Van 18 december 1911 t/m 3 januari 1912 werd in Galerie Thannhauser, Theatinerstraße 7 te München de eerste tentoonstelling gehouden van de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter. Daar zijn nevenstaande schilderij Komposition V op 2 december 1911 werd afgewezen besloot Wassily Kandinsky de Neue Künstlervereinigung München te verlaten. Kandinsky was drie jaar daarvoor op 22 januari 1909 een medeoprichter geweest en was zelfs voorzitter geweest. Het was het slotstuk voor een al heel het jaar durende verschil van mening. De ene groep werd aangevoerd door Adolf Erbslöh en Alexander Kanoldt, de andere door Wassily Kandinsky en Franz Marc. In navolging van Kandinsky verlieten ook de kunstenaars Gabriele Münster, Marc, Alfred Kubin, de Russische componist Thomas von Hartmann en Henri le Fauconnier de vereniging. Aangezien Kandinsky en Franz Marc samen sinds juni 1911 bezig waren geweest met de voorbereiding van de Almanach Der Blaue Reiter besloten zij een tentoonstelling onder dezelfde titel te houden. In twee weken tijds bereidden Kandinsky en Marc de tentoonstelling voor, die Die Erste Ausstellung der Redaktion Der Blaue Reiter zou gaan heten.
De tentoonstelling viel samen met de derde tentoonstelling van de Neue Künstlervereinigung München, die ook bij Galerie Thannhauser plaatsvond. Door de korte voorbereidingstijd en het feit, dat Georges Braque, André Derain, Kees van Dongen, Henri le Fauconnier, Pablo Picasso en Rouault in september 1910 bij de tentoonstelling van de Neue Künstlervereinigung München vertegenwoordigd waren viel de keus op Robert Delaunay. Kandinsky had via de in Parijs wonende schilderes Elisabeth Epstein, die leerlinge bij Kandinsky was geweest en vriendin van Sonia Dealunay-Terk, foto's van werken van Robert Delaunay ontvangen. Aanvankelijk waren er schriftelijke contacten tussen Kandinsky en Delaunay voor de almanak, maar dat veranderde na het bekend worden van de nieuwe tentoonstelling. De schilderijen van Delaunay kwamen op de dag van opening aan en werden gelijk opgehangen.
Naast werken van Henri Rousseau (2 stuks), die in 1910 gestorven was, en Elisabeth Epstein (2) waren vier schilderijen en een tekening van Delaunay uiteindelijk aanwezig. De werken van de deelnemende kunstenaars hingen door elkaar in drie zalen van de galerie. Behalve van de al genoemde Rousseau en Epstein hingen werken van Albert Bloch (6), David Burljuk (2), Wladimir Burljuk (2), Heinrich Campendonk(2), Delaunay, Eugen von Kahler (2), Kandinsky (3), August Macke (3), Marc (4), Münter (6), Jean Bloé Niestle (1) en Arnold Schönberg (3).


Zoals te zien is op bovenstaande foto (links) van de vriendin van Kandinsky, Gabriele Münter, nam het werk De Stad, nr 2 uit 1910 een centrale plaats in de eerste zaal in. In de tweede zaal (middelste foto) hing Saint-Séverin, nr 1 uit 1909 en in de derde zaal (rechts) hingen Eiffeltoren uit 1911 en het niet op de foto staande nevenstaande schilderij De Stad, nr 1 uit 1910. Adolf Erbslöh (1881-1947) en Alexej von Jawlensky (1864-1941), die beiden lid waren van de Neue Künstlervereinigung München, kochten resp. het schilderij Saint-Séverin, nr 1 voor 700 Francs en De Stad, nr 1 voor 400 Francs. De Berlijnse fabrikant en verzamelaar Bernhard Koehler kocht het schilderij Eiffeltoren voor 1100 Francs. Delaunay kreeg in verband met de provisie voor Thannhauser 90% van de bedragen. Helaas ging dit schilderij in 1945 verloren.
De tentoonstelling ging na afloop op reis en werd van 15 t/m 31 januari 1912 gehouden in de Gereonsclub, Gereonsstraße 18-31 te Keulen. De Gereonsclub was op 21 januari 1911 in het atelier van de schilderes Olga F. Oppenheimer (1886-1941), Emmy Worringer (1878-1961) en Franz M. Jansen (1885-1958) met een tentoonstelling geopend voor het houden van tentoonstellingen. Door een tentoonstelling van Marc in oktober 1911 was de Gereonsclub bekend bij de leden van Der Blaue Reiter. Tot midden 1913 bleef de club bestaan. De werken van Delaunay waren hier ondanks de verkoop nog aanwezig.
De tweede tentoonstelling Der Blaue Reiter, Schwarz-weiß werd van 12 februari t/m 2 april 1912 gehouden bij de galerie van de Buch- und Kunsthandlung Hans Goltz in München. De tentoonstelling bestond uit ruim 300 grafische werken. Hieronder was van Delaunay alleen de nevenstaande tekening onder de titel Konstruktions-Zeichnung aanwezig. Deze tekening, Etude pour Villes, werd na afloop van de tentoonstellingen door Delaunay geschonken aan Kandinsky. Bij het vertrek van Kandinsky uit Duitsland in 1914 in verband met de Eerste Wereldoorlog liet Kandinsky de tekening achter bij Gabriele Münter. In 1957 werd de tekening via de Münter-Eichner-Stiftung geschonken aan de Städtische Galerie im Lenbachhaus te München.
Tijdens deze tentoonstelling waren schilderijen van Georges Braque, André Derain en Pablo Picasso aanwezig.
Bij de derde tentoonstelling, gehouden van 12 maart tot begin april 1912 in galerie Der Sturm te Berlijn, waren de hierbovenstaande schilderijen van Dalaunay afwezig, daar hij van 28 februari t/m 13 maart 1912 een solo-expositie had in Galerie Barbazanges te Parijs. Er was door Delaunay wel het nevenstaande schilderij Eiffeltoren uit 1910, nu in Staatliche Kunsthalle Karlsruhe, als vervanging gestuurd. Het schilderij bleef achter in Berlijn, daar Walden het voor een volgende tentoonstelling wilde gebruiken. De rest van de tentoonstelling ging door naar Bremen, waar in de Vereinigten Werkstätten für Kunst im Handwerk in mei 1912 de tentoonstelling plaatsvond. Van 25 maart t/m 12 juni 2000 werd deze tentoonstelling herdacht met een tentoonstelling in de Kunsthalle Bremen.
Volgens de schrijfster Christine Hopfengart waren er in totaal twaalf tentoonstellingen. Naast de al genoemde tentoonstellingsplaatsen waren enkele andere plaatsen: Hamburg, Hagen, Frankfurt, Boedapest, Oslo, Helsinki (febr.-maart 1914), Trondheim (april-mei 1914) en Göteborg (juni-juli 1914). In Hagen was de tentoonstelling in het Museum Folkwang en in Frankfurt am Main in de Kunstsalon Goldschmitt. De tentoonstellingen in Helsinki, Trondheim en Göteborg werden georganiseerd door Der Sturm.
Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op 1 augustus 1914 kwam een einde aan de kunstenaarsvereniging Der Blaue Reiter. De drie Russische kunstenaars, Kandinsky, Jawlensky en Werefkin verlieten Duitsland. De mannelijke Duitse kunstenaars, waaronder Macke, Marc en Heinrich Campendonk, werden opgeroepen. Macke sneuvelde al in 1914 en Marc in 1916.
Naast de hieronder genoemde tentoonstellingen met in de titel Der Blaue Reiter waren er vele tentoonstellingen gewijd aan het Duits expressionisme waarin aandacht besteed werd aan Der Blaue Reiter.
datum | titel | plaats |
september-oktober 1949 | Der Blaue Reiter München und die Kunst des 20. Jahrhunderts 1908-1914 | Haus der Kunst, München |
21 januari t/m 26 februari 1950 | Der Blaue Reiter, 1908-1914: Wegbereiter und Zeitgenossen | Kunsthalle Basel |
7 december 1954 t/m 8 januari 1955 | Der Blaue Reiter | Curt Valentin Gallery, New York |
20 augustus t/m 18 september 1960 | The Blue Rider Group | Royal Scottish Academy te Edinburgh |
2 augustus t/m 9 september 1961 | Der Blaue Reiter und sein Kreis | Österreichische Galerie, Wenen. Een groot deel van de tentoonstelling werd van 30 september t/m 29 oktober 1961 getoond in de Neue Galerie der Stadt Linz |
19 februari t/m 30 maart 1963 | Der Blaue Reiter | Leonard Hutton Galleries op East 57th Street 41 te New York. De galerie bestond sinds 1956 en richtte zich vooral op het Duitse expressionisme en de Russische Avant-Garde. De oprichter, Leonard Hutton (1902-1990), was een Duitse interieurontwerper, die in 1934 wegens zijn joodse afkomst vanuit Berlijn via Canada naar de V.S. emigreerde en eigenlijk de naam Hutschnecker had. Bij een bezoek aan de galerie Arpels in Keulen in 1960 zag Hutton werken van Gabriele Münter en kreeg hij te horen, dat zij nog in Murnau leefde. Hutton bracht een bezoek aan haar, kocht werken van haar en kreeg verhalen over de Der Blaue Reiter-tijd te horen. |
12 november 1989 t/m 11 februari 1990 | Der Blaue Reiter. Kandinsky, Marc und ihre Freunde | Sprengel Museum in Hannover. |
14 maart t/m 24 juni 2001 | Mattis Teutsch and Der Blaue Reiter | Hungarian National Gallery in Boedapest. |
5 juli t/m 7 oktober 2001 | Mattis Teutsch and Der Blaue Reiter | Haus der Kunst in München. |
27 juni t/m 11 oktober 2009 | Der Blaue Reiter | Museum Frieder Burda in Baden-Baden. |
6 februari t/m 13 juni 2010 | Kandinsky en Der Blaue Reiter | Gemeentemuseum Den Haag.
De tentoonstelling was in samenwerking met de Städtische Galerie im Lehnbachhaus in München. |
