Na het mislukken van de groepen Cercle et Carré en Art Concret startte Theo van Doesburg in zijn nieuwe studio in Meudon met de voorbereidingen van een nieuwe kunstenaarsgroep. Op 12 februari 1931 was een eerste bijeenkomst van belangstellenden en kwam men overeen dat de groep de volgende kunstenaars zou uitnodigen. De keus viel op Albers, Arp, Brancusi, Boothy, Buchheister, Carlsund, Dexel, van Doesburg, Fernandez, Foltyn, Freundlich, Gabo, Giacometti, Grabowska, Hélion, Herbin, Kandinsky, Kiesler, Kupera (=Cupera), Frantisek Kupka, Lissitzky, Malevich, Man Ray, Miró, Piet Mondriaan, Neugeboren (=Henri Nouveau), Pevsner, Sartoris, Schwab, Switters, Stazewski, Striminski, Taeuber-Arp en Tutundjian.
Door de plotselinge dood van Theo van Doesburg op 7 maart 1931 werd de oprichting enige tijd uitgesteld. Uiteindelijk werd de groep volgens de schrijfster Geneviève Claisse in haar boek Herbin opgericht door de Fransman Auguste Herbin (directeur) en de Belg Georges Vantongerloo (president). Jean Arp was comité directeur, Albert Gleizes was de penningmeester en Jean Gorin (1899-1981) was de secretaris. Andere leden waren Hélion, Kupka, Tutundjian en Valmier. In november 1931 werd de eerste tentoonstelling gehouden in de salon Association 1940 gelegen bij de Porte de Versailles.
Opmerking: Volgens de schrijver Bruce Arnold werd de kunstenaarsvereniging opgericht op 15 februari 1931 en bestond het oprichtingscomité uit Arp, Gleizes, Hélion, Herbin, Kupka, Tutundjian, Valmier en Vantongerloo.
Vanaf 1932 tot en met 1936 werd jaarlijk het tijdschrift Abstraction-Création, art non-figuratif uitgegeven en een tentoonstelling gehouden onder de naam Abstraction-Création. In bovenstaand eerste nummer uit 1932 werden werken afgebeeld van Arp, Willi Baumeister, Beothy, Buchheister, Alexander Calder, Robert Delaunay, Sonia Delaunay, Dreier, William Einstein, Foltyn, Oto Freundlich, Naum Gabo, Gleizes, Gorin, Hélion, Herbin, Hone, Jelinek, Jellett, Kupka, Moholy-Nagy, Mondrian, Moss?, Antoine Pevsner, John Power (1881-1943), Prampolini, Roubillotte, Séligmann, Schliess, Kurt Schwitters, Strazewski, Taeuber-Arp, Tutundjian, Valmier, van Doesburg, Vantongerloo, Jacques Villon, Vordemberge, Edward Wadsworth (1889-1949) en Werner.
Herbin had in december 1931 zowel Jellett en Hone uitgenodigd twee foto's van hun werken en een pagina tekst aan te leveren voor dit nieuwe tijdschrift. De Engelse tekst van Jellett werd door Herbin in het Frans vertaald.
Door de kunstenaarsgroep Abstraction-Création werden vele exposities gehouden. Zo werd van 19 t/m 31 januari 1933 een expositie van werken van tien kunstenaars gehouden op de Avenue de Wagram 44 te Parijs.
De kunstenaarsgroep Abstraction-Création had zo'n grote aantrekkingskracht dat ruim 400 kunstenaars lid werden. Het vierde exemplaar van het blad werd aan 416 leden en vrienden gestuurd in 18 verschillende landen. Doel was het promoten van de abstracte kunst, waarbij de geometrisch-constructieve richting overheerste. Behalve de bovengenoemde personen sloten o.a. ook de volgende personen zich aan: M. Bill, L. Fontana, A. Magnelli, Ben Nicholson (1894-1982) en Barbara Hepworth (1903-1975).
In 1934 verlieten o.a. Naum Gabo, Antoine Pevsner, Otto Freundlich, Sophie Taeuber-Arp, Hans Arp, Hélion, Georges Valmier en Robert Delaunay de kunstenaarsgroep Abstraction-Création in verband met meningsverschillen over de kriteria voor kwaliteit.
Van 2 april t/m 4 juni 1978 werd in het Westfälisches Landesmuseum für Kunst und Kulturgeschichte des Landschaftsverbandes Westfalen-Lippe te Münster en van 16 juni t/m 17 september 1978 in het Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris de expositie Abstraction création 1931-1936 gehouden. De catalogus was zowel in het Duits als het Frans.