Kubistische (wand)tapijten

Inleiding.

Bayeux 1066

In het verre verleden werden al kunstwerken in de vorm van een wandtapijt uitgevoerd. Wie kent niet het grote tapijt in Bayeux? De kamermuren van kastelen en belangrijke huizen waren voorzien van wandtapijt.

Braque

In de twintigste eeuw was een opleving van de toegepaste kunst in tapijtvorm. Er werden ontwerpen gemaakt speciaal voor tapijt, maar ook bestaande kunstwerken werden uitgevoerd als wandtapijt. In Duitsland was het Bauhaus een centrum dat bekend werd om zijn textieltoepassingen. In Frankrijk was de plaats Aubusson een middelpunt. Jean Lurçat (1892-1966) was in de twintiger en dertiger jaren van de twintigste eeuw een bekende tapijtkunstenaar.

Affiche Myrbor, 1926 Interieur Galerie Myrbor, 1926

Belangrijk voor de decoratieve kunst was de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in 1925 te Parijs. In verband met het succes op deze tentoonstelling opende Marie Cuttoli op 9 december 1926 La Maison Myrbor in de Rue Vignon te Parijs. De winkel was ingericht door André Lurçat, die ook nevenstaande advertentieposter voor de zaak ontwierp. De winkel verkocht kleding, leverde borduursels aan modehuizen en had een afdeling voor interieurdecoraties. Cuttoli haalde tussen 1922 en 1934 bekende kunstenaars over om een wandtapijt na een schilderij te laten maken. Zo zijn er voor de Tweede Wereldoorlog tapijten gemaakt van schilderijen van o.a. Georges Braque, André Derain, Raoul Dufy, Fernand Léger, Henri Matisse, Miró, Louis Marcoussis en Pablo Picasso. De economische crisis in de dertiger jaren zorgde voor weinige opdrachten en een slechte verkoop.

Zie voor een uitgebreide informatie:
Art Deco and Modernist Carpets van Susan Day, Londen, 2002. In het boek wordt de periode tot de Tweede Wereldoorlog beschreven.

Na de Tweede Wereldoorlog was er een opleving van de tapijtkunst. In 1946 werd in het Musée Nationale d'Art Moderne te Parijs een tentoonstelling van kunsttapijten gehouden, die ook in het Rijksmuseum te Amsterdam te zien was. Ook de galeriehoudster Denise René exposeerde geregeld kunsttapijten, o.a. in 1952 onder de naam Douze Tapisseries inédites van kunsttapijten gemaakt naar werken van Hans Arp, Sophie Taeuber-Arp, Herbin, Kandinsky, Le Corbusier, Léger, Magnelli en Victor de Vasarély. In Nederland werd in 1952 onder de naam Franse wandtapijten van heden in het Van Abbemuseum te Eindhoven en in Den Haag en Arnhem gehouden. Hier waren werken van o.a. Robert Delaunay, Raoul Dufy, Albert Gleizes, Fernand Léger, Henri Matisse en Jacques Villon te zien. Jean Lurçat was de promoter. In 1954 werd in het Stedelijk Museum te Amsterdam een expositie van moderne wandtapijten gehouden. De tentoonstelling ging daarna naar het Musée des Beaux Arts te Luik.

Behalve in Aubusson werden tapijten gemaakt in Cavalaire in het atelier van Jacqueline de la Baume-Dürrbach. Jacqueline, die geboren was in 1920, was in 1949 getrouwd met de beeldhouwer René Dürrbach (1910-1999), die les had gehad van Albert Gleizes. Na een driejarige opleiding op de Académie Julian en een jaar tapijtweven bij Beaudounet vestigde zij zich in 1949 in Cavalaire in het huis waar Gleizes had gewerkt. Zij maakte werken van o.a. Gleizes, Léger, Auguste Herbin, Delaunay en Villon, daar deze kunstenaars door hun kubistische achtergrond zeer 'plat' werkten. In 1951 zag Picasso werk van Jacqueline in galerie L'Annonciade te Saint-Tropez. In 1954 gaf Picasso haar de opdracht om het schilderij Les Arlequins in tapijt uit te voeren. In 1975 verhuisde Jacqueline met haar man naar Saint Rémy de Provence waar zij een prachtig atelier tot haar beschikking kreeg. In 1989 overleed Jacqueline.

Les Demoiselles d'Avignon als wandtapijt

Les Demoiselles d'Avignon

Een van de grootste afnemers van kunsttapijten gemaakt door Jacqueline de la Baume-Dürrbach was de Amerikaanse gouverneur Nelson Rockefeller. Via Nelly van Doesburg, de tweede vrouw van Theo van Doesburg, kocht hij een tiental tapijten van Picasso. Het begon in 1955 met het tapijt Guernica, groot 6,72 meter bij 3,06 meter. In 1961 werd het tapijt Les Demoiselles d'Avignon door Rockefeller gekocht. Andere tapijten van kubistische werken waren o.a. Le Studio (1964), Trois Musiciens en La Dance. Picasso, die vanaf 1946 op diverse plaatsen in Zuid-Frankrijk in de buurt verbleef, begeleidde het werkproces.

La Californie, 1960

In maart 1959 werd voor Picasso een tweede exemplaar van Les Demoiselles d'Avignon gemaakt. Het was bestemd voor zijn woning in Château de Vauvenarques. In nevenstaande foto uit 1960 is het tapijt te zien in Picasso's atelier La Californie. Misschien dat er nog een derde exemplaar gemaakt is van Les Demoiselles d'Avignon, daar door de Canadees Noah Torno en de Canadese firma Jordan-Danford Wines in 1960 belangstelling is geweest voor het aankopen van een exemplaar. Nelly van Doesburg had echter de afspraak met Jacqueline dat er maximaal drie exemplaren van één ontwerp zouden worden gemaakt. Hoogstens één van de twee kan tevreden zijn gesteld.

Pijp van Picasso

Pijp, afm.: 205 x 118 cm Hal Helena Rubenstein, 1935

Op de nevenstaande foto van de hal van het New Yorks appartement van het interieur van Helena Rubinstein zien we op de grond het nevenstaande handgeknoopte tapijt met als motief het schilderij Pijp van Picasso uit 1918. Het olieverf schilderij had de afmetingen 38 cm bij 46 cm en was in het bezit van Paul Rosenberg. Het tapijt was via La Maison Myrbor van Marie Cuttoli geleverd. Hetzelfde tapijt is te zien op de foto van La Maison Myrbor bovenaan deze webbladzijde. Het oorsprokelijke werk is te zien op een foto genomen in de Rue la Boétie in 1921.


Rugby van André Lhote

Rugby, Lhote, 1960

Op verzoek van de eigenaar van het schilderij Rugby van André Lhote uit 1917 heeft André Lhote dit schilderij laten uitvoeren in een handgeknoopt wollen tapijt met de afmetingen 208 cm bij 217 cm.

Georges Braque

Braque?

Op de internationale expositie in 1925 te Parijs lagen in het kantoor van de president van de Chambre Syndicale de l'Alimentation Française drie kleden. Het nevenstaaande tapijt was er één van. Het was volgens de schrijfster van het boek Art Deco and Modernist Carpets, Susan day, gebaseerd op Composition van Georges Braque en had als afmetingen 415 cm bij 280 cm.

Ingegerd Torhammn, 1930 Stockholm, 1930

Volgens Susan Day was het nevenstaande tapijt, dat door Ingegerd Torhamn (1898-1994) ontworpen was, geïnspireerd door een schilderij van Braque. Het handgeknoopte wollen tapijt had de afmetingen 190 cm bij 115 cm en was te zien op de Exhibition of Decorative Arts and Industrial Design in 1930 te Stockholm. Sven Markelius had op deze tentoonstelling een woonkamer ingericht. Behalve het genoemde tapijt had Torhamn nog twee tapijten op deze tentoonstelling, die meer geïnspireerd waren op het contructivisme. De drie tapijten zijn nu te zien in het Nationalmuseum te Stockholm, dat er één in 1965 en twee, waaronder het hier getoonde, in 1967 direct van de kunstenares kocht. Het Nationaalmuseum is gelegen aan de Södra Blasieholmshamnen.

Jeanne Rij-Rousseau

Jeanne Rij-Rousseau, 1915-1920

De kunstenares Jeanne Rij-Rousseau ontwierp naast het schilderen een aantal tapijten. Het nevenstaande handgeknoopte wollen tapijt La Cité Eclatée was een uitstekend voorbeeld van een kubistisch tapijt. De afmetingen van het tapijt waren 127 cm bij 107 cm en was gemaakt in de periode 1915-1920.

Jean Lurçat

Hal Neuilly Jardin, 1925

Jean Lurçat (1892-1966) ontwierp verschillende kubistische tapijten. Voor La Maison Myrbor van Marie Cuttoli ontwierp hij het nevenstaande tapijt Jardin (=tuin). Het tapijt lag in de stand van Cuttoli op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Moderne in 1925 te Parijs. De kunstverzamelaar Jacques Doucet zag het daar en kocht het tapijt voor zijn hal in zijn nieuwe huis te Neuilly-sur-Seine. Van het ontwerp werd een beperkt aantal tapijten in diverse kleuren gemaakt. De Amerikaanse Helena Rubinstein had een andere versie qua kleur in de hal van haar New Yorkse appartement. Dit tapijt is hierboven te zien bij Pijp van Picasso, waar een foto van haar hal staat.

Jean Lurçat was in 1892 te Bruyères in de Vogezen geboren en had een in Nancy een werkopleiding bij Victor Prouvé gevolgd. Na zijn verhuizing naar Parijs volgde Lurçat een schildersopleiding aan de Académie Colarossi. Vanaf 1923 ontwierp Lurçat tapijten voor diverse firma's, waaronder La Maison Myrbor. Na de Tweede Wereldoorlog zorgde hij voor een opleving van de tapijtindustrie in Aubusson. Hij vestigde zich toen in Saint Céré (Lot).

Nederland

Kubistische vloerkleden van Desso.

De Tapijtfabriek H. Desseaux N.V., die op 4 april 2007 door de Amerikaanse multinational Armstrong Holdings, Inc verkocht is aan de Nederlandse investeringsmaatschappij NPM Capital, heeft in het verleden onder de naam Desso ART negen verschillende tapijten naar schilderijen van Pablo Picasso gemaakt. Van elk ontwerp werden 500 genummerde exemplaren gemaakt van zuivere scheerwol. Van de negen schilderijen, n.l. Le Bouquet, La Paix, Coq, Colombe bleue avec fleurs, La Paloma con guisantes, Musicos con Mascaras, La Cocina, Figura, Arlequin y mujer con collar zijn er drie kubistisch te noemen.

kunstwerktiteljaarnu te zien in
La paloma con guisantes, afm.: 65 x 54 cmLa paloma con guisantes
(=Duif met groene erwten)
1912Musée d'Art de la Ville de Paris, Parijs.
Arlequin y mujer con collar, afm.: 200 x 200 cmArlequin y mujer con collar
(=Harlekijn en vrouw met collier)
1917Musée National d'Art Moderne, Parijs.
Musicos con mascaras, afm.: 200,7 x 140,4 cmMusicos con mascaras
(=Drie muzikanten)
1921Museum of Modern Art , New York.
Laatste wijziging: 121211