Het museum vindt zijn oorsprong in de in 1866 gestichte Vereeniging tot oprichting van een Museum van Moderne Kunst te 's-Gravenhage. Doel was het verzamelen van eigentijdse kunstwerken. De verzameling werd tot 1871 getoond in het gemeentehuis, daarna in een pand aan de Korte Beestenmarkt en vanaf 1884 op de Korte Vijverberg. Vanaf 1912 had het museum in de persoon van de gemeentearchivaris Hendrik Enno van Gelder (1876-1960) een vooruitstrevende directeur. Zijn visie overtuigde het gemeentebestuur in 1914 om een nieuw onderkomen voor het museum te laten bouwen, maar de Eerste Wereldoorlog zorgde voor vertraging. In 1918 aanvaardde de gemeenteraad de nieuwbouw en architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934) kreeg de opdracht. Zijn ontwerp was echter te kostbaar en de verslechterende economie verhinderde de uitvoering. Nadat Berlage zijn ontwerp had vereenvoudigd werd met de bouw in 1931 begonnen. Op 29 mei 1935 werd het museum gelegen aan de Stadhouderslaan geopend. Het museum houdt zich vanaf het begin naast kunstnijverheid ook bezig met de moderne kunst. In de herfst van 1955 werd bv. de tentoonstelling Nieuwe Beweging in de Nederlandse schilderkunst rond 1910 gehouden.
| kunstwerk | titel | kunstenaar | jaar | verkregen in/opmerking |
![]() | De Overvloed | Henri le Fauconnier | 1910 | In 1934 door Conrad Kickert geschonken aan het museum. |
![]() | Vrouw met mosterdpot | Pablo Picasso | 1909-1910 | In 1956 aangekocht. |
![]() | Harlekijn | Pablo Picasso | 1913 | Gekocht in 1956 bij de Galerie Rosengart in Luzern. Het werk was in 1914 geconfisqueerd bij de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler. Op de veiling van het geconfisqueerd bezit van Kahnweiler in Hötel Drouot in Parijs op 13 en 14 juni 1921 werd het werk gekocht door Georges de Miré, een neef van Roger de la Fresnaye. De verzamelaar Alphonse Kann had het rond 1932 in zijn bezit. |
In het Haags Gemeentemuseum zijn vele werken van Piet Mondriaan aanwezig. In totaal bezit het museum minstens 150 werken van Mondriaan.
Tijdens de tentoonstelling Van Picasso tot Tápies, die van 27 oktober 2001 t/m 17 februari 2002 werd gehouden in het Gemeentemuseum was het nevenstaande kubistisch zelfportret van Salvadore Dali uit 1922 te zien. Op deze tentoonstelling was van Maria Blanchard (=M. Gutierrez 1881-1932) het nevenstaande kubistische werk Vrouw met waaier uit 1916 te zien.
Van 27 augustus t/m 21 november 2005 werd in het Gemeentemuseum de tentoonstelling Jacoba van Heemskerk, een herontdekking gehouden. In zestien ruimten werd een overzicht gegeven van haar ontwikkeling. In één zaal (zie foto's) werden twee wanden gevuld met kubistische werken. In een kleinere ruimte werd ook aandacht besteed aan werken van andere kunstenaars, die de belangrijkste koopster van werken van Jacoba van Heemskerck, Marie Tak van Poortvliet, ook in het bezit had. Hier waren kubistische werken te zien van Emil Filla (2), Fernand Léger, Lodewijk Schelfhout, Lyonel Feininger en Henri le Fauconnier.