Indelingen kubisten

Schrijvers willen graag grote groepen mensen indelen in hapklare brokken en ook bij het kubisme hebben schrijvers verschillende indelingen beschreven. Hieronder een aantal voorbeelden.

Indeling naar expositieplaats

Diverse schrijvers splitsen de kubisten in twee groepen afhankelijk van de wijze van exposeren:

Indeling naar plaats van het atelier

De kunstenaars van de groep Salonkubisten ontmoetten elkaar zeer geregeld. Op zondag was een bijeenkomst bij Jacques Villon in de Parijse voorstad Puteaux. Deze groep werd de Puteauxgroep genoemd. Op maandag werd door Albert Gleizes open huis gehouden in de Parijse voorstad Courbevoie en op dinsdag kwamen velen bijeen in het Parijse café Closerie des Lilas in Montparnasse. Rond 1910 werd de Parijse wijk Montparnasse in plaats van Montmartre de kunstenaarswijk.

De bovenstaande groepen werden ook wel de kubisten van

  • Montmartre (Picasso, Braque, Léger en Gris) en
  • Montparnasse

genoemd. Conrad Kickert omschreef de bovenstaande groepen in zijn bijdrage Oorzaak en begin van het cubisme aan de overzichtstentoonstelling van Henri le Fauconnier in 1959 in o.a. het Stedelijk Museum te Amsterdam met

De plaats van samenkomst was voor Kickert zo te zien het uitgangspunt.

Begin 1911 ontstond er een zekere concurrentiestrijd tussen deze twee groepen. Mede dankzij het feit dat enkele leden van de Montparnasse groep in de plaatsingscommissie van de Salon des Indépendants werden gekozen konden zij de inrichting van de tentoonstelling bepalen. De tentoonstelling van hun werken in zaal 41 zorgde voor internationale bekendheid. Op deze tentoonstelling bleek de groep Puteaux wel al verbindingen te hebben met de groep Closerie des Lilas, maar van samensmelting was nog geen sprake.

Indeling naar oorspronkelijkheid

De kunsthistoricus Douglas Cooper gaf liever de voorkeur aan authentic, essential of true cubism, (=zuiver) van Braque, Picasso, Gris en Léger en derivative cubism (=afgeleid/ niet oorspronkelijk) van de rest. Deze laatste groep verdeelde hij in drie subgroepen, n.l.

  • kunstenaars, die een kubistisch beeldvorm gebruikte (cubified) als een maniërisme,
  • een kleine aantal kunstenaars, die van het kubisme een wetenschappelijke methode probeerde te maken en
  • een groot aantal kunstenaars, die het kubisme gebruikte en aanpaste om andere schilderdoeleinden te bereiken.

Cooper volgde daarmee min of meer de kunsthandelaar Kahnweiler, die de vier vertegenwoordigers van het zuivere kubisme onder contract had. Kahnweiler was met zijn boek Der Weg zum Kubismus een van de personen, die het kubisme een nadrukkelijk gezicht gaf.

De Amerikaanse kunsthistoricus Daniel Robbins gaf de latere door Albert Gleizes ontwikkelde vorm de naam Epic Cubism. Rond 1920 had Gleizes een meer abstracte vormgeving ontwikkeld, die ook door Mainie Jellett werd gevolgd.

Indeling naar land

Het is ook mogelijk het kubisme in te delen naar landen.

  • Frankrijk,
  • Tsjechië,
  • Rusland,
  • Verenigde Staten van Amerika,
  • Groot-Brittanië,
    In Groot-Brittanië heeft David Bomberg (1890-1957), die in 1913 in Parijs verbleef en bevriend was met o.a. Picasso, Braque en Derain, een korte tijd kubistisch gewerkt. Hij nam de ontleding van het oppervlak en een beperkt kleurgebruik van de kubisten over. Na 1914 werkte Bomberg figuratief. In 1920 werkte Ben Nicholson verwant aan het kubisme met zijn gestileerde monochrome stillevens. Het Vorticisme, dat in 1913 in Londen begon, wordt wel gezien als het Engelse antwoord op het kubisme en futurisme.
  • Nederland,
  • Spanje
  • en overige.

Zie voor een indeling van de kubisten en de volgers de webpagina: Overzicht naar belangrijkheid.