Op 20 februari 1909 wordt in de Parijse krant Le Figaro' het Futuristisch Manifest van de schrijver Filippo Tomasso Marinetti (1876-1944) afgedrukt, waarin hij afrekent met het artistieke verleden, onder meer door de woorden te bevrijden van de grammatica. Een Nederlandse vertaling is te vinden op bladzijde 98 van het boek van José Pierre De schilderkunst van het futurisme en dadaïsme uit 1968 in de reeks Geschiedenis van de schilderkunst van de uitgever Het Spectrum te Utrecht. Een andere Nederlandse vertaling is te vinden op bladzijde 67 van het boek Historische Avantgarde, uitgegeven door Huis aan de Drie Grachten te Amsterdam (ISBN: 90-6388-161-4). In dit boek staat ook de inleiding voorafgaand aan het manifest.
Rond Fillipo Tomasso Marinetti scharen zich een aantal schilders, o.a. Carlo Carra (1881-1966), Umberto Boccioni (1882-1916), Giacomo Balla (1871-1958), Luigi Russolo (1885-1947) en Gino Severini (1883-1966), die zich 'futuristen' noemen. De enige buitenlander die zich hierbij aansluit is de Fransman Robert Delaunay. De futuristen willen breken met de passiviteit van het academisme en stellen hier tegenover: snelheid, beweging, onrust, kracht en geweld. Dit bereiken ze door het aannemen van een z.g. motorisch oogpunt. Net als de kubisten breken zij met het Renaissancistische perspectief. Het 'simultané' van de kubisten wordt niet als middel maar als doel gebruikt.
In 1910 geven Boccioni, Carra, Russolo, Bella en Severini een gezamelijk manifest uit: 'Manifeste technique de la peinture Futuriste'. Hierin wordt het einde van de kunst van het verleden en de geboorte van de kunst der toekomst verkondigd. Hoofdgedachte is dat de schilderkunst het moderne leven in al zijn activiteiten tot uitdrukking moet brengen. Om dat doel te bereiken moet de kunstenaar breken met de oude, traditionele onderwerpen en moet hij zich toeleggen op de verbeelding van de universele dynamiek. Beweging, lawaai, geweld en de gelijktijdigheid van die symtomen staan in de futuristische schilderkunst centraal.
Op 3 maart 1910 treden de futuristen in het Theatro Chiarella te Turijn in de openbaarheid. Op 11 april wordt er een manifest over de techniek van de futuristische schilderskunst uitgegeven. Hoogtepunt was een gezamenlijke tentoonstelling Esposizione d'Arte Libera in mei 1911 in Milaan. Tot slot verscheen er in 1912 nog een manifest over futuristische beeldhouwen.