Kubisme in Rusland.

Aan het begin van de twintigste eeuw maakten de kunstenaars in Rusland op verschillende manieren kennis met de moderne Franse kunst. Allereerst waren er twee kunstverzamelaars, n.l. Serge Stschukin en Ivan Morozov, die hun bezit aan het publiek lieten zien. Verder werd vanaf januari 1906 door Nicolas Riabouchinski (ook geschreven: Ryabushinsky) het tijdschrift Zolotoe runo (=Gulden Vlies; Frans: Toison d'Or; Engels: Golden Fleece) uitgegeven. In dit tijdschrift stonden reproducties van kunstwerken van zowel Russische als buitenlandse kunstenaars en werd de kunst besproken. Daarnaast werden er tentoonstellingen onder de naam Exposition de la Toison d'Or georganiseerd, waarbij Alexandre Mercereau, een vriend van Albert Gleizes, een belangrijke rol speelde.

Bord en fruitschaal, afm.: 46 x 55 cm Weg bij L'Estaque, afm.: 60,3 x 50,2 cm Viaduct bij L'Estaque, afm.: 73 x 60 cm Grand Nu, afm.: 141 x 101 cm

De eerste tentoonstelling vond plaats van 18 april t/m 24 mei 1908. Onder de 197 werken waren naast de impressionisten ook 5 schilderijen van Henri Matisse, gemaakt tussen 1901 en 1906. Op de tweede tentoonstelling van Exposition de la Toison d'Or, die gehouden werd van 24 januari t/m 28 februari 1909, hingen de Russische en Franse schilderijen door elkaar. Aanwezig waren werken van o.a. Maurice de Vlaminck, Matisse, André Derain en vier werken van Georges Braque. Deze vier werken waren waarschijnlijk de nevenstaande schilderijen (vlnr) Groot Naakt, Viaduct bij L'Estaque, Weg bij L'Estaque en Bord en fruitschaal. De werken, die een korte titel hadden gekregen, waren afgebeeld in het dubbelnummer 2/3 van Zolotoe Runo, dat diende als catalogus bij de tentoonstelling. De foto's waren helaas niet zo duidelijk.

Op de derde tentoonstelling (december 1909 - januari 1910) waren ook het fauvisme en het kubisme aanwezig met werken van Matisse, Pablo Picasso, Fernand Léger, Gleizes, Henri Le Fauconnier, Robert Delaunay, André Lhote, Juan Gris, Othon Friesz, maar ook van de Russische kunstenaars Larionov, Kandinsky, Kazimir Malevitch, Liubov Popova en Natalja Gontcharova.

Izdebsky Salon

Kubistische werken waren ook aanwezig op de eerste Izdebsky Salon (ook geschreven: Isdebski) van Odessa (17 december 1909 t/m 8 februari 1910), Kiev (25 februari t/m 27 maart 1910), St. Petersburg (2 mei t/m 7 juni 1910) en Riga (25 juni t/m 20 juli 1910). Op de exposities, georganiseerd door de beeldhouwer Vladimir Izdebsky (1882-1965), waren ongeveer 800 kunstwerken te zien van Franse, Duitse, Italiaanse, Russische en Oekraïnse kunstenaars. Alexandre Mercereau had voor Vladimir Izdebsky de Franse werken verzameld. Hij had werken van o.a. Gleizes, Marie Laurencin, Le Fauconnier, Matisse en Jean Metzinger.

Bubnovyi Valet (=Ruitenboer)

Piano et Mandore, afm.: 92 x 43 cm Violon et Palette, afm.: 92 x 43 cm

Op de eerste (december 1910 - januari 1911) en tweede (januari 1912) Bubnovyi Valet tentoonstelling (=Ruitenboer; Engels: Knave of Diamonds; Frans: Valet de Carreau) in Moskou hingen weer kubistische werken. Initiatiefnemers waren Larionov, Goncharova en David Burliuk. Op de eerste tentoonstelling was werk van 38 kunstenaars te zien, waaronder Gleizes en Le Fauconnier. Op de volgende exposities hingen ook werken van Picasso, Braque, Léger en Delaunay. In een uitgave van 1913 verscheen Le Fauconniers artikel La sensibilité moderne et le tableau. Op de expositie van Bubnovyi Valet gehouden van 18 februari t/m 20 maart 1913 (andere bronnen geven i.v.m. omrekening van de russische kalender: 3 maart t/m 2 april) in Moskou waren van Braque de nevenstaande kubistische schilderijen Violon et Palette (links) uit 1909-1910 en Piano et Mandore (rechts) uit 1909-1910 aanwezig. Van Le Fauconnier waren 10 werken aanwezig.

Op de tentoonstelling van 1914 hingen behalve werken van Russische kunstenaars, zoals Malevich, Popova, Udaltzova en Exter, ook werken van o.a. Braque, Derain, le Fauconnier, Conrad Kickert, Picasso en de Vlaminck. Deze tentoonstellig zorgde ervoor, dat Udaltzova, Popova en Tatlin een 'kubistische groep' oprichtten om de kubistische ideeën via discussies en voordrachten uit te dragen. Regelmatig maakten Vera Pestel en de architekt Alexander Vesnin (1883-1959) deel uit van de bijeenkomsten.

Andere tentoonstellingen

Andere belangrijke exposities waren o.a. de zes exposities van Soyuz Molodezhi (=Jeugdvereniging/Union of Youth/Bund der Jugend) in de periode 1910-1914 en Osliny Khvost (=Ezelstaart/Donkey's Tail) in 1912. De naam was denkelijk door Larionov en Goncharova gekozen om zich af te zetten tegen de groeiende aandacht van Burliuk voor de West-Europese kunst en het door de ezel Lolo gemaakte schilderij voor de Salon des Indépendants van 1910.

In de jaren rond 1910 trokken vele Russische kunstenaars naar Parijs, o.a. Marc Chagall, Aleksandra Exter, Alexander Archipenko, Sonia Terk, Larionov, Gontcharova, Serge Férat, Jacques Lipchitz, Ossip Zadkine, Iwan Puni (= Jean Pougny), Nadezhda Udaltsova.

Férat, die eigenlijk Serge Jastrebzoff heette, nam het tijdschrift Les Soirées de Paris met Apollinaire over, waarin kunst en litteratuur centraal stonden. Dit tijdschrift werkte mee aan de verspreiding van het kubisme in Rusland.

Exter was met 6 werken en Archipenko met 1 beeldhouwwerk en 2 tekeningen vertegenwoordigd op de kubistische tentoonstelling La Section d'Or van 1912. Op de terugweg naar Rusland nam Exter enkele foto's van kubistische werken mee. Deze foto's had zij gekregen van David Burliuk, die het artikel Kubisme in La gifle au goût public (=Een oorveeg voor de algemene smaak) had geschreven. Op de Salon des Indépendants van 1914 waren behalve de kubisten ook de Russchische kunstenaars met 78 personen (6% van de deelnemers) sterk vertegenwoordigd.

Cubo-futurisme

Vanaf 1912 was er een groep kunstenaars in Rusland die het Franse kubisme koppelde aan het Italiaanse futurisme. Het kubisme was bekend door de schilderijtentoonstellingen, de verzamelaars en de vele Russische kunstenaars die Parijs bezochten. Het futurisme was vooral bekend via de in het Russisch vertaalde manifesten en de krantenartikelen. Net zoals in Parijs waren er schilders en dichters die braken met de traditie. Larionov werd in zijn begintijd als één van de geestelijke vaders beschouwd van het cubo-futurisme. Het was geen afgeronde noch gelijke stijl. In eerste instantie waren Malevich, Tatlin, Goncharova, Rozanova, Udaltsova, Puni, Morgunov en Kliun de vertegenwoordigers. Zij waren samen de Russische tegenhanger van de Parijse groep Section d'Or wiens versie van het kubisme door de criticus Marcel Boulanger ook cubo-futurisme werd genoemd. (In deel 1 van het boek Art of the Twentieth Century wordt de term cubo-futurisme toegeschreven aan de kunstcriticus Korney Chukovsky, die het voor het eerst noemde in 1913.) In de Russische variant waren ook invloeden van het fauvisme en expressionisme zichtbaar, maar in het algemeen waren er meer kubistische dan futuristische kenmerken bij de meeste schilders. Volgens anderen was het heldere kleurgebruik bij de cubo-futuristen eerder afkomstig van de Russische volkskunst. Rozanova was in 1913-1914 het meest futuristisch bezig. Zij nam samen met Exter en Kulbin deel aan de in de lente van 1914 in Rome gehouden Futuristische tentoonstelling.

Scharenslijper, afmetingen: 79,5 x 79,5 cm

In het nevenstaande schilderij Scharenslijper van Malevich was de futuristische uitbeelding van de beweging van het wiel gekoppeld aan de kubistische ruimte-ordening en de levendige kleuren van de Russische volkskunst. Malevich zag het kubisme als de centrale gebeurtenis in de ontwikkeling van het impressionisme naar het suprematisme. Voor zijn studenten van UNOVIS (=Grondleggers van de Nieuwe Kunst), de kunstenaarsverening aan de Volkskunstschool van Vitebsk, had Malevich enkele slagzinnen waarmee hij aangaf dat een moderne kunstenaar niet zonder het kubisme kon:


  • Als je kunst wilt studeren, bestudeer het Kubisme.
  • Wil je schilderkunst studeren? Begin dan bij het Kubisme.
  • Als je geen modeschilder wilt worden, begin dan met het Kubisme te bestuderen.
  • Als je schilder bent en nog niet kubistisch werkt, begin er dan meteen mee.
  • Je wilt de schoonheid van de vierde dimensie leren kennen - begin met het bestuderen van het Kubisme.
  • Als je creatief wilt zijn, bestudeer het Kubisme.
  • Je wilt over de natuur heersen? Bestudeer het Kubisme.
  • Als je niet wilt dat de natuur over jou heerst, begin met het bestuderen van het Kubisme.

Trambaan V

trambaan V, 1915 trambaan V, 1915 Het restaurant, afm.: 134 x 116 cm

In een zaal in de Morskajastraat te St. Petersburg, organiseerden Puni, Malevich, Tatlin, Exter en Udaltsova van 3 tot 16 maart 1915 (Juliaanse kalender) de expositie Tramvai V. Pervaya futuristicheskaya vystavka kartin (=Trambaan V, de eerste futuristische schilderijtentoonstelling). In Rusland had de term futuristisch sterk de betekenis van nieuw en werd de term veel algemener gebruikt. Er waren volgens de catalogus 92 werken te zien van o.a. Altman, Ksenia Buguslawskaja (ook geschreven: Boguslavskaia, Boguslavskaya), die getrouwd was met Iwan Puni, Exter, Kliun, Malevich, Popova, Puni, Olga Rozanova, Tatlin, Marie Vassilieff en Udaltzova (8 werken, waaronder De Viool, Vrouwelijk naakt met gitaar en het nevenstaande Het Restaurant uit 1915. Het werk is te zien op de nevenstaande foto, waarop Exter de tentoonstelling bekijkt.

0.10

0.10, 1916

De in Moskou door Puni, Malevich en Tatlin georganiseerde tentoonstelling 0.10, die gehouden werd in de galerie van Nadezhda Dobychina, kreeg de toegevoegde naam Poslednyaya futuristicheskaya vystavka kartin (=De laatste futuristische expositie). Op 19 december 1915 (= 1 januari 1916 onze kalender. Zie evt Russische datum) werd de tentoonstelling geopend. De naam sloeg op het tijdschrift nul dat men wilde uitbrengen en de 10 deelnemers: Buguslawskaja, Klyun, Malevich, Mjenkow (ook geschreven Menkov), Vera Pestel, Popova, Puni, Olga Rozanova, Tatlin, Udaltzova. Er waren ruim 150 werken te zien. De toegevoegde naam gaf de wens van de kunstenaars aan om het futurisme te vervangen door iets nieuws. Malevich was al aanwezig met zijn eerste suprematistische schilderijen en Tatlin met zijn contra-reliefs. Bij de tentoonstelling verscheen het manifest Van het Kubisme naar het Suprematisme van Malevich. Zie voor uitgebreide informatie het Engelstalige boek O.10 van Linda S. Boersma uit 1994 (ISBN: 90-6450-135-1) dat via internet te lezen is.

In februari 1916 werd in Moskou een tentoonstelling gehouden, waar o.a. Exter, Pestel, Popova, Udaltzova, Sofia Tolstaya en Vassillief werk hadden hangen. In verband met de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog werd ook de toegepaste kunst belangrijk. In november 1915 werd in de Galerie Lemercier te Moskou de Tentoonstelling van Hedendaagse Decoratieve Kunst gehouden, waar o.a. 40 ontwerpen waren van Exter, handwerken van Xenia Buguslavskaya, Iwan Puni, Natalia Mikhailovna Davydova en Evgenia Pribylskaya.

Op 23 februari 1919 hield Udaltsova een voordracht over het kubisme in het 'Museum voor Schone Kunsten' in Moskou. Dit was tijdens de 5de Staatsschilderijententoonstelling Van Impressionisme naar objectloze kunst. Vanaf 3 april 1921 werd in het 'Museum voor Artistieke Cultuur' in Petrograd (=St. Petersburg) de tentoonstelling Van Impressionisme naar Kubisme gehouden. Directeur van de afdeling schilderijen was Natan Altman. In oktober 1922 werd hij opgevolgd door Malevich.

Na de Oktoberrevolutie in 1917 werd het culturele klimaat op zijn kop gezet. Zie de webpagina Veranderingen in Rusland na de Oktoberrevolutie. Aanvankelijk omarmde een grote groep kunstenaars de revolutionaire gedachten om hun ideeën, o.a. kunst onder het volk te brengen, te realiseren. De ontwikkeling van het constructivisme liep parallel aan de ontwikkeling 'macht aan het volk'.

5x5=25

Stepanova, poster 5x5=25, 1921

In september 1921 werd in de Russische schrijvers Club, Tverskajastraat 18 te Moskou de tentoonstelling 5 x 5 = 25 gehouden. De vijf kunstenaars, n.l. Exter, Popova, Stepanova, Alexander Rodchenko en Alexander Vesnin (1883-1959), leverden ieder vijf werken. In oktober 1921 werd een tweede tentoonstelling door dezelfde personen en met hetzelfde aantal werken gehouden.

Na 1924 werd de greep van de communisten onder leiding van Stalin zo groot, dat vele hierboven genoemde kunstenaars min of meer naar West-Europa vluchtten: Altman kwam in 1928 naar Parijs, Daniël Baranoff-Rossiné in 1925, Chagall kwam via Berlijn in 1923 naar Parijs, Alexandra Exter kwam in 1924 naar Parijs, in 1923 vluchtte Antoine Pevsner naar Parijs, in 1920 vluchtten Puni en zijn vrouw Xenia Boguslawskaja via Finland naar het westen.

Tentoonstellingen in Nederland

Het Stedelijk Museum te Amsterdam heeft een lange traditie in tentoonstellingen met Rusland als onderwerp. Van 29 april t/m 28 mei 1923 werd de tentoonstelling De Eerste Russische Kunststelling gehouden. Het initiatief was o.a. afkomstig van kunstenaars zoals Peter Alma. De werken waren met een aantal aanpassingen overgenomen van de tentoonstelling Erste russische Kunstausstellung in Galerie van Diemen te Berlijn in 1922. Peter Alma had in 1921 de Russische kunstenaar El Lissitzky ontmoet, die denkelijk had bemiddeld. De opening van de tentoonstelling, waarop bijna 600 werken te zien waren, werd bijgewoond door Natan Altman en David Shterenberg.

In 1985 zorgde de directeur Willem Sandberg voor de aankoop van vele werken van Kazimir Malevich. Zie daarvoor de webpagina Malevich en het Stedelijk Museum. Aansluitend werd van 5 maart t/m 29 mei 1989 de grote tentoonstelling Malevich gehouden.

In 1992 werd van 5 juni t/m 23 augustus de tentoonstelling De Grote Utopie, Russische avantgarde 1915-1932 gehouden. De catalogus was uitgevoerd in drie talen, n.l. Nederlands, Duits en Engels.


Zie ook de webpagina Russische bijzonderheden.

Laatste wijziging: 280212