| Door een tik op een van de vier grote schilderijen wordt een gekleurde afbeelding getoond. |
In het begin van de twintigste eeuw waren in Parijs 4 jaarlijkse tentoonstellingen met elk een ander toelatingseis. In 1903 werd de Salon d'Automne als concurrent van de Salon des Indépendants opgericht. De salon werd van 31 oktober t/m 6 december 1903 gehouden in de kelder van het Petit Palais maar in de volgende jaren in het Grand Palais. De nieuwe directeur van de École des Beaux-Arts, Henri Marcel, zorgde in 1904 voor deze overstap, nadat het Petit Palais niet beschikbaar was. Ook de Salon des Artistes Français gebruikte het Grand Palais. De diverse stromingen, maar ook kunstenaars, werden op samenhangende wijze gepresenteerd. Bovendien gaf het een doorsnede van de aanwezige kunst. De exposities werden georganiseerd door de Société du Salon d'Automne, waarvan Frantz Jourdain, de architect van het warenhuis La Samaritaine, de oprichter en de voorzitter was. Frantz Jourdain woonde in Montmartre naast Jacques Villon en Raymond Duchamp-Villon en denkelijk werden de broers Duchamp daardoor ook bestuursleden van de Salon. Erevoorzitters waren Eugène Carrière en Auguste Renoir. De toelatingscommissie werd via loting samengesteld uit de leden. Als een kunstenaar drie keer achter elkaar was toegelaten tot de Salon werd hij Sociétair en was hij daarna niet meer afhankelijk van de jury.
De Salon d'Automne onderscheidde zich van de andere salons door de retrospectieve tentoonstellingen van 'moderne' kunstenaars en de ruime aandacht voor andere kunsten naast de schilder- en beeldhouwkunst.
In 1903 was er een overzicht van de op 8 mei 1903 op het Zuiderzee eiland Fatu-Iwa overleden Paul Gauguin, in 1904 (15 oktober - 15 november) van Paul Cézanne, in 1905 (18 oktober - 25 november) van Les Fauves, maar ook Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867) en Édouard Manet (1832-1883). De inrichters waren de kunstcriticus en -historicus Armand Dayot (1851-1934) en de kunsthistoricus en directeur van o.a. Musée du Luxembourg, Léonce Benedite (1856-1925). Zij hadden op gezag van de vicepresident Georges Desvallières uit de 1636 schilderijen, tekeningen en beelden die werken gehaald, die opvielen door de felle kleuren. In zaal VII, bekend als cage centrale, hingen werken van Charles Camoin [5 stuks], André Derain [4], Henri Matisse [5], Henri Manguin [5], Albert Marquet [5], Maurice de Vlaminck [5], Kees van Dongen [2], Othon Friesz [1], Jean Puy [1], Louis Valtat [1] en Albert Marque [2]. Door een opmerking van de journalist Vauxcelles werd de zaal spoedig cage aux fauves (=kooi van de wilde beesten) genoemd.
Buiten de schilderijen en beeldhouwwerken werden ook ander kunstwerken getoond. Vanaf 1903 was de decoratieve kunst in een grote veelzijdigheid aanwezig, bv. boekbindingen en theaterdecors en kostuums. Het succes van de tentoonstellingen bereidde zeker het succes van de Universal Exposition Internationale des Arts Decoratifs in 1925 voor. Ook fotografie, letterkunde, cinema en muziek kregen in de loop der jaren een plaats op de Salon d'Automne. In 1904 werden bv. 27 foto's getoond, die genomen waren door Cézanne. Alexandre Mercereau leidde later bv. de Section Littéraire en Abel Gance (1889-1981) die van le Cinéma.

De tentoonstelling van 1906 werd gehouden van 6 oktober t/m 15 november. Robert Delaunay stelde op deze tentoonstelling het nevenstaande fauvistische schilderij L'homme à la tulipe, een portret van Jean Metzinger tentoon.

Op de tentoonstelling van 1907, die gehouden werd van 1 oktober t/m 22 oktober, hing het nevenstaande schilderij Viaduc à l'Estaque van Georges Braque, dat nu in het Minneapolis Institute of Arts hangt. In 1907 was er een retrospectieve tentoonstelling met 56 werken van Paul Cézanne, als eerbetoon aan de in 1906 overleden schilder.

Voor de tentoonstelling van 1908, die gehouden werd van 1 oktober t/m 8 november in het Grand Palais des Champs-Élysées, weigerde de jury, waar Matisse, Guérin, Rouault en Marquet deel van uit maakten, zes recente werken van Georges Braque. Volgens de regels mocht daarna elk lid van de jury eventueel een werk alsnog toelaten. Charles Guérin (1875-1939) en Marquet kozen elk een werk, maar Braque trok min of meer tegen de regels alle werken terug. Braque zou deze werken, die zijn breuk met het fauvisme lieten zien, in november 1908 tentoonstellen bij Daniel-Henry Kahnweiler in de Rue Vignon 28, Parijs. Het zou de eerste expositie van het kubisme worden. Matisse had zelf 30 werken op de Salon d'Automne 1908 hangen.

Op de tentoonstelling, die gehouden werd van 1 oktober t/m 8 november, trok het nevenstaande schilderij Portret van Pierre-Jean Jouvre van Henri le Fauconnier de aandacht van o.a. Gleizes. Le Fauconnier had de dichter Jouvre in 1906 ontmoet en was bevriend met hem geworden.

Op de tentoonstelling van 1910, gehouden van 1 oktober t/m 8 november, exposeerden Jean Metzinger, Henri Le Fauconnier en Fernand Léger toevallig samen in zaal VIII. Volgens Albert Gleizes was dit het moment waarbij de latere Montparnasse-groep elkaar ontdekte. Behalve de genoemde personen bestond de groep verder uit Roger de la Fresnaye en Archipenko. Ook de drie broers Duchamp, Marcel, Jacques en Raymond, en hun vriend Picabia namen aan de tentoonstelling deel. Naar aanleiding van deze salon schreef Metzinger het artikel Notes sur la peinture, waarin hij de nieuwe kunststroming van Picasso, Braque, Delaunay, Gleizes en Le Fauconnier duidelijk maakte. Van Le Fauconnier hing het nevenstaande schilderij Village dans les rochers op de Salon d'Automne van 1910.
Volgens Apollinaire hing op de salon o.a. het volgende schilderij, dat eigendom was van de heer G. Comerre. Het schilderij werd afgebeeld in het boek Du Cubisme van Gleizes en Metzinger, dat in 1912 werd uitgegeven. Bij de afbeelding stond de opmerking, dat het schilderij getoond was op de tentoonstelling Salon d'Automne in 1910. De eigenaar was denkelijk George Comerre (1890-), de zoon van de schilder Léon Comerre (1850-1916) en zijn vrouw, de schilderes Jacqueline Paton (1859-1955). Albert Gleizes was een neef van Comerre.
| kunstwerk | kunstenaar | titel |
![]() | Jean Metzinger | Naakt |

Onder aanvoering van Le Fauconnier, Gleizes en Metzinger werd ook de Salon d'Automne van 1911, die gehouden werd van 1 oktober t/m 8 november, door de Montparnasse-groep veroverd. Met behulp van de schilder Georges Desvaillières (1851-1950) werd de jury overgehaald de kubisten toe te laten en kregen Duchamp-Villon en La Fresnaye als lid van de plaatsingscommissie grote invloed. In zaal 8 hingen werken van o.a. Le Fauconnier, Léger, Metzinger, Gleizes, La Fresnaye, André Lhote, Villon, Duchamp. In zaal 7 hingen werken van Frantisek Kupka en Picabia. Delaunay ontbrak wegens de weigering in 1907. Laurencin was alleen aanwezig met Stilleven met waaier op een door Roger de la Fresnaye ontworpen schoorsteenmantel in het onder leiding van André Mare ontworpen gedeelte decoratie kunst.
| kunstwerk | kunstenaar | titel |
![]() | Jean Metzinger | Theetijd |
![]() | Fernand Léger | Naakten in het bos |
![]() | Studie voor drie portretten | Fernand Léger |
| Henri Le Fauconnier | Landschappen uit Savoye | |
![]() | Albert Gleizes | De Jacht |
| Marcel Duchamp | Portrait (Dulcinée) |
| Marcel Duchamp | Jeune Homme et jeune Fille dans le Printemps |
![]() | Kupka | Plans par couleurs. Le Grand Nu |
![]() | Gleizes | Portret van Jacques Nayral |
Volgens het boek Apollinaire & Picasso nam Apollinaire Picasso mee naar de opening van de tentoonstelling voor de pers in 1911 en zag hij daar de kubistische werken in zaal 8.

Van de Salon d'Automne 1912, gehouden van 1 oktober t/m 8 november, werd op 2 oktober in de krant l'Excelsior een aantal schilderijen getoond. Bovenaan in het midden is o.a. te zien het schilderij Man op balkon (afm.: 195 x 115 cm) uit 1912 van Albert Gleizes en onderaan in het midden het schilderij Amorpha, Fugue en deux couleurs uit 1912 van Frank Kupka. In zaal XI waren de kubisten Archipenko, Le Fauconnier, Gleizes, Kupka, Léger, Metzinger en Picabia te zien. Ook werk van Amadeo de Souza Cardosa en vier beelden van Amedeo Modigliani waren in deze zaal te zien. De vier gerekte hoofden zijn te zien op de foto bovenaan deze webpagina, die stond in L'Illustration van 12 oktober 1912.
Op deze tentoonstelling was ook te zien La Maison Cubiste. Dit huis bestond uit een door Raymond Duchamp-Villon ontworpen voorgevel van 10 bij 3 meter met daar achter drie ruimtes: een hal, een woon- en een slaapkamer. Het was een voorbeeld van de art décoratif (=toegepaste kunst). De belangrijkste medewerkers waren o.a. André Mare, een decoratieve ontwerper, Roger de La Fresnaye, Jacques Villon en Marie Laurencin. In het huis hingen enkele kubistische schilderijen, n.l. van Duchamp, Gleizes, Léger (Le Passage à niveau, 1912), Metzinger (Vrouw met waaier, 1912) en de la Fresnaye (La partie de Cartes). De getoonde opvatting werd door de Tsjechische architecten Josef Godár, Josef Chochol en Pavel Janák in Praag in praktijk gebracht. Zie Tsjechische kubistische bouwkunst.
| kunstwerk | kunstenaar | titel |
| Metzinger | Vrouw met waaier |
| Metzinger | Danseres in café |
![]() | Léger | Vrouw in Blauw |
![]() | Léger | De spoorwegovergang |
![]() | de la Fresnaye | De Baders |
![]() | de la Fresnaye | Het kaartspel |
![]() | Le Fauconnier | De Jager |
![]() | Le Fauconnier | De bergbewoners aangevallen door de beren |
![]() | Gleizes | Man op het balkon |
![]() | Lhote | Le Jugement de Pâris |
![]() | Kupka | Amorpha, Fugue en deux couleurs |
![]() | Picabia | Lente |
In de pers werd uitvoerig aandacht besteed aan de tentoonstelling, bv. in La Vie Parisienne van 5 oktober 1912 (links) en in Commoedia illustré van 20 oktober 1912 (rechts). Behalve beelden van Modigliani zien we het schilderij Man op Balkon van Gleizes en Vrouw in Blauw van Léger. | ![]() ![]() |
In de Franse kranten werd ook de draak met de nieuwe kunststroming gestoken. In Le Rire stond op 10 oktober 1912 de nevenstaande spotprent, waarin tot uitdrukking komt dat men genoeg kubisme heeft gezien en op 26 oktober 1912 het nevenstaande karikatuur schilderij. Op 9 november 1912, een dag na de sluiting van de tentoonstelling, stond op de voor pagina van Journal Amusant onder de kop Le ..bisme expliqué de nevenstaande tekening met de begeleidende tekst: Je ne vous dis pas que c'est comme ça que vous la voyez. Je ne vous dis pas que c'est comme ça que je la vois. Je vous disque c'est comme ça qu'ELLE EST (=Ik zeg u niet dat het is zoals u het ziet. Ik zeg u niet dat het is zoals ik het zie. Ik zeg u dat het is zoals ZIJ IS). | ![]() ![]() ![]() |

Op deze tentoonstelling, die gehouden werd van 15 november 1913 t/m 8 januari 1914, was duidelijk de tendens naar abstracte werken aanwezig. Van Delaunay, Duchamp en Léger waren geen werken te zien. Léger had n.l. kort voor de salon een exclusief contract met Kahnweiler afgesloten.
Het voorwoord van de catalogus werd geschreven door Marcel Sembat, die in het parlement de vrijheid van kunstuiting had verdedigd, nadat Jules-Louis Breton op 3 december 1912, naar aanleiding van een open brief van Pierre Lampué over de Salon d'Automne van 1912, een interpellatie had gedaan. Zie de webpagina Kubisme en de Franse politiek.
| kunstwerk | kunstenaar | titel |
| Metzinger | Im Schiff | |
| De La Fresnaye | De verovering van de lucht |
| De La Fresnaye | Het Huwelijksleven |
| Gleizes | De vissersboot | |
| Gleizes | Stad en rivier |
| Picabia | Udnie (=une dimension) |
| Picabia | Edtaonisl (=danseuse étoile) |
Deze tentoonstelling kwam nog in het nieuws door Kees van Dongen. Het nevenstaande schilderij Tableau, later ook bekend onder de naam De Spaanse sjaal, werd op last van de politie verwijderd. In 1949 gebeurde hetzelfde in Rotterdam. Na veertien dagen werd het doek van de grote overzichtstentoonstelling in Museum Boijmans verwijderd. Het doek is nu te zien in Centre National d'Art et de Culture Georges Pompidou te Parijs.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog en enige tijd daarna werden geen Salons gehouden. Pas in 1919 was er weer een Salon d'Automne, die gehouden werd van 1 november t/m 10 december, in het Grand Palais te Parijs. Speciale aandacht, n.l. een overzichtstentoonstelling, was er voor Raymond Duchamp-Villon, die op 7 oktober 1918 was overleden. Te zien waren 19 werken van hem uit de periode 1906-1918.

Voor de salon van 1929, gehouden van 3 november t/m 22 december, zorgde Kees van Dongen voor het affiche en de uitnodiging voor de vernissage.

Onder leiding van Albert Gleizes was een deel van de tentoonstelling gewijd aan het kubisme onder de titel Aspect actuel du cubisme chez quelques aînés et quelques jeunes (=Actuele aspecten van het kubisme bij enkele ouderen en enkele jongeren).
De Salon d'Automne wordt nog elk jaar gehouden. Alle gegevens zijn te vinden via de website: www.salon-automne-paris.com
