Veiling ontaarde kunst in Zwitserland

Veiling Entartete Kunst, Luzern 1939

In 1938 stelde de minister van Volksvoorlichting en Propaganda Joseph Goebbels de Kommission zur Verwertung der Produkte entartete Kunst in om buitenlandse deviezen voor Duitsland te verkrijgen. De kunstwerken waren tijdens 'de zuivering' opgehaald uit Duitse musea en verzameld in de Köpenickerstraße 24 te Berlijn. Ondanks Dr. Franz Hoffmann, een lid van de commissie, die minstens in twee brieven aan Goebbels toestemming vroeg om in verband met een andere bestemming van de opslagruimte over te gaan tot verbranding van de kunstwerken, die nog in het Berlijnse depot lagen, werden niet alle in beslaggenomen werken vernietigd. Volgens een andere bron haalde Hoffmann Hitler over om Goebbels tegen te houden en door verkoop van de schilderijen en beeldhouwwerken deviezen te verkrijgen. De verkoopopdracht kreeg de Zwitserse galeriehouder Theodor Fischer in Luzern. Hij stelde 125 schilderijen en beeldhouwwerken tentoon in het Zunfthaus z. Meise te Zürich van 17 t/m 27 mei 1939 en daarna van 30 mei t/m 29 juni in de Galerie Fischer te Luzern.

Advertentie Veiling Entartete Kunst, Luzern 1939

Zelfs in de Verenigde Staten werd geadverteerd, gezien het nevenstaande deel van een advertentie in Art News van 29 april 1939. In de advertentie werden de namen vermeld van Braque, Chagall, Derain, Ensor, Gaugain, van Gogh, Laurencin, Modigliani, Matisse, Pascin, Picasso, Vlaminck, Marc, Nolde, Klee, Hofer, Rohlfs, Dix, Kokoschka, Beckmann, Pechstein, Kirchner, Hecke, Grosz, Schmidt-Rottl, Müller, Moderson, Macke, Corinth, Liebermann, Amiet, Baraud, Feininger, Levy, Lehmbruck, Mataré, Marcks, Archipenko en Barlach. Uitsluitend bij de naam van Gogh stond tussen haakjes Self-portrait. Juist dat schilderij is te zien op de bijgaande foto van de veiling. Op 30 juni 1939 werd een deel van de Entartete Kunst verkocht tijdens een veiling Gemälde und Plastiken moderner Meister aus Deutschen Museen in Grand Hotel National te Luzern. Het zelfportret van van Gogh, dat afkomstig was uit het museum van München, bracht met 175.000 Zwitserse francs het meeste op. De opbrengst van de veiling, waarop 28 werken niet waren verkocht, was 570.940 Zwitserse francs. Enkele niet op de veiling verkochte werken werden later nog privé verkocht. Hierdoor bleven deze werken in ieder geval gespaard voor vernietiging. Dat gebeurde wel met 1004 schilderijen en 3825 grafische werken, die door de Berlijnse brandweer op 20 maart 1939 via een enorme brandstapel werden verbrand. Dat was ook het geval met werken van Paul Klee, Max Ernst, Fernand Léger, Pablo Picasso en Miró die op 27 maart 1943 openbaar werden verbrand in Parijs.

boek, 1991

De veiling werd volgens de schrijver van Adrichem o.a. bijgewoond door de kunstverzamelaar P.A. Regnault, de schilder Quirijn van Tiel en de directeur van het Haags Gemeentemuseum, H.E. van Gelderen. Zij kochten niets. De resultaten van de veiling werden beschreven door S. Barron in het artikel The Galerie Fischer Auction in de catalogus van de tentoonstelling Degenerate Art. The fate of the avant-garde in nazi-Germany (ISBN: 0-8109-3653-4), die van 17 februari t/m 12 mei 1991 werd gehouden in het Los Angeles County Museum of Art en van 22 juni t/m 8 september 1991 in het Art Institute of Chicago.

Volgens de schrijver Lynn Nicholas waren o.a. aanwezig bij de veiling de sinds 1933 in Amsterdam wonende Duitse kunsthandelaar Walter Feilchenfeldt, een groep Belgen onder leiding van Dr. Leo van Pruyvelde, de kunsthandelaren Pierre Matisse en Curt Valentin en de kunstverzamelaar Joseph Pulitzer Jr. Pierre Matisse kocht voor Pulitzer het schilderij Baders met schildpad van zijn vader Henri Matisse voor 9.100 Zwitserse francs. Het Kunstmuseum Basel kocht 8 schilderijen en Zwitserse verzamelaars en kunsthandelaren ongeveer 40.

Bronnen en verdere informatie

boek, 1987 boek, 2007
  • Franz Roh: 'Entartete' Kunst: Kunstbarbarei im Dritten Reich, Hannover 1962.
  • Peter-Klaus Schuster: Die 'Kunststadt' München 1937. Nationalsozialismus und 'Entartete Kunst', München 1987 (ISBN: 978-3791318882).
  • Stephanie Barron: Degenerate Art: The Fate of the Avant-Garde in Nazi Germany, New York 1991. Het boek verscheen als catalogus bij de hierbovengenoemde tentoonstelling in het County Museum of Art te Los Angeles.
  • Lynn H. Nicholas: The Rape of Europe, New York 1994.
  • Uwe Fleckner: Angriff auf due Avantgarde: Kunst und Kunstpolitik im Nationalsozialismus, Berlijn 2007, ISBN: 978-3-05-004062-2.
Laatste wijziging: 020413