Sonia Delaunay-Terk (1885-1979).

1918

De voornaam wordt ook als Sonja geschreven.

Sarah Eliewna Stern werd op 14 november 1885 in Gradizhsk (ook geschreven als Gragiesk, Gradisk en Gradzinsk), Oekraine, geboren als dochter van Elie Stern en Hanna Terk. Vanaf 5 jarige leeftijd groeide zij op bij de broer Henri, eigenlijk Gherman, en schoonzus Anna Zack van haar moeder. Henri Terk was advocaat in St. Petersburg en had een zomerhuis in Novaya Kirka in Finland. Op 23 oktober 1891 werd Sonia officieel geadopteerd door het kinderloze echtpaar. Sonia leerde Frans, Duits en Engels van de diverse gouvernantes en de familie maakte reizen naar Duitsland, Zwitserland en Italië, waar zij musea en galeries bezocht. Van haar zestiende tot haar achttiende volgde Sarah, die zich Sonia Terk was gaan noemen, het lyceum in Sint Petersburg. Daar ontdekte zij haar tekentalent. Dankzij de inspanning van een vriend van de familie, de Duitse impressionist Max Liebermann die de familie in de zomer van 1900 in zijn Berlijnse atelier had ontmoet, gaven haar ouders Sonia toestemming in Duitsland een kunststudie te volgen. Samen met haar vriendin Katia (Katherine Krapivkova) ging Sonia en Anna in 1903 op zoek naar een kunstopleiding. Uiteindelijk viel de keuze op Karlsruhe en Sonia volgde van september 1903 tot juli 1905 lessen bij Ludwig Schmitt-Reuter. De zomers van 1904 en 1905 was Sonia in St. Petersburg.

zelfportret, afm.: 48,5 x 31 cm, 1904

In 1905 vertrok Sonia naar Parijs, waar zij met drie andere Russische vrouwen in een pension van mevrouw Bouvet op de Boulevard Port-Royal 64 in de wijk Quartier Latin woonde. De andere Russinnen waren Maria Vassilijeva, die zich later de mannelijke naamsvorm Vassilieff aannam, Elisabeth Epstein en Marevna. Om zich te ontwikkelen volgde zij de Académie de la Palette te Parijs, waar o.a. Amédée Ozenfant en Dunoyer de Segonzac medeleerlingen waren. Bovendien zag Sonia in 1905 de Fauves op de Salon d'Automne, de 55 werken van van Gogh op de Salon des Indépendants en de werken van Gauguin in Galerie Bernheim in de Rue Laffitte. In 1906 huurde Sonia een atelier in de Rue Campagne-Première 9 en ging zij wonen bij mevrouw de Jeanne op Boulevard Montparnasse 123.

Jong Fins meisje, 1906 Sonia en Uhde, Parijs 1909

In februari 1906 ontmoette Sonia toen ze op bezoek ging bij Rudolf Grossmann, die woonde op de Quai de la Tournelle, op de trap de Duitse verzamelaar en handelaar Wilhelm Uhde. Uhde nam Sonia mee naar Café le Dôme en zij bezochten samen het atelier van Picasso in Le Bateau Lavoir. In oktober 1908 exposeerde Sonia drie werken in de galerie van Uhde. Op dezelfde expositie hingen 5 werken van Braque, 3 van Picasso, 3 van Derain, 3 van Dufy, 2 van Metzinger en 10 tekeningen van Pascin. Op 5 december 1908 trouwde Sonia in aanwezigheid van Anne en Henri Terk in Londen met Wilhelm Uhde. Ook na het huwelijk kreeg Sonia financiële ondersteuning van haar adoptieouders. Het paar ging wonen op de Quai de la Tournelle 21. De zomer van 1909 bracht het echtpaar door in Chaville, waar de familie Braque en de schilder Robert Delaunay op bezoek kwam. Het huwelijk van Sonia en Uhde, waarvan later gezegd werd dat het een mariage de convenance was geweest om Sonia in Parijs te laten blijven, eindigde toen Sonia in verwachting was van Robert en op 11 augustus 1910 werd de scheiding uitgesproken. Sonia ging verder met Robert Delaunay, die zij in 1907 voor het eerst ontmoet had. Op 15 november 1910 trouwde Sonia en Robert en op 18 januari 1911 werd hun zoon Charles geboren.

Portugal, 1916

Hun woning en atelier in de Rue des Grands-Augustins 3, die tot 1935 werd aangehouden, werd een ontmoetingsplaats voor Franse en Russische kunstenaars. Sonia ontwikkelde een eigen stijl die een combinatie was van fauvisme en kubisme. Zij ontwierp vanaf 1912 ook mode en in december 1912 verhuisde het gezin Delaunay naar Boulevard Saint-Germain 202. In hetzelfde jaar bracht Guillaume Apollinaire zes weken door bij de familie Delaunay na zijn vermeende betrokkenheid bij de diefstal van de Mona Lisa uit het Louvre.

Sonia in simultaanpak, 1913

Om werken uit te zoeken voor de Erster Deutscher Herbstsalon brachten Herwarth Walden en zijn vrouw Nell vanaf 22 maart 1913 een bezoek aan Parijs en verbleven zij bij het echtpaar Delaunay. Samen met haar man nam Sonia met vele werken deel aan de door Herwarth Walden georganiseerde Erster Deutscher Herbstsalon te Berlijn in 1913. In hetzelfde jaar raakte zij bevriend met de dichter Blaise Cendrars. Samen ontwierpen zij het eerste simultane boek. Sonia, Robert en Blaise Cendrars bezochten de Herbstsalon en de familie Walden. Op de Salon des Indépendants van 1914 hing o.a. haar schilderij Les prismes électrique.

Madrid, 1918, vlnr: Robert Delaunay, Boris Kochno, Igor Stravinsky, Sonia, Serge Diaghilev, Manuel de Falla en M. Barrochi

Tijdens de vakantie in Fuentearrabia (Spaans Baskenland) op aanraden van Sam Halpert brak in augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uit. In Sonia's memoires begon Les Grandes Vacances. Samen met haar man Robert en haar zoon Charles verbleef zij lange tijd in Spanje en Portugal. Door de Russische Oktoberrevolutie in 1917 stopte haar maandelijkse toelage en begon zij in Madrid wegens de financiële problemen een boetiek voor kunstnijverheid, accessoires en mode onder de naam 'Casa Sonia'.

Berlijn, 1920

In 1918 ontmoette Sonia in Madrid Serge Diaghilev, die zij in 1905 al in Parijs ontmoet had. Voor hem ontwierp zij kostuums voor het ballet 'Cléopâtre' (opgevoerd in Londen), terwijl haar man de decors ontwierp voor 'Aïda' (opgevoerd in Barcelona). Haar contact met Herwarth Walden zorgde er tevens voor dat zij het decor verzorgde voor een in 1920 opgevoerd theaterstuk in Berlijn bij Die Sturmbühne.

Le coeur à gaz, 1923

Na haar terugkeer in Frankrijk in oktober 1920 legde zij zich meer toe op het ontwerpen van stoffen, waardoor zij grote invloed kreeg op de mode. Ook haar woning aan de Boulevard Malesherbes was ingericht volgens Sonia's denkbeelden. Voor de Cherez groep ontwierp Sonia in 1923 de aankleding van Soirée du Coeur à Barbe, dat geschreven was door Ilya Zdanevich en Serge Romoff. Voor Tristan Tzara ontwierp Sonia in 1923 de aankleding van het dadaïstische toneelstuk Le Coeur à Gaz, dat op 6 juli 1923 in het Parijse theater Michel werd opgevoerd. Zij ontwierp Robes simultaées.


Boutique Simultanée, 1925 Sonia Delaunay, 1925

In 1925 startte zij samen met de bontwerker Jacques Heim de Boutique Simultanée pour l'exposition des Arts Décoratifs op de Pont Alexandre III, dat tot de crisisjaren (1929) een groot succes was. In 1936 zou door de recessie einde komen aan het modestoffenatelier met 30 medewerkers. Op de Salon d'Automne van 1925 exposeerde zij textiele ontwerpen. Sonia ontwierp ook tapijten. Het nevenstaande tapijt ontwierp zij in 1925 voor de woonkamer van Dr. Charles Viard, die zowel de dokter van de familie Delaunay was als een kunstverzamelaar. Samen met haar man Robert deed zij rond 1926 de vormgeving voor de films P'tit Parigot, van René Le Somptier, en Le Vertige van Marcel Herbier.

1937

Op 27 januari 1928 gaf Sonia het college Influence de la peinture sur l'art vestimentaire over de invloed van de schilderkunst op het ontwerpen van kleding op de Parijse universiteit Sorbonne. Rond 1935 exposeerde Sonia samen met Robert abstracte composities in de Salon des Tuileries. Voor de Wereldtentoonstelling Exposition Internationale des Arts et Techniques van 1937 in Parijs kreeg zij samen met haar man de opdracht voor het decoreren van het Pavillon de l'aviation en het Pavillon des Chemins de Fer. Ook de schilders Jacques Villon, Jean Crotti, Albert Gleizes en Léopold Survage werkten daaraan mee. In 1939 hielp zij bij de organisatie van de expositie Réalités Nouvelles bij Galerie Charpentier te Parijs. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef het gezin Delaunay in Zuid-Frankrijk, waar Robert op 25 oktober 1941 te Montpellier overleed aan kanker. In 1942 kon Sonia het huis in Grasse van de familie Arp, die naar Zwitserland was vertrokken, betrekken. Op 9 juli 1944 kwam Sonia, die op weg was naar de Spaanse grens, in een café te Nîmes haar ex-man Uhde tegen. Vanuit Grasse was zij via Cannes en Marseille naar Toulouse onderweg, toen zij in Nîmes uit de trein werd gezet. Tijdens het wachten op een volgende reisgelegenheid ging zij de stad in. Terwijl ze in een café wachtte viel de gestapo binnen en zag zij Uhde, die zij sinds 1938 niet meer had gezien. Daar de inval werd onderbroken liep het goed af en Sonia ging met Uhde mee. Uhde verbleef bij Jean Cassou in Grisolles. Daar waren ook aanwezig Tzara, Florent Fels, Paul Dermée en zijn vrouw Céline Arnaud. Op 1 november 1944 keerde Sonia naar het op 24 augustus bevrijde Parijs terug.

Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris, 1971

In 1953 werd een grote expositie van Sonia's werken gehouden in Galerie Bing te Parijs. In 1964 schonk zij 49 werken van Robert en 58 van zichzelf aan het Musée National d'Art Moderne in Parijs. Ter gelegenheid van haar negentigste verjaardag werd in 1975 een Hommage à Sonia Delaunay gehouden in het Musée National d'Art Moderne.

1977

Behalve mode heeft Sonia ook gobelins, mozaïeken, kostuums, tafelkleden, serviesgoed e.d. ontworpen. In 1978 verscheen van Sonia de autobiografie Nous iron jusqu'au soleil in Parijs. Sonia stierf op 5 december 1979 in Parijs. Zij werd op 7 december begraven op het kerkhof van Gambais.

Bronnen en verdere informatie

boek, 1995
  • J. Damase e.a.: Sonia Delaunay; rhythmes et couleurs, Parijs, 1971
  • Arthur A. Cohen: Sonia Delaunay, New York, 1975, ISBN: 0-8109-0292-3.
  • J. Damase: Hommage à Sonia Delaunay, Parijs/Brussel, 1976
  • Stanley Baron & Jacques Damase: Sonia Delaunay: The Life of an Artist, Londen, 1995, ISBN: 978-0810932227.
Tik voor de werken van Sonia Delaunay op nevenstaande knop.
Laatste wijziging: 141112