Wereldwijd worden kubistische kunstwerken verhandeld, maar de kostbaarste werken gaan meestal via de veilinghuizen Sotheby's, Christie's of Phillips.
Het veilinghuis Christie's (website Christie's) werd in 1766 opgericht door James Christie in Londen. Nu heeft het 85 kantoren in 43 landen en 14 veilingzalen in o.a. London, New York, Los Angeles, Parijs, Genève, Milaan, Amsterdam, Tel Aviv, Dubai, Hong Kong, Beijing en Mumbai. In 2007 zette dit belangrijkste veilinghuis voor $ 6,3 miljard om. Kubistische kunst wordt aangeboden tijdens de veilingen Impressionist and Modern Art, die twee keer per jaar worden gehouden in Londen en New York tijdens een dag- en een avondveiling en nog een speciale voor kunstwerken op papier. In 2008 zijn er veilingen op 24 en 25 juni in Londen en op 10 september in New York.
Zie voor de kubistische veilingstukken de webpagina: kubistische veilingstukken bij Christie's.
Dit oorspronkelijk Londens veilinghuis Phillips werd in 1796 opgericht door Harry Phillips, die eerst werkte bij James Christie. Na de dood van Harry in 1840 nam zijn zoon William Augustus het veilinghuis over. In 1882 kwam Williams schoonzoon Frederick Neale in de firma en werd de naam aangepast door aan Phillips de Pury toe te voegen & Company. Tot in de zeventiger jaren heette de firma Phillips, Son & Neale en daarna Phillips. In 1999 kocht Bernard Arnault van de firma in luxe goederen, Louis Vuitton Moet Hennessey (LVMH) het veilinghuis.
Kort daarna ging het bedrijf samen met de kunsthandel van Simon de Pury en Daniella Luxembourg, Pury & Luxembourg uit Zürich en uiteindelijk aan de Pury verkocht. De naam werd Phillips de Pury & Luxembourg (website Phillips de Pury & Luxembourg). Het veilinghuis ging zich daarna meer toeleggen op hedendaagse kunst. In 2003 werd in de New Yorkse wijk Chelsea (West 15 Street 450) een nieuw hoofdkantoor in gebruik genomen. Het veilinghuis heeft kantoren in New York, Londen, Genève, Parijs, München en Berlijn. De koper van kunst betaalt 25% kosten over de eerste $ 20.000, daarna 20% over het gedeelte tussen $ 20.000 en $ 500.000 en tot slot 12 % over het gedeelte boven $ 500.000.
De laatste jaren heeft het veilingshuis een keuze gemaakt qua schilderkunst en zich toegelegd op Contempory Art (=hedendaagse kunst) en de stijd met Christie's en Sotheby's opgegeven.
Zie voor de kubistische veilingstukken de webpagina: kubistische veilingstukken bij Phillips.
Op 11 maart 1744 verkocht Samuel Baker, de oprichter van Sotheby's (website Sotheby's), onder zijn eigen naam de bibliotheek van Sir John Stanley in Londen. Na de dood van Samuel Baker in 1778 zetten zijn partners George Leigh en John Sotheby, een neef van Baker, de zaak voort. In de vorige eeuw ontwikkelde de firma zich van een veilinghuis voor boeken in een veilinghuis voor kunst. In 1917 verhuisde het veilinghuis van de Wellington Street naar de new Bond Street te Londen. Peter Wilson, die sinds 1936 bij het veilinghuis werkte, zorgde voor de wereldwijde expansie van het veilinghuis. Het veilinghuis startte in 1955 een vestiging in New York en nam in 1964 Parke-Bernet, het belangrijkste Amerikaanse veilinghuis in kunst, over. Hierdoor kon het meegroeien met de snel ontwikkelende Noord-Amerikaanse markt voor Impressionistische en moderne kunst. Sotheby's heeft nu meer dan honderd vestigingen in de wereld.
Vanaf mei 2007 moest de koper 20% over de eerste $ 500.000 van het veilingsbedrag voor de kosten betalen en over de rest 12%. Daarvoor bedroegen de kosten 20% over de eerste $ 200.000. Voorafgaand aan de veiling worden verwachte veilingsopbrengsten gegeven. Deze bedragen zijn altijd exclusief kosten. In mei 2008 werd opnieuw de verdeling veranderd. De kosten voor de eerste $ 20.000 werd 25%, daarna 20% over het bedrag tussen $ 20.000 en $ 500.000 en 12% vanaf $ 500.000.
Op 7 mei 2008 werd bv. het schilderij Etude pour 'La Femme en Bleu' van Fernand Léger geveild voor $ 35 miljoen. Met de kosten moest de koper $ 39.241.000 betalen. Door de concurrentie om sprekende kunstwerken te veilen, gingen de veilinghuizen over tot het aanbieden van een garantieopbrengst. Bij dit schilderij zou het volgens de schrijfster Carol Vogel $ 38 miljoen zijn geweest en moest het veilinghuis toeleggen op dit veilingstuk. Doordat de kunstmarkt verslechterde namen de veilingshuizen vaak een groot financieel risico.
Zie voor de kubistische veilingstukken de webpagina: kubistische veilingstukken bij Sotheby's.