De schildersrichting, die de naam kubisme heeft gekregen, is ontstaan onder de invloed van de kunst van Paul Cézanne, de primitieve kunst en de tijd.

Voor de ontwikkeling van het kubisme is het fauvisme van wezenlijk belang geweest, daar deze schildersrichting de kleur heeft vrijgemaakt van het natuur-object. Georges Braque ontmoette eind april 1907 voor het eerst Pablo Picasso, denkelijk via de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler, maar bracht pas rond begin december gelijktijdig met Guilaume Apollinair een bezoek aan Picasso's atelier in Le Bateau-Lavoir. Picasso was bezig met het nevenstaande schilderij Les Demoiselles d'Avignon, waarin hij zich vooral op de vorm bezon. Georges Braque ging zich na deze ontmoeting ook bewust in de vorm verdiepen. In de hier naaststaande tekening is dat duidelijk te zien.
Deze overgang was daarna duidelijk in de werken van Georges Braque te zien, daar het een plotselinge omkering was in het werk. Deze verandering voltrok zich in het Zuidfranse L'Estaque, waar hij de zomer van 1908 doorbracht. Zes van deze schilderijen zond Braque in naar de Salon d'Automne van 1908. Daar de jury slechts twee schilderijen toeliet, haalde Braque alle werken terug. De pas gestarte kunsthandelaar Kahnweiler beloofde daarop een expositie in zijn kleine galerie. Vanaf 9 november 1908 waren 27 schilderijen te zien. De naam kubisme werd daar geboren. Picasso heeft soortgelijke schilderijen gemaakt in 1909 te Horta de Ebro.
Deze verdieping in de vorm door Georges Braque en Pablo Picasso is niet zo zeer een reactie op het impressionisme en het fauvisme, maar een reageren tegen de heersende academie-dictatuur en een sterk doorgedreven naturalisme. Na korte tijd zijn er twee aparte kunstrichtingen gevormd n.l. het expressionisme, dat vooral in Duitsland tot bloei komt en het kubisme, dat in Frankrijk zijn bloei heeft gekregen.
In 1908 vormt zich in Montmartre een groep schilders en dichters, die de Groupe du Bateau-Lavoir wordt genoemd. Tot deze groep, die genoemd is naar het ateliergebouw waar Picasso woont, behoren Georges Braque, Pablo Picasso, Max Jacob, Marie Laurencin, Guillaume Apollinaire, André Salmon, Juan Gris, Fernand Léger, Gertrude en Leo Stein.
In 1909 sluiten zich hierbij ook aan Robert Delaunay, Albert Gleizes, Henri le Fauconnier, André Lhote, Jean Metzinger, Francis Picabia, Alexander Archipenko en August Herbin.