Het expressionisme is een kunststroming, welke in tegenstelling met het impressionisme, dat passief de ondergane indrukken probeert weer te geven, er naar streeft om op een zodanige manier de waargenomen of voorgestelde werkelijkheid weer te geven, dat het resultaat aan het innerlijk gevoel beantwoordt. Het woord expressie betekent gevoelsuitdrukking. Het woord expressie wordt gebruikt met betrekking tot alle de mens ten dienste staande middelen om zij gevoelens te uiten, zoals tekenen, schilderen, handvaardigheid, muziek, toneel en dans. Expressionistische kunst heeft dan ook een algemene betekenis en slaat op alle kunstuitingen van alle tijden waarin de gevoelsuitdrukkingen een zeer belangrijke plaats inneemt.
De term expressionisme werd in 1910 door de criticus Herwarth Walden voor het eerst gebruikt met betrekking tot een kunststroming, die al verscheidene jaren bestond, namelijk: Die Brücke (1905-1913).
In 1905 besloten 4 studenten in Dresden de architectuur te verlaten en schilder te worden. Ernst Ludwig Kirchner, Fritz Bleyl, Erich Heckel en Karl Schmidt-Rottluff stichtten op 7 juni 1905 de kunstenaarsgemeenschap die Brücke (=de brug) en wilden met die naam de verbinding tussen allerlei stromingen symboliseren. In 1906 hield de groep de eerste tentoonstelling in Dresden.
Een andere groep die belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van het expressionisme was: Der Blaue Reiter (1911-1915)
In 1911 richtten Wasily Kandinsky en Franz Marc te München (Duitsland) een nieuw kunsttijdschrift op: Der Blaue Reiter. Omdat op de titelpagina van het eerste nummer het schilderij De blauwe ruiter van W. Kandinsky was afgebeeld bleef het blad die naam behouden. In het tijdschrift werden ideeën en programma's gepubliceerd. Men knoopte internationale betrekkingen aan en organiseerde ook tentoonstellingen. Rond de redactie van het tijdschrift vormde zich al snel een groep vooraanstaande kunstenaars.
Toen de ideeën van Die Brücke en Der blaue Reiter door vele schilders in andere West-europese landen werden overgenomen ontstond een nieuwe kunststijl, die het expressionisme genoemd werd.
Het expressionisme kwam vooral tot grote bloei tussen de beide wereldoorlogen. Omdat na de Tweede Wereldoorlog het expressionistisch schilderen in een abstracte vorm weer sterk opkwam noemde men het expressionisme van vóór de Tweede Wereldoorlog ook wel het figuratief expressionisme', omdat met uitzondering van W. Kandinsky deze kunstenaars figuratieve werkstukken maakten, waarbij de vormen herkenbaar waren als concrete dingen.
Het figuratief expressionisme stelde de individuele gevoelens centraal. De heftige manier waarop de mens reageert op situaties was doorslaggevend. Deze reacties en gevoelens moesten duidelijk gemaakt worden, vaak ten koste van de zichtbare werkelijkheid.
De gevoelens konden voortkomen uit de persoonlijke subjectieve gevoelswereld van de kunstenaar, maar ook uit zijn sociale bewogenheid of uit godsdienstige beschouwingen. Men wilde graag aansluiten bij elementen uit de volkskunst, dikwijls uit landen buiten Europa.
Van de beeldaspecten zijn vooral de kleur en de vorm kenmerkend. De kleur werd vaak vrij gekozen. De gevoelswaarde die kleuren en kleurcombinaties oproepen zijn het belangrijkst. Vaak zien we 'felle'-zuivere kleuren, soms in een 'schreeuwende' / complimentaire combinatie. Men gebruikte veelal vereenvoudigde vormen, waarbij anatomische vervormingen, hoekigheid en onafgewerktheid vaak voorkomen. Structuursuggestie kwam niet of nauwelijks voor.
De onderwerpen werden gekozen volgens de gevoelsnormen, zoals het vrouwelijk naakt, het landschap, dieren, taferelen uit het boerenleven als ook uit het grote stadsleven en religieuze onderwerpen. De schilderwijze was minder gaaf, eerder ruw, fors en direct.