Kubisme in Amerika.

In de Verenigde Staten van Amerika waren aan het begin van de twintigste eeuw enkele kunstenaars die in navolging van de Franse schilders Picasso en Braque een kubistische stijl ontwikkelden. Zij gebruikten bijna allemaal een vorm van facetten, zoals in de analytische periode en die dicht lag bij het futurisme, maar kwamen niet tot een collectieve stijl. Een van de kenmerken van het kubisme was het breken met de traditie om de illusie van de ruimtelijke werkelijkheid te laten zien binnen de schilderlijst.

De bekendste kunstenaars zijn Joseph Stella (1877-1946), Max Weber (1881-1961), Marsden Hartley (1877-1943), Morgan Russell, Stanton Macdonald-Wright (1890-1973), Henry Fitch Taylor (1853-1925). Ook anderen, zoals Charles Sheeler, Charles Demuth en Georgia O'Keeffe (1887-1986), schilderden enkele kubistische werken. Kunstenaars die duidelijk beïnvloed waren door het kubisme, waren Ralston Crawford, Stuart Davis (1892-1964) en Patrick Henry Bruce (1881-1936). Vele Amerikaanse schilders combineerden het neo-impressionistisch kleurgebruik met de kubistische geometrische structuur. Na de Eerste Wereldoorlog gingen vele kunstenaars in de abstracte richting, anderen meer traditioneel.

Volgens John Richardson, die een uitgebreide biografie schreef over Pablo Picasso, was Max Weber de eerste kunstenaar die ervoor zorgde dat het kubisme bekend werd in Amerika. Hij had veertig maanden in Parijs gewoond, gewerkt en kennisgemaakt met o.a. Pablo Picasso, Jean Metzinger, Albert Gleizes, Robert Delaunay en Guillaume Apollinaire. Terug in New York wist hij Alfred Stieglitz over te halen o.a. werken van de kubisten tentoon te stellen in zijn galerie '291'.

Female Nude, 1910

Stieglitz, die in 1905 zijn galerie Photo-Secession had geopend, begon in 1907 met het promoten van de moderne kunst. In verband met de kosten van vervoer en verzekering werden hoofdzakelijk tekeningen en ander grafisch werk vanuit Europa getoond. Nadat hij eerst werken van o.a. Rodin, Henri Matisse, Paul Cézanne, Henri Rousseau (alle getoonde schilderijen waren eigendom van Max Weber) had tentoongesteld, werd van 28 maart t/m 25 april 1911 een expositie van kubistische werken van Picasso gehouden. Picasso, Edward Steichen, Frank Burty en Marius de Zayas maakten in Parijs de selectie. Marius de Zayas schreef voor de catalogus een introductie over Picasso voor het Amerikaanse publiek. Te zien was o.a. de nevenstaande tekening (Female) Nude uit 1910. Het werk werd gekocht door Stieglitz en is nu te zien in het Metropolitan Musem of Art te New York. Via Stieglitz waren kubistische werken (ook het nevenstaande) te zien op de in 1913 gehouden Armory Show.

De acceptatie was misschien voorbereid door de Amerikaanse schrijver Gelett Burgess (1866-1951). In 1908-1909 interviewde hij tijdens zijn verblijf in Parijs met een aanbeveling van Leo en Gertrude Stein de kunstenaars Matisse, André Derain, Othon Friesz, Picasso, Georges Braque, Metzinger, Auguste Herbin en de Hongaar Béla Czobel (1883-1975). In april 1908 bezocht Burgess het atelier van Picasso in Le Bateau-Lavoir. In mei 1910 verscheen in het tijdschrift Architectural Record een groot artikel met foto's van de kunstenaars en van hun werken onder de naam The Wild Men of Paris. Bij de tekst was ook een foto van de schilder Auguste Chabaud (1882-1955) en een schilderij van hem geplaatst. De tekst, zoals die is gepubliceerd, is via internet te lezen.

Na de Armory Show werd door de Gimbel Brothers een reizende expositie van 10 schilderijen georganiseerd, die in mei 1913 begon in Milwaukee en daarna nog te zien was in Cleveland, Pittsburgh, New York (juli) en Philadelphia. De werken waren van Pierre Dumont, die afwezig was op de Armory Show, Fernand Léger, Metzinger, Gleizes, Jacques Villon en van twee Hongaren. De schilderijen waren voor $ 100 per stuk in Parijs gekocht.

In december 1913 werd een expositie van veertig werken van Amerikaanse Kubisten en Post-impressionisten gehouden door de Pittsburgh Art Society. Arthur Davies had de werken uitgekozen. Zelf organiseerde Davies in februari 1914 met dertig werken uit de expositie van de Pittsburgh Art Society een expositie in de Montross Gallery. Tussen 1913 en 1918 werden alleen in New York al ongeveer 250 exposities gehouden van moderne kunst. Niet alleen de Armory Show, maar ook het verdwijnen van het invoertarief van 15% op kunst door de op 3 oktober 1913 getekende Underwood-Simmons Tariff Act en de toename van galeries zorgden voor de groei.

Boeken en tijdschriften

In 1913 verscheen een van de eerste boeken over moderne kunst in de Verenigde Staten, n.l. A Study of the Modern Evolution of Plastic Expression, dat geschreven was door Marius de Zayas en Paul Haviland. Beiden waren betrokken bij Stieglitzs galerie 291. In 1914 verscheen in Chicago en in 1915 in Londen het boek Cubists and Post-Impressionism geschreven door de advocaat en kunstverzamelaar Arthur Jerome Eddy. In 1919 verscheen een 2de editie met 22 reproducties in kleur en 47 in zwart-wit. Het boek is via internet te lezen. Helaas ontbreken de reproducties, maar de werken worden wel genoemd.

In oktober 1923 verscheen in het tijdschrift The Arts het artikel Cubism - Its Rise and Influence van de schilder Andrew Dasburg. Bij de kop van het artikel stond een reproductie van Bottle and Grapes van Picasso uit 1922. Dasburg noemde negentien Amerikaanse kunstenaars, die in hun werk kubistische invloed lieten zien. Behalve zichzelf noemde Dasburg o.a. Sheeler, Man Ray en Weber.

Galeries en tentoonstellingen

Picasso: Viool, 1912 Braque: Viool, 1913

In de galerie 219 werden van 9 december 1914 t/m 11 januari 1915 tekeningen en schilderijen van Pablo Picasso en Georges Braque tentoongesteld. Van Picasso was daar o.a. nevenstaande tekening Viool uit 1912 (links) te zien en van Braque Stilleven (viool) uit 1913 (rechts). Beide werken werden gekocht door Walter Arensberg en zijn nu te zien in het Philadelphia Museum of Art.



Op 7 oktober 1915 werd door Stieglitz speciaal voor de moderne kunst de Modern Gallery geopend, waar de Zayas de leiding had. Tijdens het bestaan van de galerie van oktober 1915 tot midden 1918 werden diverse tentoonstellingen met kubistische schilderijen gehouden.

Andere galeries die moderne Europese en Amerikaanse kunst gingen verkopen waren:

  • Daniel Gallery. Deze galerie op West 47th Street 2 te New York werd in december 1913 opgericht door Charles Daniel (1878-1971). Zie voor informatie: Julie Mellby: Charles Daniel and the Daniel Gallery, 1913-1932 uitgegeven door de Zabriskie Gallery in 1993.
  • Bourgeois Gallery. Stephan Bourgeois (1881-1964) opende in 1914/1915 de galerie in New York. In het Archives of American Art bevinden zich 73 catalogi uit de periode 1915-1932.
  • Whashington Square Gallery. In 1914 openden Robert J. Coady (1876-1921) en Michael Brenner de galerie op de Washington Square South 47 in New York. Michael Brenner was in Europa de inkoper voor de galerie en sloot voor de galerie op 24 april 1914 een contract met de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam er weinig van de overeenkomst terecht. In 1917 trok Brenner zich terug uit de galerie en ging Coady verder onder naam Coady Gallery en verhuisde naar Fifth Avenue 489.
  • Carroll Gallery. Nadat Quinn er niet ingeslaagd was om de welvarende Mary Harriman Rumsey over te halen geld te investeren in een nieuwe galerie voor moderne kunst, haalde hij in 1914 Harriet C. Bryant over haar winkel in decoraties in de East 44th Street om te zetten in de Carroll Galeries. Walter Pach ging voor de galerie naar Europa om kunstwerken te verzamelen voor tentoonstellingen en verkoop. Ondanks het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Pach instaat voor drie tentoonstellingen, n.l. in december 1914, februari 1915 en maart 1915, werken te exporteren naar de V.S.

Bronnen en verdere informatie:

  • In 1967 werd in het University of New Mexico Art Museum te Albequerque, New Mexico, de tentoonstelling Cubism: Its Impact in the USA,1910-1930 gehouden. Bij de tentoonstelling verscheen een catalogus met dezelfde titel.
  • In 2000 verscheen van Percy North het artikel Bringing Cubisme to America: Max Weber and Pablo Picasso in American Art Journal.
  • catalogus, 2006 Ter gelegenheid van de tentoonstelling Picasso and American art, die samengesteld was door Michael Fitzgerald en Dana Miller, werd een catalogus met dezefde titel (ISBN: 987-0-300-11452-2) uitgegeven waarin de invloed van Picasso in de periode 1910-1957 op de Amerikaanse kunstenaars werd toegelicht. De gekozen kunstenaars waren Max Weber, Stuart Davis, Arshile Gorky, John Graham, Willem de Kooning, Jackson Pollock, David Smith, Roy Lichtenstein en Jasper Johns. Voor deze website zijn de eerste twee hoofdstukken van belang. De tentoonstelling werd van 28 september 2006 t/m 28 januari 2007 gehouden in het Whitney Museum of American Art te New York, van 25 februari t/m 28 mei 2007 in het San Francisco Museum of Modern Art en van 17 juni t/m 9 september 2007 in het Walker Art Center te Minneapolis.
  • Archives of American Art
Laatste wijziging: 180412