In 1911 verlieten Emil Filla en Arnost Procházka de in hun ogen conservatieve groep Mánes en stichtten zij Skupina výtvarných umelcu, UVS, de groep van beeldende kunstenaars. In de herfst van 1911 gaf de groep voor het eerst het tijdschrift Umélecký mesicnik (=Artistiek Maandblad) uit. Voor de eerste nummers was de schilder Josep Capek de hoofdredacteur. Zijn taak werd in april 1912 overgenomen door de architect Pavel Janák en de schrijver Frantisek Langer. Het tijdschrift was internationaal gericht en bevatte o.a. litteratuur, kunstcritieken, artikelen over theater, architectuur, muziek en verslagen van exposities. Dankzij de kunsthandelaar Kahnweiler beschikte men over illustraties. Het blad verscheen iets meer dan twee jaar.
In de eerste jaargang, 1911-1912, waarvan het eerste nummer verscheen in oktober 1911, stonden o.a. artikelen van Janák (Prisma en piramide), Hofman (De geest van modern ontwepen in architectuur), een vertaling van Ardengo Soffici's Picasso e Braque, een verslag van de Salon d'Automne 1911 door Václav Spála en reproducties van werken van o.a. Braque, Cézanne, Derain, Picasso, Rodin, Rousseau en Seurat.
De tweede jaargang, 1912-1913, liet de scheiding zien tussen de voorstanders van de 'nieuwe kunst' van Picasso-Braque en de groep Puteaux en de aanhangers van het idee, dat kubisme slechts één van de mogelijkheden was van de vele richtingen in de moderne kunst. Dankzij het bezit van Vincenc Kramár en de medewerking van Kahnweiler konden in de tweede jaargang meer dan een dozijn werken getoond worden. Ook afbeeldingen van werken van Vincenc Benes, Filla, Otto Gutfreund, Janák en Gocár stonden in het tijdschrift.
In de tweede jaargang stonden o.a.
Van de derde jaargang verscheen uitsluitend nummer 1 in 1914. Het was gelijk de laatste uitgave van het tijdschrift. De kunstenaarsvereniging was door onderlinge verschillen uit elkaar gevallen.