Kubisme in Spanje.

Volgens de Amerikaanse verzamelaarster en schrijfster Gertrude Stein waren uitsluitend de Spanjaarden Pablo Picasso en Juan Gris de vertegenwoordigers van het kubisme, maar ook Maria Blanchard en Salvador Dalí hebben enige tijd kubistische werken gemaakt.

Het kubisme werd in Spanje vanaf 1912 in de pers verdedigd door Josep Maria Junoy (1887-1955). Hij schreef o.a. in El Poble Català. In april 1912 was voor het eerst kubistisch werk in Spanje te zien, daar van 20 april t/m 10 mei de Exposició d'Art Cubista werd gehouden in Galeries Dalmau, gelegen in de Carrer de Portaferrissa 18 te Barcelona. Het was de tweede tentoonstelling van kubisten buiten Frankrijk. De eerste was in juni 1911 in Brussel. Josep (José?) Dalmau (1867-1936) had van 1901 tot 1906 in Parijs gewoond en was na terugkeer in Barcelona een antiekzaak inclusief een galerie begonnen.

Paysage, Meudon, afm.: 147 x 115 cm Portret van Jacques Nayral, afm.: 162 x 114 cm Nu descendant l'escalier, afm.: 96 x 60 cm

In 1912 bezocht Dalmau van 23 maart t/m 11 april Parijs om de tentoonstelling voor te bereiden. De tentoonstelling in Barcelona bestond uit 12 werken van de Spaanse beeldhouwer August Agero, 2 van Marcel Duchamp (Sonata en het nevenstaande Naakt, een trap afdalend uit 1911), 7 werken van Albert Gleizes waaronder het nevenstaande Landschap te Meudon uit 1911 en Portret van Jacques Nayral uit 1911, 9 werken van Gris, 12 werken van Marie Laurencin, 3 werken van Jean Metzinger, 3 werken van Henri Le Fauconnier en 3 werken van Fernand Léger. Het voorwoord in de catalogus was geschreven door Jacques Nayral (1879-1914).


Galeries Dalmau

Jouers de foot-ball, afm.: 226 x 183 cm

In 1916 was de galerie een verzamelplaats voor kunstenaars uit Parijs, die waren uitgeweken wegens de Eerste Wereldoorlog. In twee artikelen in La Veu de Catalunya, n.l. op 11 en 18 december 1917, verdedigde Josep Dalmau zowel Albert Gleizes als het kubisme. In 1916 had Gleizes een tentoonstelling in de galerie, waar het nevenstaande schilderij Les joueurs de Football van Gleizes uit 1912-1913 te zien was. Dalmau kocht het schilderij van Gleizes. In 1953 of 1954 werd het schilderij verkocht aan Stephen Hahn en Sidney Janis in New York. In 1955 verkocht Janis het schilderij aan Nelson A. Rockfeller. Via de Marlborough-Gerson Gallery te New York kwam het schilderij in 1970 in de National Gallery of Art te Washington D.C.

Ook later speelde de galerie een belangrijke rol voor avant-garde kunstenaars. Zo had Joan Miró in 1918 zijn eerste solo-expositie in Galeries Dalmau en organiseerde Dalmau voor hem een tentoonstelling in Parijs in 1921. Van 26 oktober t/m 15 november 1920 werd in de galerie met een tentoonstelling van Franse Avant-garde kunst aandacht besteed aan o.a. Georges Braque, Gris, Henri Matisse, Miró, Pablo Picasso, Gino Severini en Paul Signac.

affiche, 1922 expositie Picabia, 1922 Spaanse vrouw met sigaret, afm.: 72 x 51 cm Optophone II, afm.: 72 x 60 cm Radio concerts, afm.: 72 x 59 cm

In 1922 had Francis Picabia van 18 november t/m 8 december een tentoonstelling in de galerie. Op de bovenstaande foto zijn o.a. te zien: Spaanse vrouw met sigaret uit 1916-1917, Optophone II uit 1922, Radio concerts uit 1921-1922 en denkelijk Vloeistofpomp. In totaal hingen er volgens de catalogus, waarvan het voorwoord geschreven was door André Breton, 47 werken. Van 7 mei t/m 1 juli 1996 werd in het Centre Georges Pompidou in Parijs de herdenkingstentoonstelling Francis Picabia galerie Dalmau 1922 gehouden. Hier waren 35 werken van de oorspronkelijke tentoonstelling te zien.

Salvador Dalí had van 14 t/m 27 november 1925 zijn eerste solo-expositie in Galeries Dalmau.

Laatste wijziging: 160711