De Société Normande de Peinture Moderne werd in 1909 opgericht voor de kunstenaars die uit Normandië kwamen en banden hadden met het kubisme of met elkaar. Leden waren Pierre Dumont, voorzitter en vriend van Marcel Duchamp, Fernand Léger, Marcel Duchamp, Jacques Villon, Raymond Duchamp-Villon en Francis Picabia.
In 1909 organiseerde de Société van 20 december 1909 t/m 20 januari 1910 een tentoonstelling in Salle Boieldieu, Rue Ganterie 65 te Rouen. Marcel Duchamp was met 7 schilderijen aanwezig op deze tentoonstelling van Post-Impressionisten en Fauvisten.
Vanaf 6 mei 1911 had de Société haar tweede expositie in de Rue du Gros Horloge 41 te Rouen. Het voorwoord in de catalogus was geschreven door Elie Faure. Tijdens de tentoonstelling werd op donderdag lezingen gehouden en op zondag concerten. Op deze tentoonstelling hingen o.a. de niet-kubistische schilderijen Portret van mijn vader van Marcel Duchamp en Adam en Eva van Francis Picabia.
Van 20 november t/m 16 december 1911 organiseerde de Société de Exposition d'Art contemporain (=hedendaagse kunst) in de Galerie d'Art Ancien & d'Art Contemporain in de Rue Tronchet te Parijs. Naast de werken van Léger, Picabia, Gleizes, Metzinger, Le Fauconnier, La Fresnaye, Lhote, de gebroeders Duchamp, Picabia, Dumont, Tobeen en Archipenko waren ook werken van de schilders Dufy, Laurencin, Friesz, André Mare, Alcide Le Beau, Eugène Zak, M. L. Verdilhan, Luc Albert Moreau, Paul Vera, André Bacqué, Albertine Bernouard, Jean Louis Boussingault, Jean-Louis Gampert, Pierre Girieud, Gaston Gosselin, Herman, Camille Lieucy, Alfred Lombard, Roberts Lotiron, Marchand, Maurice Marinot, Bernard Naudin, Pinchon, Ribbemont-Dessaignes, Jean Tecxier, Henri de Saint-Déles, Segonzac, Eugène Tirvert, André Verdilhan en de beeldhouwers Jermant, Elie Nadelmann en Halau. Ook van Richard Desvallières, die vooral bekend werd door smeedijzeren kunstwerken, was werk aanwezig. Van Marcel Duchamp hing op de tentoonstelling het nevenstaande schilderij Sonate.
In de loop van 1911 hielp deze groep Albert Gleizes bij de voorbereiding van de Section d'Or tentoonstelling die gehouden zou worden in oktober 1912. Op maandagavond waren er geregeld bijeenkomsten bij Gleizes in zijn studio in de Parijse voorstad Courbevoie.
De Société hield van 15 juni t/m 15 juli 1912 de 3de expositie in de Salle du skating te Rouen de expositie Salon de Juin. Voorwoorden in de catalogus waren van Ellie Faure en Maurice Reynal. Op nevenstaande foto staan: Portretten van Marcel Duchamp, La Toilette van Marie Laurencin en De pelote-spelers van Tobeen. Rouen en omgeving maakte voor het eerst kennis met het kubisme, maar drie schilderijen van Francis Picabia trokken meer aandacht. Aanwezig waren: Tarentelle, Port de Naples en Paysage (2 stuks). Behalve de al genoemde schilders waren in 1912 ook werken aanwezig van Lhote, Léger, Gleizes, Gris, Villon en La Fresnaye. Van Juan Gris hingen twee schilderijen op deze tentoonstelling. Het was min of meer de generale repetitie voor de Section d'Or.
| kunstwerk | titel | kunstenaar | jaar | nu te zien in |
![]() | Portret van schaakspelers | 1911 | Marcel Duchamp | Philadelphia Museum of Art |
![]() | Portretten | 1911 | Marcel Duchamp | Philadelphia Museum of Art |
![]() | De pelote-spelers | 1912 | Tobeen | Frisia Museum, Spanbroek |
![]() | De bruggen van Parijs | 1912 | Albert Gleizes | Museum moderne Kunst Stiftung Ludwig, Wenen |
![]() | Kathedraal van Chartres | 1912 | Albert Gleizes | Sprengel Museum, Hannover |
![]() | Kathedraal van Rouen | 1912 | Pierre Dumont | Milwaukee Art Museum |
Pierre Dumont werd door Apollinaire in zijn boek Méditations esthétiques. Les Peintres Cubistes uitsluitend in een voetnoot genoemd.
| Terug naar overzicht | ![]() |