Vincence Kramár verzamelde voor de Eerste Wereldoorlog werken van Franse en Tsjechische kunstenaars. Hij kwam daarvoor geregeld in de periode 1911-1913 naar Parijs. Na de Eerste Wereldoorlog, toen Tsjechië samen met Slowakije een zelfstandige staat was geworden, werd Kramár directeur van de stichting Galerij van de Vereniging van Vaderlandse Vrienden van de kunsten in Bohemen. In 1923 werd door de Tsjechische regering een delegatie, waar Kramár en Emil Filla lid van waren, naar Parijs gestuurd om Franse kunst te kopen. De delegatie kocht voor 6 miljoen Tsjechische kronen werken, die nu te zien zijn in de Národní Galerie te Praag.
Onder de aankopen in 1923 waren de onderstaande kubistische werken.
| kunstwerk | titel | kunstenaar | jaar |
![]() | Landschap met brug | Pablo Picasso | 1909 |
![]() | Stilleven met druiven | Georges Braque | 1921-1922 |
![]() | Stilleven met gitaar | Georges Braque | 1921-1922 |
![]() | Stilleven met gitaar (Valse) | Georges Braque | 1921-1922 |
Ook niet-kubistische werken werden gekocht, o.a. van Derain, Picasso en het nevenstaande Zelfportret - Landschap van Henri Rousseau uit 1890. Een deel van dit schilderij, n.l. het schip, nam Robert Delaunay als eerbetoon aan Rousseau op in het belangrijke schilderij Ville de Paris uit 1912.
In 1923 werden ook enkele werken gekocht van de tentoonstelling van 19e en 20e eeuwse kunst, die gehouden werd in Praag. Te zien waren werken van Bonnard, Bourdelle, Braque, Derain, Despiau, Duchamp-Villon, Dufy, Laurens, Léger, Maillol, Marquet, Matisse, Ozenfant, Picasso, Rouault, Utrillo, de Vlaminck en Zadkine.
Later werd de verzameling ondergebracht in de Národní Galerie te Praag.