Van 2 maart t/m 19 april 1936 werd in het Museum of Modern Art te New york de tentoonstelling Cubism and Abstract Art gehouden. Daar in het Whitney Museum of American Art van 12 februari t/m 22 maart 1935 een grote tentoonstelling onder de titel Abstract painting in America was gehouden, was deze tentoonstelling gericht op de abstracte kunst in Europa. De tentoonstelling werd volgens Alfred Barr Jr. gehouden om de voornaamste stromingen van moderne kunst in een samenhangende, objectieve en historische manier te laten zien. De tentoonstelling ging na New York naar San Francisco, waar de tentoonstelling van 28 juli t/m 23 augustus 1936 in het San Francisco Museum of Art werd gehouden, maar niet alle werken werden daar getoond.
In het voorwoord gaf Barr aan, dat de expositie gehouden werd naar aanleiding van het verzamelen van materiaal in de jaren 1927-1928 en het geven van lezingen in de lente van 1929. Pioniers waren in Barrs ogen Alfred Stieglitz, Arthur Jerome Eddy en vooral Katherine Dreier, die met haar Société Anonyme diverse tentoonstellingen van Europese abstracte kunst in Amerika organiseerde. De catalogus, waaraan Margaret Scolari, de vrouw van Barr, en James Johnson Sweeney hadden meegewerkt, had ook de structuur van 'lezingen'.
In de introductie ging Barr in op het begrip abstract. Onder de kop Near-abstractions and their titles noemde Barr het nevenstaande schilderij viool van Pablo Picasso uit 1912, dat in 1921 gekocht werd door mevrouw Krõller-Müller en dat in Otterloo te bewonderen is als het niet is uitgeleend. Volgens Barr gebruikte de kubisten de traditionele voorwerpen als materiaal voor kubistische analyse. Opmerkelijk in de inleiding is de vermelding als noot, dat het museum in eerste instantie geen toestemming kreeg van de United States Customs (=douane) om 19 beelden in de catalogus als kunst op te nemen, daar volgens de wet een beeld een dier of een menselijke vorm moest weergeven. Dit werd aangegeven bij de mededeling, dat de tekst en de tentoonstelling mede werd opgedragen aan de schilders van vierkanten en cirkels, die te lijden hadden van politici. Barr had voor de tentoonstelling een reis naar Europa gemaakt, waar hij in Duitsland de gevolgen van de machtsovername van de Nazipartij tegen in hun ogen ontaarde kunst had gehoord. Barr ontmoette o.a. in Hannover Alexander Dorner, directeur van het Landesmuseum. Speciaal joodse kunstenaars en abstracte schilders werden in hun mogelijkheden beknot.
In de niet genummerde hoofdstukken behandelde Barr alle stromingen vanaf het impressionisme. Op de stofomslag van de catalogus had hij het nevenstaande overzicht afgedrukt. In het eerste hoofdstuk gaf Barr twee stromingen in de abstracte kunst aan, de geometrische en de niet-geometrische. Bij de eerste richting noemde hij Piet Mondriaan, Antoine Pevsner en Naum Gabo, bij de tweede noemde hij Miro en Arp. Daarna volgde achttien hoofdstukjes, waarvan een drietal voor deze website van belang zijn, n.l. Analytical Cubism, Synthetic Cubism en Cubist sculpture.
Zie voor de aanwezige kubistische werken de webpagina: Kubistische werken op Cubism and Abstract Art.
