Braque, Fernand Léger en Juan Gris waren Guillaume Apollinaire, Maurice Raynal, Max Jacob en Pierre Reverdy de schrijvers die de aandacht op deze kunstenaars vestigden. Behalve deze schrijvers maakten ook Jean Mollet (1877-1964), Maurice Cremnitz (1875-1935) en Nicolas Deniker (1881-1942) deel uit van de groep in Montmartre. Alfred Jarry (1873-1907), die ook tot de groep behoorde, overleed voordat het kubisme tot wasdom kwam.
Rond de Puteaux-groep waren het naast Apollinaire de schrijvers Alexandre Mercereau, André Salmon, Roger Allard (1885-1961) en Jacques Nayral (1876-1914).
Apollinaire, Salmon en Allard gaven de schilders Jean Metzinger, Henri le Fauconnier, Robert Delaunay, Fernand Léger en Albert Gleizes de raad om als groep te gaan op treden bij de Salon des Indépendants van 1911.
Een andere raad die Apollinaire gaf was het vergroten van het formaat van de schilderijen. Men mocht slechts drie werken inleveren en de kubisten namen de suggestie over. Op de Salon des Indépendants van 1912 was het schilderij Ville de Paris van Robert Delaunay het grootste met de afmetingen 2,67 m bij 4,06 m.
Behalve bovengenoemde personen waren er kunstcritici, die verslag deden van tentoonstellingen. De belangrijkste criticus was Louis Vauxcelles. Andere critici waren o.a. Waldemar George (1893-1970), Felix Fénéon (1861-1944) en Claude Roger-Marx (1888-1977).
Alfabetische lijst
Roger Allard (1885-1961)
Roger Charles Félix Allard werd op 22 januari 1885 geboren in Parijs. Zijn vader Camille Félix Albert Allard (1848-) werkte bij de rechtelijke macht. Roger bracht een deel van zijn jeugd door in Lille, waar zijn vader in 1899 rechter werd. Roger publiceerde vanaf 1902 gedichten en schreef o.a. voor Nouvelle Revue Française. In de periode 1907-1908 was hij bekend bij Abbaye de Creteil, waar hij kennis maakte met Mercereau en Gleizes. Volgens de autobiografie van Gino Severini was Allard tijdens de Eerste Wereldoorlog vliegenier en werd hij enige tijd in een ziekenhuis verpleegd. Een gedichtenbundel van Allard uit 1911 werd geïllustreerd door Gleizes. Allard bezocht de bijeenkomsten van Vers et Prose op dinsdagavond in café La Closerie des Lilas. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Allard eerst ingedeeld bij de artillerie en daarna een militaire vlieger. In 1916 brak hij bij een onzachte landing van het vliegtuig een been en herstelde hij volgens de autobiografie van Severini langzaam in het militaire ziekenhuis in Val-de-Grâce.
Voor de serie Les peintres nouveaux van de uitgever Gallimard schreef hij o.a. over Marie Laurencin (1921) en Roger de le Fresnaye (1922). Het laatste boekje kunt u zien via internet. In november 1910 verdedigde Allard het kubisme in het artikel Au Salon d'Automne de Paris in het Lyonse tijdschrift L'Art libre.
Rond 1919 gaf Allard het blad Le Nouveau Spectateur uit.
- Guillaume Apollinaire
- Maurice Cremnitz (1875-1935)
De Hongaarse dichter Maurice Cremnitz werkte als criticus voor het tijdschrift Art Littéraire en maakte deel uit van de kunstenaarsgroep in Montmartre. Marie Laurencin beeldde hem af op het schilderij Réunion à la campagne uit 1911.
- Nicolas Deniker (1881-1942)
Nicolas was een oudere broer van Georges Deniker, die door Apollinaire genoemd werd als een kubistische schilder en beeldhouwer in zijn boek Les peintres cubistes. De ouders woonden op het terrein van de Jardin du Plantes in Parijs. De broers hadden een Russische moeder. Vader Joseph Deniker (1852-1918) was vanaf 1888 de directeur van de bibliotheek van het Musée national d'histoire baturelle in Parijs.
Olivier Hourcade (1892-1914), die als officiële voornamen Auguste Victor Marie had en ook schreef onder de naam Olivier Bag, was een vriend van de kunstverzamelaar Frizeau en de schilder Tobeen, beiden uit Bordeaux. Hourcade schreef een kort artikel over Apollinaire na zijn arrestatie op 7 september 1911 in verband met de diefstal van de Mona Lisa uit het Louvre. Het artikel verscheen op 16 september in het blad Le Mondain in Bordeaux. Hourcade was van mei tot december 1911 directeur van het Parijse tijdschrift Les Marches du Sud-Ouest, dat als ondertitel Revue régionaliste d'action d'art had. Illustraties in dit blad waren o.a. gemaakt door Henri le Fauconnier, Albert Gleizes, Fernand Léger en Robert Delaunay. In februari 1912 ging het blad op in het tijdschrift La Revue de France et des Pays Français. Het tijdschrift had een kort leven, want het juli-september nummer (nr. 6-8) van 1912 was het laatste. Hourcade sneuvelde op 21 september 1914 in Oulches (Aisne) aan het front in de slag om de Chemin des Dames. Het Duitse leger controleerde de hogere gelegen noordelijke oever van de rivier de Aisne. In de nacht van 13 september 1914 vielen het Franse en het Britse leger de positie van het Duitse leger aan, maar de aanval werd afgeslagen en het Franse en het Britse leger groeven zich in. Het was het begin van de loopgravenoorlog.
- Max Jacob
- Alexandre Mercereau
- Jean Mollet (1877-1964)
Jean Mollet werd geboren op 22 oktober 1877. Aan het einde van de 19de eeuw kwam hij naar Parijs. Samen met André Salmon en Guillaume Apollinaire richtte hij in 1903 het tijdschrift Le Festin d'Ésope op. Mollet werd de secretaris van het tijdschrift en werd door Apollinaire le Baron genoemd. Volgens Peter Read in zijn boek Picasso & Apollinaire stelde hij Picasso en Apollinaire aan elkaar voor. Mollet overleed op 9 januari 1964.
Jacques Nayral (1876-1914)
Jacques Nayral was het schrijvers pseudoniem van Joseph Houot, die geboren was op 15 mei 1876 te Remiremont. In 1911 schilderde Gleizes het nevenstaande portret van Jacques Nayral. Nayral was een vriend van Albert Gleizes en trouwde in 1912 met Gleizes' jongere zus Mireille. Het echtpaar kreeg op 29 augustus 1913 zoon Georges Houot, die bekend werd door zijn onderzoeken van de diepzee met de bathyscaaf bij de Franse marine. Als hoofdredacteur bij de uitgeverij van Eugène Figuière was Nayral verantwoordelijk voor de uitgaven Du Cubisme van Gleizes en Metzinger in 1912 en Les peintres cubistes: Méditations esthétiques van Apollinaire in 1913. Op 16 december 1914 sneuvelde Nayral bij een gevecht met de Duitse troepen in de buurt van La Bassée (±30 km noordelijk van Arras).
- Maurice Raynal
- Pierre Reverdy
- André Salmon
- Louis Vauxcelles
Louis Vauxcelles, een pseudoniem van Louis Mayer (1870-1943), had zijn opleiding gehad aan l'école du Louvre en de Sorbonne voordat hij als journalist ging werken. Vauxcelles was de naamgever van de kunststroming fauvisme en publiceerde als eerste de term 'des cubes'. Nadat hij o.a. bijdragen had geleverd voor de krant L'Art et la Vie ging hij vanaf 1904 schrijven in Gil Blas. Onder de naam Pinturicchio schreef Vauxcelles in Le Carnet de la semaine.
Laatste wijziging: 010613