ontwerp affiche van Marcel Duchamp

Société Normande de Peinture Moderne.

De Société Normande de Peinture Moderne werd in 1909 opgericht voor de kunstenaars die uit Normandië kwamen en banden hadden met het kubisme of met elkaar. Leden waren o.a. Pierre Dumont, voorzitter en vriend van Marcel Duchamp, Fernand Léger, Marcel Duchamp, Jacques Villon, Raymond Duchamp-Villon en Francis Picabia. Behalve de hiervoor genoemde kubisten waren o.a. ook Raoul Dufy, Albert Marquet (1875-1947), Maurice Utrillo (1883-1955), Robert Pinchon (1886-1943), Pierre Hodé (pseudoniem voor George Ducenne, 1889-1942) en Eugène Tirvert (1881-1948) lid van de groep.

In 1970 verscheen het door Christina Stuart Ross Southam geschreven boek The Société Normande de Peinture Moderne bij de Brown University in Providence (Rhode Island).

1909

In 1909 organiseerde de Société van 20 december 1909 t/m 20 januari 1910 een tentoonstelling in Salle Boieldieu, Rue Ganterie 65 te Rouen. Marcel Duchamp was met 7 schilderijen aanwezig op deze tentoonstelling van Post-Impressionisten en Fauvisten. Het voorwoord voor de tentoonstelling werd geschreven door Élie Faure (1873-1937).

Élie Faure 14-7-1922; afm.: 32 x 26 cmFaure was een vriend van Eugène Carrière en werd in 1904 lid van het Comité du Salon d'Automne en jurylid van de Salon d'Automne voor de schilderijen in 1907. Faure, die een opleiding tot arts had en politiek links actief was, schreef vanaf april 1902 kunstkritieken in L'Aurore. Op 14 juni 1922 tekende Pablo Picasso het nevenstaande portret van hem.

1911

Vanaf 6 mei 1911 had de Société haar tweede expositie in de Rue du Gros Horloge 41 te Rouen. Het voorwoord in de catalogus was geschreven door Élie Faure. Tijdens de tentoonstelling werd op donderdag lezingen gehouden en op zondag concerten. Op deze tentoonstelling hingen o.a. de niet-kubistische schilderijen Portret van mijn vader van Marcel Duchamp en Adam en Eva van Francis Picabia.

Sonate, Marcel Duchamp

Van 20 november t/m 16 december 1911 organiseerde de Société de Exposition d'Art contemporain (=hedendaagse kunst) in de Galerie d'Art Ancien & d'Art Contemporain in de Rue Tronchet 3 te Parijs. Het voorwoord in de catalogus werd geschreven door René Blum (1878-1942), die in de periode 1910-1914 kunstcritieken schreef in Gil Blas. Naast de werken van Léger, Picabia, Albert Gleizes, Jean Metzinger, Henri le Fauconnier, Roger de Le Fresnaye, André Lhote, de gebroeders Duchamp, Dumont, Tobeen en Alexander Archipenko waren ook werken van de schilders Raoul Dufy, Marie Laurencin, Othon Friesz, André Mare, Alcide Le Beau (1873-1943), Eugène Zak (1884-1926), Louis Mathieu Verdilhan (1875-1928), Luc-Albert Moreau (1882-1948), Paul Vera (1882-1958), André Bacqué, Albertine Bernouard, Jean-Louis Boussingault (1883-1943), Jean-Louis Gampert (1884-1942), Pierre Girieud (1876-1948), Gaston Gosselin, Camille Lieucy, Alfred Lombard (1884-1973), Robert Lotiron (1886-1966), Jean Marchand, Maurice Marinot (1882-1960), Bernard Naudin (1876-1946), Pinchon, Georges Ribbemont-Dessaignes (1884-1974), Jean Tecxier, Henri de Saint-Déles, André Dunoyer de Segonzac (1884-1974), Tirvert, André Verdilhan (1991-1963) en de beeldhouwers Jermant, Elie Nadelmann (1882-1946) en Halau. Ook van Richard Desvallières (1893-1962), die vooral bekend werd door smeedijzeren kunstwerken, was werk aanwezig. Van Marcel Duchamp hing op de tentoonstelling het nevenstaande schilderij Sonate.

In de loop van 1911 hielp deze groep Albert Gleizes bij de voorbereiding van de Section d'Or tentoonstelling die gehouden zou worden in oktober 1912. Op maandagavond waren er geregeld bijeenkomsten bij Gleizes in zijn studio in de Parijse voorstad Courbevoie.

1912

1912. In het midden Laurencins La Toîlette, links Duchamps Dulcinée, rechts Tobeens Pelote-spelers

De Société hield van 15 juni t/m 15 juli 1912 de 3de expositie in de Salle du skating te Rouen de expositie Salon de Juin. Voorwoorden in de catalogus waren van Éllie Faure en Maurice Raynal. Op nevenstaande foto staan: Portretten van Marcel Duchamp, La Toilette van Marie Laurencin en De pelote-spelers van Tobeen. Rouen en omgeving maakte voor het eerst kennis met het kubisme, maar drie schilderijen van Francis Picabia trokken meer aandacht. Aanwezig waren: Tarentelle, Port de Naples en Paysage (2 stuks). Behalve de al genoemde schilders waren in 1912 ook werken aanwezig van August Agero, Pierre Dumont (2 stuks), Lhote (3), Léger (2), Gleizes (5), Gris (3), Villon (6) en La Fresnaye (2). Van Tobeen hingen in totaal drie schilderijen op deze tentoonstelling. Het was min of meer de generale repetitie voor de Section d'Or.

affiche 1912

Tijdens de tentoonstelling werd op 23 juni een voordracht gehouden door Guillaume Apollinaire met als titel Le sublime moderne. Op zondag 7 juli hield de kunstcriticus Maurice Raynal een voordracht over het kubisme. De entreeprijs bedroeg 1 FF.




kunstwerktiteljaarkunstenaarnu te zien in
Portret van schaakspelers
Portret van schaakspelers1911Marcel DuchampPhiladelphia Museum of Art
Portretten
Portretten1911Marcel DuchampPhiladelphia Museum of Art
De pelote-spelers, afm.: 145 x 113 cm
De pelote-spelers1912Tobeenwas te zien in Frisia Museum, Spanbroek
Les Ponts de Paris, afm.: 58,3 x 72,7 cm
De bruggen van Parijs1912Albert GleizesMuseum moderne Kunst Stiftung Ludwig, Wenen
La Chasse, afm.: 123 x 98 cm
De jacht1911 Albert Gleizesprivébezit, Parijs
Les Baigneuses, afm.: 105 x 170 cm
De baadsters1912 Albert GleizesMusée d'Art Moderne de la Ville de Parijs
Kathedraal van Chartres, afm.: 73,6 x 60,3 cm
Kathedraal van Chartres1912Albert GleizesSprengel Museum, Hannover
Baigneuse, afm.: 61 x 38 cm
Baadster1912Albert Gleizes

Pierre Dumont werd door Apollinaire in zijn boek Méditations esthétiques. Les Peintres Cubistes uitsluitend in een voetnoot genoemd.


Laatste wijziging: 150514