Van 25 september t/m 24 december 2002 en van 1 t/m 6 januari 2003 werd in Les Galaries Nationales du Grand Palais, Avenue du Général-Eisenhower 3 te Parijs de tentoonstelling Matisse - Picasso gehouden. De expositie was een samenwerking van de Réunion des Musées Nationaux/Musée Picasso en het Musée National d'Art Moderne, Centre Pompidou.
Te zien waren 76 schilderijen, 28 beeldhouwwerken, 47 tekeningen, 10 papiers collés uit de periode 1906-1960. Deze werken waren afkomstig uit het permanente bezit van de musea en uit particulier bezit. Het hiernaast afgebeelde schilderij Femme nue aux bras levés uit 1907, dat voor het eerst in Parijs tentoongesteld werd, was daar een voorbeeld van.
Deze tentoonstelling was de tweede uit een reeks van drie. Van 11 mei t/m 18 augustus 2002 werd de eerste in Tate Modern te Londen gehouden. De derde was van 13 februari t/m 19 mei 2003 in The Museum of Modern Art te New York. Uitgebreider informatie kunt u vinden in het boek Matisse-Picasso van Elizabeth Cowling, London, 2002, ISBN 1-85437-376-5.
Henri Matisse, de belangrijkste schilder van het fauvisme, en Pablo Picasso ontmoetten elkaar via Leo en Gertrude Stein in de winter van 1905-1906. Het waren geen echte vrienden, maar hielden elkaar wel op te hoogte van elkaars ontwikkelingen tot de dood van Matisse in 1954. Matisse sprak van een fraternité artistique in verband met de relatie. Van Picasso was de uitspraak Il faudrait pouvoir mettre côte à côte tout ce que Matisse et moi avons fait en ce temps-là. Jamais personne n'a si bien regardé la peinture de Matisse que moi. Et lui, la mienne... die werd weergegeven in de uitgave van Pierre Daix: Picasso Créateur, Paris 1987. Matisse en Picasso hielden heel hun leven contact met elkaar, zowel in Parijs als aan de Franse Riviera. In de winter 1907-1908 gaf Picasso het door hem geschilderde schilderij Kan en schaal aan Matisse cadeau.
De expositie in het Grand Palais werd voorafgegaan door een aantal eerdere gemeenschappelijke expositie.
De eerste gemeenschappelijke tentoonstelling was bij de opening van de Galerie Paul Guillaume in de Fauborg Saint-Honoré 108 te Parijs in 1918. Van 23 januari t/m 15 februari 1918 waren in drie ruimten 12 werken van Matisse en 13 van Picasso uit de pre-kubistische periode te zien. De expositie was georganiseerd door Léonce Rosenberg en de catalogus werd ingeleid door Guillaume Apollinaire. Het is nog steeds onduidelijk of het schilderij Les Demoiselles d'Avignon tentoon werd gesteld, daar nummer 13 uitsluitend Tableau heette.
De tentoonstelling werd voorafgegaan door een ongebruikelijke reclamecampagne. Posters op oranje papier werden verspreid. Apollinaire schreef een perscommuniqué en diverse artikelen in kranten en tijdschriften. Er werd zelfs van de tentoonstelling een kort filmpje gemaakt, die als nieuwsflits werd gedraaid in de bioscopen. Volgens de schrijver Peter Read in zijn boek Picasso & Apollinaire was dit de eerste keer dat alle toenmalige massacommunicatiemiddellen voor een kunsttentoonstelling werden ingezet.
Van 19 oktober t/m 11 november 1938 werd in het Boston Museum of Modern Art de expositie Picasso, Henri-Matisse gehouden. Van Picasso waren 23 werken uit de periode 1901-1937 aanwezig en van Matisse 15 werken uit de periode 1906-1937.
Van 5 december 1945 t/m 15 januari 1946 werd in het Victoria and Albert Museum te Londen de expositie Matisse-Picasso Exhibition gehouden. Van Picasso waren 27 werken uit de periode 1939-1945 aanwezig en van Matisse 24 werken uit de periode 1896-1944. De expositie, die in Londen ongeveer 160.000 bezoekers trok, ging daarna naar Manchester (mei), Glasgow, Brussel en Amsterdam.
Picasso en Matisse hebben vele keren gelijktijdig deelgenomen aan groepstentoonstellingen. Hieronder een onvolledig overzicht.
1902 | Galerie Berthe Weill, Parijs. |
10 t/m 30 december 1907 | Galerie Eugène Blot, Parijs. |
16 september t/m 9 oktober 1910 | Ausstellung des Sonderbundes Deutcher Kunstfreunde und Künstler, Düsseldorf |
8 november 1910 t/m 15 januari 1911 | Picasso had 9 en Matisse had 23 werken hangen tijdens de tentoonstelling Manet and the Post-Impressionists, die gehouden werd in Grafton Galleries te Londen. |
januari 1912 | Ruiterboer tentoonstelling, Moskou. |
25 mei t/m 30 september 1912 | Picasso had 16 werken en Matisse had 5 werken hangen op de Sunderbund, Keulen. |
5 oktober t/m 31 december 1912 | Second Post-Impressionist Exhibition in de Grafton Galerries, Londen. |
6 oktober t/m 7 november 1912 | De Moderne Kunstkring, Stedelijk Museum, Amsterdam. |
vanaf 24 februari 1913 | Galerie Berthe Weill, Parijs. |
januari 1914 | Flechtheim Galerie, Düsseldorf. |
zomer 1914 | Sommerschau exhibition, München. |
16 t/m 31 juli 1916 | Galerie Barbazanges: L'Art Moderne en France (ook bekend onder de naam Le Salon d'Antin), Parijs. |
19 november t/m 5 december 1916 | Lyre et Palette in Salle Huyghens, Parijs. |
18 november t/m 10 december 1916 | Kunstnerforbundet, Oslo. |
november 1917 | Noir et blanc, Galerie Berthe Weill, Parijs. |
15 t/m 23 december 1918 | Picasso, Matisse et Modigliani, Galerie Paul Guillaume, Parijs. |
november 1919 | Samen met Gris en Laurens hadden Picasso en Matisse een tentoonstelling van tekeningen en aquarellen bij Paul Rosenberg. |
28 januari t/m 12 februari 1920 | Galerie Devambez: Peinture Moderne, Parijs. |
16 maart t/m 3 april 1920 | Galerie Editions Crès, Parijs. De expositie was gewijd aan naakten. |
20 april t/m 8 mei 1920 | Galerie Editions Crès, Parijs. De expositie was gewijd aan portretten. |
vanaf 20 april 1920 | Salon d'Art Moderne in galerie Maison Watteau, Parijs. |
28 april t/m 8 mei 1920 | Galerie des Feuillets d'Art, Parijs. |
2 augustus t/m 11 september 1920 | Société Anonyme, New York. |
15 december 1920 t/m 1 februari 1921 | Société Anonyme, New York. |
2 t/m 21 januari 1921 | Exposition Internationale d'Art Moderne, Genève. |
vanaf 21 februari 1921 | Galerie Berthe Weill, Parijs. Dit was tevens de 100ste expositie die Berthe Weill hield. |
27 maart t/m 25 april 1921 | French Art, Brooklyn Museum, New York. |
3 t/m 21 mei 1921 | Galerie Bernheim-Jeune: Nus, Parijs. De expositie liet 60 naakten zien. |
3 mei t/m 5 september 1921 | Loan Exhibition of Impressionst and Post-Impressionist Paintings, Metropolitan Museum of Art, New York. |
12 december 1921 t/m 7 januari 1922 | Galerie Berthe Weill: Retrospective 1900-1921, Parijs. |
14 t/m 30 juni 1922 | Galerie Marcel Bernheim: Etrudes et Portraits de Femmes, Parijs. |
1 t/m 20 december 1924 | Galerie Paul Rosenberg: Quelques peintres du XXème siècle, Parijs. Van Picasso en Matisse waren vier werken aanwezig. Opvallend was dat voor het eerst werken van Matisse, die onder contract stond van Galerie Bernheim-Jeune, bij de concurrent te zien waren. |
juni-juli 1927 | Galerie Paul Rosenberg, Parijs. |
april-mei 1929 | Galerie Paul Rosenberg, Parijs. |
19 januari t/m 16 febrari 1930 | In het Museum of Modern Art te New York werd de expositie Painting in Paris from American Collections. Van Picasso waren 14 en van Matisse 11 werken aanwezig. |
januari-februari 1931 | Galerie Paul Rosenberg, Parijs. |
15 november t/m 5 december 1931 | Pierre Matisse Gallery, New York. Dit was de eerste expositie in de galerie van Matisses zoon. Op de expositie waren ook werken van Braque, Derain, Dufy, Lurçat, Rouault en Rousseau te zien. |
17 juni t/m 10 november 1937 | Les Maîtres de l'art indépendant 1895-1937 in het Petit Palais te Parijs. De tentoonstelling was samengesteld door Raymond Escholier. Zowel voor de 32 werken van Picasso, 30 schilderijen en 2 beelden, als voor de 61 werken van Matisse waren aparte zalen gereserveerd. Behalve de werken waren ook vele tekeningen aanwezig. |
27 juni t/m 30 september 1947 | Exposition de peintures et de contemporaines in het Palais des Papes te Avignon. Yvonne Zervos had 150 werken verzameld voor de tentoonstelling waaronder 11 van Picasso en 12 van Matisse. |