Het tentoonstellen van kubistische werken ging gepaard met artikelen in kranten en tijdschriften, waar voor- en tegenstanders elkaar bestreden. Het tumult dat de kubisten op de Salon d'Automne van 1912 hadden veroorzaakt zorgde ervoor dat het socialistische gemeenteraadslid en amateurfotograaf Pierre Lampué (1836-1924) een open brief schreef in Le Journal van 5 oktober via de vaste kunstcriticus Gabriel Mourey en in Mercure de France van 16 oktober 1912. De brief was gericht aan de heer Léon Bérard van het sous-secrétariat aux Beaux-Arts, een onderafdeling van Ministerie van Onderwijs. In beide kranten was dezelfde brief afgedrukt, maar volgens het redactionele commentaar in de Mercure de France werd de brief nu volledig afgedrukt. Het laatste deel van de brief, dat ontbrak in Le Journal, was een aanval op Franz Jourdain, de voorzitter van de Salon d'Automne en architect van het warenhuis La Samaritaine.
Een vervolg hierop was dat de socialistische afgevaardigde Jules-Louis Breton (1872-1940) voor het departement Cher sinds 1898 in de Chambre des Députés, vergelijkbaar met de Tweedekamer in Nederland, een interpellatie deed op 3 december 1912. Hij verzocht maatregelen te nemen opdat de kubisten niet meer op de Salon d'Automne zouden exposeren. Il est en effet, messieurs, absolument inadmissibles que nos palais nationaux puissent servir à des manifestations d'un caractère aussi nettement anti-artistique et anti-national. (=Het is absoluut ontoelaatbaar dat onze nationale gebouwen gebruikt kunnen worden voor uitingen van zo'n duidelijk anti-artistiek en anti-nationaal wijze). De aanval werd beantwoord door de Parijse socialist Marcel Sembat met Als een schilderij slecht lijkt voor iemand, dan heeft die het onbetwistbare recht om er niet naar te kijken en naar andere om te zien. Maar men roept niet de politie. Hiermee was de zaak afgedaan.
De advocaat Marcel Étienne Sembat zat sinds 1893 als afgevaardigde voor Montmartre in het parlement en schreef vanaf 1906 regelmatig voor L'Humanité, de krant van de soialistische partij. Sembat was sinds 1897 getrouwd met de schilderes Georgette Agutte, die twaalf uur na de plotselinge dood van haar man in september 1922 zelfmoord pleegde.
Door Léon Bérard (1876-1960), de afgevaardigde van Basses-Pyrénées vanaf 1910 en die later nog twee keer Ministre de l'Instruction publique et des Beaux-arts (in Nederland: minister van OCW) was, werd druk uitgeoefend op Frantz Jourdain, de voorzitter van de Salon d'Automne, om de regels van toelating te veranderen om het aantal buitenlanders (300 van de 700 kunstenaars, 9 van de 16 juryleden) en de invloed van groepen zoals de kubisten te beperken daar anders het Grand Palais niet meer beschikbaar zou zijn.
Het bovenstaande geeft wel aan hoe de meningen uit elkaar lagen.
Pablo Picasso gebruikte in zijn nevenstaande collage La bouteille de Suze een krantenartikel van 18 november 1912 over een anti-oorlogsdemonstratie, waarin Marcel Sembat werd genoemd. Dit artikel begon op de voorpagina en ging verder op de tweede pagina. Het bovenste gedeelte van de eerste kolom van de tweede pagina werd door Picasso aan de linker kant van de collage aangebracht. Zie de webpagina Krantenartikelen in de kubistische collages voor meer informatie.