Hulp van het Emergency Rescue Committee bij de vlucht uit Europa

Inleiding

Nadat Frankrijk en Groot-Brittannië Duitsland de oorlog had verklaard wegens het binnenvallen van Polen op 1 september 1939 bleef het in West-Europa betrekkelijk rustig. Dat veranderde bij de aanval van Duitsland op Denenmarken op 9 april 1940 ondanks een op 31 mei 1939 gesloten niet-aanvalsverdrag. Op 10 mei 1940 volgde onder codenaam Fall Gelb de aanval op Nederland, België en Luxemburg. De militaire plannen waren na Hitlers bevel van 9 oktober 1939 gemaakt door de chef van de genarale staf, Franz Halder. De eerste versie presenteerde hij op 19 oktober, maar Hitler vond de plannen onvoldoende, daar Frankrijk niet direct werd aangevallen. Op 22 oktober bepaalde Hitler de aanval op 12 november 1939. De aanvalsdatum werd daarna wegens diverse oorzaken herhaaldelijk verschoven en het aanvalsplan een aantal keren veranderd. Doel werd een aanval op Sedan, waarbij de Franse verdedigingslinie, de z.g. Maginotlinie, langs de Frans-Duitse grens werd ontlopen.

Op 15 mei 1940 werd de Franse grens gepasseerd en door de gebleken snelle opmars wilde Halder zo snel mogelijk Parijs bereiken. Op 17 mei bepaalde Hitler, dat de opmars gestaakt moest worden om de gewonnen positie veilig te stellen. Het Duitse leger was ongeveer gevorderd tot de lijn Kamerijk-Péronne toen op 19 mei de opmars weer op gang kwam om in plaats van naar Parijs op Hitlers bevel door te stoten naar de kust. 's Avonds op 20 mei bereikte een Duitse verkenningseenheid de kust aan de monding van de Somme bij Noyelles-sur-Mer. Op 28 mei capituleerde België.

krant, 1940

Op 4 juni liep de zuidelijke veroveringsgrens langs de Somme richting Maginotlinie. Het militaire plan om Frankrijk aan te vallen had als codenaam Fall Rot en begon op 5 juni 1940 met een uitbraak over de Somme richting Seine. Het grote offensief begon op 9 juni en op 14 juni trok het Duitse leger Parijs binnen. De Franse regering onder leiding van Paul Reynaud (1878-1966) verplaatste de zetel naar Bordeaux, waar op 16 juni de eerste vergadering werd gehouden. Reynaud wilde de regering naar Frans Noord-Afrika verplaatsen, maar Maarschalk Henri Philippe Pétain (1856-1951), die sinds 17 mei 1940 vice-premier was, wilde samenwerken met de Duitsers. Reynaud trad af en Pétain werd door de Franse President Albert Lebrun tot minister-president benoemd.

Frankrijk, 1940-1942

Op 22 juni tekenden Frankrijk en Duitsland een wapenstilstand, waarbij Frankrijk in twee delen werd gesplitst. Het noordelijke deel met de atlantische kust, zone occupée, onder Duits gezag en het zuidelijk deel, zone libre, onder Frans gezag. Bovendien bezette Italië na een overleg tussen Hitler en Mussolini op 18 juni in München een deel langs de Italiaanse grens. Op 11 juli trad Lebrun af en werd Pétain president van Frankrijk. Zijn regering onder leiding van Pierre Laval vestigde zich in Vichy.

Opmerking:
Zie voor uitgebreide informatie de websites

Emergency Rescue Committee

Bij de wapenstilstand was in artikel 19 o.a. vastgelegd, dat 'De Franse regering is gehouden alle door de Duitse regering genoemde Duitsers in Frankrijk en in de Franse bezittingen, kolonies, grondgebieden en mandaten onder protectoraat, op verzoek uit te leveren'. Hierdoor liepen vele Duitse vluchtelingen, waaronder van joodse afkomst en/of kunstenaars van de Entartete Kunst, die tussen 1933 en 1940 naar Frankrijk waren gekomen, gevaar opgepakt te worden. Toen het bovengenoemde artikel bekend werd, was een groep Amerikaanse burgers zeer geschokt door deze schending van het asiel recht en richtte het Emergency Rescue Committee (=ERC) op in New York. Het comité wilde politieke en intellectuele vluchtelingen Frankrijk uithelpen en toelaten in de V.S., ondanks de de beperkingen van Immigration Act uit 1924. De regering weigerde echter de grenzen te openen door het groeiend aantal immigranten, ondanks de steun van invloedrijke mensen, o.a. de journaliste Dorothy Thompson en presidentsvrouw Eleanor Roosevelt, aan het ERC.

Varian Fry

De keuze van het comité viel op de journalist Varian Fry, die op 15 oktober 1907 geboren was en in 1935 Duitsland had bezocht. In Berlijn was hij getuige geweest van de pogrom tegen de joden. Op 14 augustus 1940 kwam Fry aan in Marseille voorzien van een lijst met ruim 200 namen, $ 3000 en de gedachte, dat hij één maand zou blijven. Via Frank Bohn, die namens de American Federation of Labor probeerde vakbondleiders met een noodvisa voor de V.S. uit Frankrijk te laten vluchten, kreeg Fry een kamer in hotel Splendide en veranderde hij door Bohn zijn plan. In plaats van de personen van zijn lijst te gaan zoeken, stuurde hij indien het adres bekend was een brief met de mededeling, dat hij kantoor hield in Splendide om ze te helpen een visum te verkrijgen en geld te geven voor hun levensonderhoud. Sommige personen van de lijst waren al bij Bohn geweest en van anderen had hij een adres. Door mond op mond reclame werd dit steeds bekender en werd de toestroom groter. De eerste vluchtelingen, die wel al een Amerikaans visum hadden, konden geholpen worden met geld om naar Lissabon te reizen. Voor anderen moesten diverse wegen bewandeld worden. Van valse paspoorten geleverd door de Tsjechische consul in Marseille, Vladimir Vochoc, tot visum voor o.a. China, Siam (=Thailand), Belgisch-Congo, Lithouwen en Panama, waarmee men naar Lissabon kon reizen.

Één van de eerste personen, die Fry via Bohn ontmoette was de leider van de Italiaanse socialistische partij, de advocaat Giuseppe Modigliani (1872-1947), de oudste broer van de schilder Amedeo Modigliani, die in 1926 naar Parijs was gevlucht en actief was in de Concentrazione Antifascista.

De toestroom werd steeds groter en Fry kreeg hulp van Beamish, Franzi, Lena Fishman en Heinz Ernst Oppenheimer. Beamish was de Duitse vluchteling Albert Hirschmann die als vrijwilliger in het Franse Leger diende en vlak voor de wapenstilstand door een stituatie begrijpende luitenant gedemobiliseerd was met officiële papieren voorzien van zijn nieuwe naam Albert Hermant. Franzi was de uit Oostenrijk afkomstige, maar met een Zwitsers paspoort, Franz von Hildebrand. Lena Fishman, die zes talen (Frans, Duits, Engels, Pools, Russisch en Spaans) beheerste, kwam als secretaresse werken en Oppenheimer, een via Nederland gevluchte Duitse jood, als boekhouder. Van officiële Amerikaanse zijde ontving Fry weinig medewerking, uitsluitend de vice-consul Hiram Bingham hielp Fry waar hij maar kon.

Nadat de politie langs was geweest bezocht Fry de Préfecture en uiteindelijk richtte Fry via een notaris het Centre Américain de Secours op en verkreeg hij eind augustus 1940 een bedrijfsruimte in de Rue Grignan 60. Hierdoor gingen politieke vluchtelingen verborgen tussen mensen, die kwamen voor gewone hulpverlening. Om de grotere toeloop de baas te kunnen waren meer mensen nodig. De Amerikaan Charles Fawcett, die voor de wapenstilstand gewerkt had bij het Amerikaanse vrijwillige Ambulance Corps, hielp in zijn ambulanciersuniform als portier. Hij sprak echter uitsluitend Engels. De Amerikaanse Miriam Davenport, die Frans en Duits sprak en in Parijs een kunststudie had gevolgd, werd aan de staf toegevoegd.

vlnr Max Ernst, Jacqueline Breton, André Masson, André Breton en Varian Fry; febr. 1941

De problemen werden groter toen eind september 1940 de Spaanse grens min of meer werd gesloten en Portugal op 1 oktober uitsluitend een doorreisvisum verstrekte als betaalde passage op een schip geregeld was. Fry kreeg herhaaldelijk van de consul-generaal van de V.S. te horen, dat hij elk moment het land kon worden uitgezet en wanneer hij dacht Frankrijk te verlaten. In oktober kon Fry buiten Marseille Villa Air-Bel huren waar Fry en enkele medewerkers gingen wonen. Bovendien kwam een aantal vluchtelingen in het huis wonen zoals de surrealist André Breton, zijn vrouw Jacqueline Lamba en hun dochter Aube. Op zondagmiddag kwamen andere surrealisten op bezoek, waaronder de Roemeense schilder Victor Brauner en de Cubaan Wilfredo Lam. In het voorjaar van 1941 kwam Max Ernst vanuit Saint Martin d'Ardèche en Peggy Guggenheim vanuit Grenoble in de villa wonen.

vlnr Varian Fry, Marc Chagall, Bella Chagall en Hiram Bingham; 1941

Eind december 1940 verhuisde het kantoor van de Rue Grignan naar de Boulevard Garibaldi. Vanaf eind januari 1941 waren plotseling weer uitreisvisa te verkrijgen en gingen o.a. Max Ernst, Marc Chagall met zijn vrouw Bella, zijn dochter Ida en haar man Michel Gordey, Jacques Lipchitz en zijn vrouw Bertha op weg naar Lissabon. Voor Chagall was dat bijna niet doorgegaan. Hij was als voorbereiding op zijn vertrek vanuit Gordes naar Marseille gekomen en verbleef in Hôtel Moderne. Hier werd hij begin april gearresteerd, toen de politie uit alle hotels in Marseille joods lijkende gasten afvoerde naar een politiebureau voor controle van de papieren. Bella Chagall belde direct Fry, die contact opnam met een politiefunctionaris. Chagall werd daarop vrijgelaten.

Op 25 maart 1941 vertrokken o.a. het gezin Breton en Wilfredo Lam vanuit Marseille aan boord van de Capitaine Paul Lemerle naar het eiland Martinique. In april volgde o.a. André Masson en zijn gezin dezelfde weg. Aan deze vluchtweg kwam een einde doordat de Britten een schip in beslag nam als oorlogsbuit.

Eind juni 1941 werd het moeilijker om een Amerikaans visum in Frankrijk te verkrijgen, daar uitsluitend het ministerie van Buitenlandse Zaken ging beslissen. Ook de Franse politie verhoogde met huiszoekingen de druk op Fry's organisatie. Om de druk te verlichten werden de werkzaamheden uitgebreid met hulp aan gevluchte intellectuelen uit de Elzas en Lotharingen en een Comité de patronage (=beschermheren) opgericht. In dit comité zaten drie leden van Pétains Conseil National, de voorzitter van het Franse Rode Kruis Georges Duhamel, de schrijver André Gide, de beeldhouwer Aristide Maillol en de schilder Henri Matisse. Een persbericht hierover werd door vele kranten al of niet bewerkt gepubliceerd.

In januari 1942 verliep Fry's paspoort en van de Amerikaanse consul kreeg Fry te horen, dat alleen als hij vertrok een verlenging van veertien dagen zou worden verstrekt. Fry ging verder zonder pasport. Bij een verplicht bezoek aan de hoofdinspecteur van politie in de regio Marseille, De Rodellec du Porzic, kreeg Fry tot 15 augustus de tijd om zijn vertrek te regelen. Daarna zou hij gearresteerd worden en in résidence forcée worden geplaatst. Op 30 augustus kreeg Fry, die de dag daarvoor gearresteerd was, een ordre de refoulement te zien. Hij zou als ongewenste vreemdeling naar de Spaanse grens worden gebracht en Frankrijk worden uitgezet. Nadat Fry onder politiebegeleiding zijn spullen had opgehaald op zijn kantoor en in Villa Air-Bel begeleidde inspecteur Garandel hem naar de Spaanse grens. Ook zes medewerkers van het kantoor reden mee naar Cerbère aan de Spaanse grens. Na een oponthoud van vijf dagen om een geldig visum voor Spanje en Portugal te verkrijgen ging Fry de grens over onder begeleiding van Garandel. Via Lissabon kwam Fry in New York terug. Op 2 juni 1942 werd het kantoor na een inval van de politie gesloten.

Fry kreeg pas in april 1967 erkenning voor zijn belangrijke rol door de benoeming tot Chevalier de la Légion d'Honneur door de Franse president Charles de Gaulle. Fry overleed op 59 jarige leeftijd op 13 september 1967. In 1994 was Fry de eerste Amerikaan die geëerd werd door Yad Vashem voor het redden van joden tijdens de holocaust.

Uitvoerige informatie

  • boek, 2005 De belevenissen van Fry beschreef hij in zijn boek Surrender on Demand, dat op 8 mei 1945 verscheen. De Nederlandse vertaling Varians oorlog met een inleiding en een nawoord van de vertaalster Laura van Campenhout verscheen pas in 2005 (ISBN: 90-458-4972-0).


  • De webpagina's: De Privéoorlog van de Amerikaan Varian Fry in Vichy Frankrijk op de website van www.verzet.org.

  • De website van het Varian Fry Institute: www.varianfry.org.

  • DVD, 2002 Over Fry's belevenissen in Marseille verscheen in 2001 de TV-film Varian's War van Lionel Chetwynd met in de hoofdrollen William Hurt als Varian Fry en Julia Ormond als Fry's medewerkster Miriam Davenport. De film is geen letterlijke weergave van de werkelijkheid. Hier en daar is het verhaal aangepast. In 2002 verscheen de film op DVD.

  • In 2011 verschijnt de documentaire And Crown Thy Good. Varian Fry in Marseille gemaakt door Pierre Sauvage in een productie van het Varian Fry Institute.

Laatste wijziging: 160211