Orphisme.

Onder Orphisme verstaat men de kunst om nieuwe composities op te bouwen uit elementen, die niet aan de zichtbare wereld zijn ontleend, maar geheel door de kunstenaar zijn geschapen en door hem bezield worden tot volkomen werkelijkheid. Essentieel is het verloop van de kleuren en de kleurspanningen binnen de scala van de kleurencirkel in de compositorische ordening.

Guillaume Apollinaire gaf in 1912 de naam orphisme aan de werken, die Robert Delaunay, Fernand Léger, Francis Picabia en Marcel Duchamp maakten. Apollinaire noemde de naam orphisme in zijn voordracht tijdens de Salon de la Section d'Or in Parijs op 11 oktober 1912. Apollinaire probeerde de diverse richtingen in het kubisme te categoriseren. Hij verdeelde het kubisme in twee hoofdrichtingen en twee subrichtingen. De hoofdrichtingen waren volgens hem het wetenschappelijk en het orphische kubisme. De subrichtingen waren het fysiek en het instinctief kubisme. Deze indeling gaf Apollinaire de mogelijkheid bijna alle belangrijke schilders kubist te noemen. Apollinaire omschreef het orphisch kubisme met 'de kunst om nieuwe structuren te schilderen met elementen die niet uit de visuele werkelijkheid voortkomen, maar geheel gecreëerd zijn door de kunstenaar'. Delaunay vond de kunstvorm uit en Léger, Duchamp en Picabia worstelden zich ernaar toe.

Les Peintres Cubistes

De orphische schilders gingen naar de pure schilderkunst. In 1913 verscheen van Apollinaire zijn boek Les Peintres cubistes: Méditations esthétiques, geschreven tussen mei en eind augustus 1912, waarin hij een definitie van het Orphische kubisme gaf. Spoedig daarna gaf Apollinaire de voorkeur aan een aparte stroming: simultanisme waarbij ook volgens Apollinaire de leden van de Blaue Reiter en futuristen hoorden. Léger voelde niets voor de naam, maar Picabia en vooral Delaunay aanvaarden de naam.

Robert Delaunay exposeerde in 1912 in de Galerie 'Der Sturm' in Berlijn. Apollinaire prees de pogingen van Delaunay en Kupka. Volgens de z.g. wet van de simultaancontrasten gaat het oog bij het zien van een kleur op zoek naar zijn contrast kleuren. De vraag is of Robert Delaunay door het bestuderen van de werken van Signac, Seurat en Cross tot zijn simultaanwerken is gekomen of door het lezen van het boek De la loi du contraste simultané des couleurs van de schrijver Michel-Eugène Chevreul uit 1839, waarvan in 1889 een herdruk is verschenen.

In september 1913 werd in Berlijn bij galerie Der Sturm de Erster Deutscher Herbstsalon gehouden, die Apollinaire de eerste salon van het orphisme noemde. Er werden werken geëxposeerd van Léger, Picabia, Delaunay, Sonia Delaunay-Terk, maar ook van futuristen en van Kandinsky. Het hoogtepunt van het orphisme lag tussen de lente van 1913 en van 1914. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat de schilders zich over de wereld verspreidden. Duchamp en Picabia kwamen in New York terecht, Robert en Sonia Delaunay in Portugal en Léger en Kupka aan het Franse front.

Disc, diameter 134,5 cm
Plans par couleurs; afm.: 110 x 100 cm
Robert Delaunay
Sonia Delaunay-Terk
Frantisek Kupka
Cirkelschijf
Elektrische prisma's
Plans par couleurs
1912
1914
1910-1911

Het schilderij Cirkelschijf wordt als het eerste abstracte schilderij van Delaunay beschouwd. Het schilderij uit 1912 werd pas in 1922 voor het eerst tentoongesteld, maar had grote invloed op o.a. Kenneth Noland en Frank Stella.

Verdere informatie:

Virginia Spate: Orphism. The evolution of non-figurative painting in Paris 1910-1914, Oxford 1979. ISBN: 0198171978

Laatste wijziging: 081011