Femme en rouge et vert

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd o.a. het bezit van Joodse kunsthandelaren door de Duitse bezetter geconfisqueerd. Zie daarvoor de webpagina Kunstroof in Frankrijk tijdens Tweede Wereldoorlog.

Femme en rouge et vert, afm.: 100 x 81 cm, Léger 1914

Een van de geconfisqueerde werken was Femme en rouge et vert van Léger uit 1914. Volgens de officiële lezing werd dit schilderij samen met 110 andere schilderijen op 17 oktober 1941 in beslag genomen in de Rue de Boétie 21, waar Paul Rosenberg woonde en een galerie had. Het werd in het archief opgenomen onder Rosenberg Paris 3. Men veronderstelde later, dat het schilderij door zijn broer Léonce aan Paul in depot was gegeven om van zijn broer geld te lenen. Léonce Rosenberg had het schilderij in november 1921 voor 235 Francs door gekocht op de tweede veiling van het geconfisqueerde bezit van de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler. Hierdoor was het door de kunsthistoricus Otto Kümmel (1874–1952), die sinds 1934 directeur was van de Duitse rijksmusea, op de lijst van tussen 1500 en 1930 uit Duitsland of van Duitse eigenaren verdwenen kunstwerken en -voorwerpen geplaatst. Het schilderij, dat in 1914 door de Franse Staat in beslag was genomen, was volgens Kümmel Duits eigendom.

Jeu de Paume Jeu de Paume

Het schilderij werd opgeslagen in het gebouw Jeu de Paume, dat het verzamelpunt was van de door de ERR geconfisqueerde kunstwerken. Daar het behoorde tot de z.g. ontaarde kunst werd het enigszins achteraf gehouden. Voor de ontaarde kunst had men een aparte ruimte, die salle des martyrs werd genoemd, achter een gordijn gereserveerd. Op nevenstaande foto, die door een fotograaf van de ERR was genomen, is in het midden het schilderij Femme en rouge et vert te zien. De werken zouden verkocht of geruild worden voor meer gewenste werken.

Op 9 februari 1942 werd het schilderij samen met werken van Braque (De gitaarspeler uit 1914 uit het bezit van Alphonse Kann), Matisse, Picasso en di Chirico door Göring geruild voor twee 'oude meesters'. De ruil was tot stand gekomen door de Duitse kunsthandelaar Gustav Rochlitz, die in Parijs sinds 1933 een galerie had en 18 van de 28 officiële ruilbijeenkomsten van de ERR organiseerde. Tijdens een ondervraging door de OSS (Office of Strategic Services) eind juli 1945 onthulde Rochlitz de schuilplaats van het schilderij. Hij had het schilderij ondergebracht in een Duitse opslagplaats in Aufhofen (Post Egling) in de buurt van München. Het schilderij werd op 8 januari 1946 ingeleverd bij de CCP, het centrale verzamelpunt te München.

Op 3 juni 1948 werd het werk in München door de Commission de Récupération Artistique (CRA) op transport gesteld. Op 8 juni kwam Femme en rouge et vert in Parijs aan, waar het op 7 december 1949 werd ondergebracht in het Musée National d'Art Moderne, ondanks de duidelijke verwijzing naar Rosenberg. In 1953 kwam het schilderij te hangen in de Légerzaal van het museum.

Het schilderij behoorde tot het z.g. Musées Nationaux Récupération (MNR), de verzamelnaam van ongeveer 2000 kunstwerken, die bij het opheffen van de CRA in 1949 nog niet geclaimd waren door de eigenaar. Het museum kreeg het schilderij in bruikleen om het in goede conditie te houden, maar werd dus niet de eigenaar. Volgens de schrijver Hector Feliciano in zijn boek Le Musée disparu (Engelse vertaling: The Lost Museum) was het schilderij denkelijk niet geclaimd, doordat Léonce Rosenberg in jui 1947 was overleden en zijn vrouw en drie dochters niet in staat waren geweest om Léonces bezit te recontrueren.

Naar aanleiding van publicaties, o.a. van Hector Feliciano met het boek Le Musée disparu in 1995, kwam er openbare druk. De archieven van de MNR werden in 1997 en de Duitse archieven in Koblenz in 1999 geopend en men hernieuwde het onderzoek. De erven Rosenberg werden op de hoogte gebracht van de bevindingen. Ook de vraag of het schilderij van Léonce of van Paul Rosenberg was werd opgelost. Op 30 jui 2003 was er een rechterlijke uitspraak, dat na een akkoord van de erfgenamen van Léonce en Paul Rosenberg het schilderij behoorde tot het onverdeelde eigendom van de broers. Pas op 16 september 2003 kregen de erfgenamen van Rosenberg het werk terug. Op 4 november 2003 werd het werk bij Christie's geveild en bracht het $ 22,407,500 op.

Tentoonstelingen in Nederland

Het schilderij Femme en rouge et vert was in Nederland van 9 april t/m 2 mei 1932 te zien op de Tentoonstelling van Fransche Schilderkunst uit de Twintigste eeuw, École de Paris in het Stedelijk Museum te Amsterdam. In hetzelfde museum was het schilderij opnieuw te zien van 18 april t/m 26 mei 1952 tijdens de tentoonstelling Honderd Meesterwerken uit het Nationaal Museum voor Moderne Kunst te Parijs.

Laatste wijziging: 200911