Kaart   Website

Het Stedelijk museum te Amsterdam is open voor het publiek!

Stedelijk Museum, Amsterdam

1895

Het Stedelijk Museum werd in 1895 geopend aan het huidige Museumplein, dat in die tijd een weiland was waar behalve het Stedelijk ook het Rijksmuseum (1885) en het Concertgebouw (1888) werden gebouwd. In de 20ste eeuw kwam daar het van Goghmuseum (1972) bij.

In het nieuwe museum werd de verzameling van de in 1891 overleden Sophia Augusta de Bruyn, Douairière Lopez Suasso, tentoongesteld aangevuld met stijlkamers afkomstig uit grachtenpanden aan de Heren- en Keizersgracht, die gesloopt werden voor de Raadhuisstraat. Ook verhuisde de Vereeniging tot het Vormen van een Openbare Verzameling van Hedendaagsche Kunst (VvHK) van het Rijksmuseum, waar de vereniging twee zalen in gebruik had, naar het Stedelijk. De vereniging 'met de lange naam' was op 18 april 1874 opgericht door Amsterdamse notabelen rond de bankier C.P. van Eeghen. Naast deze twee verzamelingen wilde het museum gelegenheid geven tot het houden van tentoonstellingen. Het museum stelde vooral expositieruimte beschikbaar. Pas na de weigering van de VvHK van een door Jan Toorop geschonken schilderij Portret Dr Hendrik Muller uit 1905 kreeg de conservator C.W.H. Baard (1870-1946) B&W van Amsterdam zover een eigen beleid te gaan voeren. Hij mocht vanaf 13 juli 1909 de moderne schilderijen (7 stuks) onder eigen verantwoording gaan tonen.

Door het nieuwe beleid ontving het museum werken uit particuliere verzamelingen te leen, die botsten met de smaak van de VvHK. Dr. J.F.S. Esser leende per 30 december 1910 40 werken van zijn kunstverzameling aan het museum uit. In januari 1914 had het museum in totaal 107 werken uit Essers verzameling in bruikleen. Andere bruikleengevers waren vanaf 20 februari 1914 P.A. Regnault en vanaf maart 1914 Piet Boendermaker.

Van 29 april tot 28 mei 1923 werd in het Stedelijk Museum De Eerste Russische Kunsttentoonstelling gehouden. Een groot gedeelte van de tentoonstelling was in oktober 1922 te zien geweest in de Galerie Van Diemen in Berlijn. Denkelijk had de schilder Peter Alma, die in 1921 in Moskou El Lissitzky had ontmoet, invloed gehad om de tentoonstelling naar Amsterdam te halen. Bij de opening was de Russische kunstenaar Natan Altman aanwezig. Te zien waren werken van pre- en postrevolutionaire Russische kunstrichtingen, o.a. van Exter, Malevich, Popova, Rodchenko, Rozanova, Stepanova en Tatlin.

Tot 1924 was het museum afhankelijk van schenkingen en bruiklenen en had het museum geen financiële middelen voor het aankopen van kunst. Boendermakers had bv. in 1924 119 werken van de in totaal aanwezige 271 werken geschonken of uitgeleend. In 1930 leende Ir. V.W. van Gogh 92 schilderijen en 143 tekeningen van Vincent van Gogh en 21 werken van zijn Franse tijdgenoten uit aan het Stedelijk Museum. In 1931 moest Boendermaker zijn bruikleencollectie wegens zijn financiële problemen officieel terugtrekken.

In de periode 1914 en 1932 waren de stadscollectie en de collectie VvHK gescheiden te zien op de bovenverdieping van het museum, de VvHk rechts en de stad links. Een deel van de benedenverdieping werd gebruikt voor een steeds groter aantal tentoonstellingen. Door ruimte gebrek zorgde de groei van de beide collecties voor problemen. De nieuwe voorzitter vanaf 1927, Mr. H.K. Westendorp (1868-1941), van de VvHK zocht meer de samenwerking en vanaf 1 maart 1932 werd de scheiding tussen de collecties opgeheven en gekozen voor een gezamenlijk aankoopbeleid.Per 1 januari 1936 volgde de kunsthistoricus jhr. D.C. Röell (1894-1961) directeur Baard op, die meer dan Baard internationale kunstwerken aankocht. Per 1 januari 1938 trad de conservator Willem Sandberg (1897-1984) aan.

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 bracht het Stedelijk Museum zijn collectie onder in bunkers bij Castricum. Onder de bezielde leiding van Willem Sandberg werd vanaf 1945 een begin gemaakt met het verzamelen van werken van de COBRA-groep en van de expressionisten. In september 1945 werd het museum geopend met een van Gogh tentoonstelling en een nieuwe opstelling van de bruikleen collectie van Regnault. Per 1 september 1945 was Willem Sandberg Dr. Röell opgevolgd, die directeur van het Rijksmuseum was geworden. In 1954 werd het museum uitgebreid met een nieuwe moderne vleugel. Pas vanaf het begin van de jaren '70 toonde het Stedelijk uitsluitend moderne kunst.

In 1958 kocht het Stedelijk 29 kunstwerken van Kazimir Malevich waarmee het de grootste collectie van Malevich in het Westen in bezit kreeg. Zie ook Malevich en het Stedelijk Museum.

Van 5 juni t/m 23 augustus 1992 werd in het Stedelijk Museum de tentoonstelling De Grote Utopie gehouden. De tentoonstelling ging over de Russische avant-garde van 1915 tot 1932.

Renovatie en nieuwbouw

CS Post

De groei van de collectie en de behoefte aan meer tentoonstellingsruimte zorgde ervoor, dat Wim Beeren, de directeur in de periode 1985-1992, bij zijn afscheid een prijsvraag uitschreef voor een uitbreiding. De gemaakte keuze viel te duur uit en ook initiatieven daarna liepen daarop stuk. In 2003 werd de adviescommissie Sanders ingesteld om het programma de eisen op te stellen en een prijsvraag uit te schrijven. Op 31 december 2003 sloot het museum de deuren in afwachting van een renovatie en de uitbreiding. Het museum verhuisde naar een tijdelijk onderkomen aan het Oosterdok, n.l. CS Post. Aangezien dit gebouw zou worden afgebroken, sloot het museum daar de deuren in oktober 2008.

SMA, 2012

Winnaar van de prijsvraag werd het ontwerp van de architecten Jan Benthem en Mels Crouwel: renovatie van het oorspronkelijke gebouw, afbraak van de uitbreiding, de z.g. Sandbergvleugel, uit 1958 en nieuwbouw achter het gebouw. In april 2007 startte de bouw van De Badkuip, maar de oplevering werd vertraagd door het failliet gaan van de bouwer. Een impressie van de nieuwbouw is te vinden op YouTube. Op 22 september 2012 was de officiële opening. De vaste collectie is ondergebracht in het oude gebouw en tijdelijke tentoonstellingen in het nieuwe. Voor de tijdelijke tentoonstellingen is 1100 m2 beschikbaar in de kelder van De Badkuip. Vanaf 2 januari 2013 is het museum elke dag open van 10.00 tot 18.00 uur en donderdags tot 22.00 uur.




Kubistische werken in het bezit van het museum.

kunstwerktitelkunstenaarjaarverkregen in
Kan en drie flessenGeorges Braque1908aangekocht in 1955
Glas met rietjesPablo Picasso1911
Tableau no. 3, compositie in ovaalPiet Mondriaan1913
Stilleven met gitaarPablo Picasso1924
Compositie nr. XV in geel en grijs, afmetingen: 61,5 x 76,5 cmCompositie nr. XV in geel en grijsMondriaan1913aangekocht in 1949
Stilleven, afmetingen: 82 x 51 cmStillevenIwan Puni 1917-1923Aangekocht in 1962
.Bouteille et journalHenri Laurens1915Verworven in 1954
Lamp, afmetingen: 84 x 70 cmLampKazimir Malevich1913Verworven in 1958
Dame bij de reclamezuil, afmetingen: 71 x 64 cmDame bij de reclamezuilKazimir Malevich1914Verworven in 1958
Les Trois Camarades, afm.: 92 x 73 cmDe drie kamaradenFernand Léger1920Aangekocht door Sandberg in de periode 1945-1962
Nature morte à la mandoline, afm.: 98,5 x 132 cmStilleven met Gitaar Pablo Picasso1924In 1958 gekocht voor fl. 203.000 uit de nalatenschap van P.A. Regnault
Laatste wijziging: 080113