Fauvisme is een naam, die gegeven is aan een groep schilders, die rond 1900 bekendheid krijgt, door het gebruik van ongemengde kleuren zonder dat daar een theorie aan ten grondslag ligt. Het schilderstuk wordt met een zeer persoonlijk inzicht vanuit de kleuren opgebouwd. In het gebruik van zuivere kleuren (primaire, secundaire en tertiaire kleuren) + zwart + wit gaan ze tot het uiterste: toonovergangen worden vermeden. Vormen worden vereenvoudigd, vaak door zwarte lijnen afgebakend. Voor wat de ruimte-suggestie betreft wordt de perspectief verworpen of persoonlijk opgevat; vooral wordt gebruik gemaakt van overlappen, verkleinen naar achteren en ook wel door kleurgebruik (rood, geel en oranje op voorgrond; blauw en groen op achtergrond). Hiermee brak de schildersrichting met de academische traditie.
Deze kunstrichting is dan ook een reactie op de weloverwogen methodiek van de Neo-Impressionisten, zoals Georges Seurat en Paul Signac (1863-1935) die tonen. Het hoogtepunt lag tussen 1904 en 1907.
De grondleggers van het fauvisme zijn Henri Matisse (1869-1954) en André Derain (1880-1954). Behalve deze twee personen maken o.a. Maurice de Vlaminck (1876-1958), Raoul Dufy (1877-1953), Georges Rouault (1871-1958), Albert Marquet (1875-1945), Othon Friesz (1879-1949), Amedeo Modigliano, R. Wouters en de Nederlander Kees van Dongen (1877-1968) deel uit van de Fauvisten.
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
In 1905 maakte Matisse deel uit van de plaatsingscommissie van de Salon des Indépendants. Hij riep gelijk gestemde kunstenaars op om schilderijen in te zenden. De werken vielen niet op tussen de 4269 werken van 669 verschillende kunstenaars.
De inrichters van de Salon d'Automne 1905, Armand Dayot en Léonce Benedite, hadden op aandringen van de vice-voorzitter van de Salon, Georges Desvallières, uit de 1636 schilderijen, tekeningen en beelden van bijna 400 kunstenaars die werken gehaald, die opvielen door de felle kleuren. Desvallières was bevriend met Henri Matisse en had samen met hem, Albert Marquet, Henri Manguin, Charles Camoin en Georges Rouault gestudeerd bij Gustave Moreau op de Ecole des Beaux Arts.
In zaal VII van het Grand Palais, waar van 18 oktober t/m 25 november de salon werd gehouden, hingen werken van Charles Camoin (5), André Derain (9), Henri Matisse (10), Henri Manguin (5), Albert Marquet (5), Maurice de Vlaminck (5). Ook niet-fauvisten hingen in zaal VII, b.v. Ramon Pichot (1872-1925) en Pierre Girieud (1876-1948).
In andere zalen hingen werken van van Dongen (2, waaronder het nevenstaande Torso), Othon Friesz (in zaal VI), Jean Puy (in zaal III), Louis Valtat (in zaal XV) en Georges Rouault (in zaal XVI). Vele werken waren in Zuid Frankrijk gemaakt. Matisse en Derain hadden de zomer doorgebracht in Collioure en Marquet, Manguin en Camoin in de buurt van Saint Tropez. Braque en Dufy ontbraken. Door deze samenbundeling kreeg de nieuwe richting opeens grote bekendheid.
De naam fauvisme is afkomstig van de criticus Louis Vauxcelles die bij het zien van zoveel kleurenexplosies op de eerste grote tentoonstelling van een twaalftal schilders tijdens de Salon d'Automne in 1905 in Parijs uitriep: 'Donatello parmi les fauves!' (=Donatello temidden van wilde beesten). Hij doelde met deze uitspraak op een bronzen figuurtje in Italiaanse renaissancestijl van Albert Marque dat in dezelfde zaal stond. Sindsdien noemde men deze schildersbeweging Les Fauves (=de wilde beesten).
Vauxcelles schreef dit ook in zijn recensie in het tijdschrift Gil Blas op 17 oktober 1905. Ook in andere kranten werd uitvoerig aandacht geschonken aan de tentoonstelling. De krant L'Illustration had een uitvoerig artikel in het nummer van 4 november 1905, waarbij twee pagina's waren gevuld met foto's van een aantal werken.
Op de Salon d'Automne van 1905 was o.a. het nevenstaande schilderij Vrouw met hoed van Matisse uit 1905 te zien. Het was een portret van Matisses vrouw, die een hoedenwinkel in de Rue de Châteaudun had. De Amerikanen Leo en Gertrude Stein kochten het schilderij direct voor 500 francs. De voorzitter en oprichter van de Salon d'Automne, Jourdain, had nog geprobeerd de toelatingscommissie om te praten om het schilderij te weigeren, maar dat was niet gelukt. Het schilderij is nu te zien in het Museum of Modern Art te San Francisco.
Enkele dagen na de Salon d'Automne exposeerde de groep, bestaande uit Matisse, Derain, Vlaminck, Manguin, Marquet, Camoin en Dufy, van 21 oktober tot 21 november bij Galerie Berthe Weill. Kees van Dongen had een solo-expositie bij de galerie E. Druet. Een derde groepstentoonstelling vond plaats tijdens de Salon des Indépendants van 1906.
Op de Salon des Indépendants van 1907 waren o.a. te zien:
![]() | Blauw naakt, souvenier van Biskra | Matisse |
![]() | Baders | Derain |
Vele schilders maakten een fauvistische periode door. Hieronder enkele voorbeelden van Robert Delaunay.
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |