Het Metropolitan Museum of Art te New York werd in 1995 een aantal kubistische schilderijen rijker door de nalatenschap van Florene May Schoenborn. Zij stierf in augustus 1995 en vermaakte in haar testament 32 werken van o.a. Picasso, Brancusi, Bonnard en Braque aan het Metropolitan Museum of Art (18 werken) en het Museum of Modern Art te New York (14 werken). De waarde werd geschat op $ 150 miljoen. Ook het Art Institute of Chicago en het St. Louis Art Museum ontvingen kunstwerken uit de nalatenschap. Van 11 februari t/m 4 mei 1997 werd in het Metropolitan een tentoonstelling gehouden, waarop de geschonken kunstwerken van Florene Schoenborn-May werden getoond.
Florene May werd in 1903 geboren in Denver als dochter van David May, de stichter van de warenhuisketen May. Van haar vader mocht zij geen journalistiek studeren aan de Columbia University en zij ging zich daardoor interesseren voor kunst.
Na haar scheiding van Martin Straus trouwde Florene in 1937 met de in 1885 geboren architect en meubelontwerper Samuel A. Marx uit Chicago en begonnen zij samen met het verzamelen van moderne kunst. Op nevenstaande foto van de bibliotheek kunt u L'Artillerie avec un Drapeau van Roger de la Fresnaye uit 1911 zien. Het schilderij hing op de Salon des Indépendants van 1912 en was eerder eigendom van Christian Tetzen-Lund te Kopenhagen. Florene werd actief bij het Art Institute of Chicago. In 1964 overleed Samuel A. Marx en Florene stopte met het aankopen van kunst. Met haar derde echtgenoot, de onroerendgoed ontwikkelaar Wolfgang Schoenborn, die in 1986 overleed, was zij vooral in Acapulco te vinden.
Florene Schoenborn was vanaf 1953 een trustee van het Museum of Modern Art en was bevriend met William S. Lieberman, hoofd van de afdeling 20ste eeuwse kunst van het Metropolitan Museum, die tot 1980 bij het MOMA werkte.
In het boek Juan Gris van James Thrall Soby, uitgegeven in 1958 te New York, werd van het nevenstaande schilderij Stilleven met bierglas aangegeven, dat het werk tot de collectie van het echtpaar Samuel Marx te Chicago behoorde.
Het Museum of Modern Art hield van 1 november 1965 t/m 2 januari 1966 de tentoonstelling The School of Paris: Paintings From the Florene May Schoenborn and Samuel A. Marx Collection., waarop 44 werken uit de verzameling getoond, waaronder het al genoemde schilderij L'Artillerie avec un Drapeau van Roger de la Fresnaye uit 1911. Op nevenstaande foto staan Florene en Joan Miró bij de opening van de tentoonstelling. Daarna ging de tentoonstelling naar The Art Institute of Chicago (11 februari t/m 27 maart 1966), City Art Museum of St. Louis (27 april t/m 13 juni 1966), het Museo de Arte Moderno in Mexico City (2 juli t/m 7 augustus 1966) en het San Francisco Museum of Modern Art (2 september t/m 2 oktober 1966). In verband met een schenking van vijf schilderijen van Henri Matisse aan het MOMA werd in 1986 de zaal naar Florene genoemd.
Florene Schoenborn overleed op 25 augustus 1995 en schonk werken aan het Metropolitain Museum en het Museum of Modern Art te New York, het Art Institute of Chicago en het St. Louis Art Museum. De schenking aan het Metropolitan Museum werd van 11 februari t/m 31 augustus 1997 getoond in de tentoonstelling The Florene M. Schoenborn Bequest: 12 Artists of the School of Paris. De schenking aan het Museum of Modern Art werd van 6 februari t/m 11 maart 1997 getoond onder de titel Masterworks from the Florene May Schoenborn Bequest.
Opmerking:
De grotere onderstaande afbeeldingen worden ingelezen uit de database van het Metropolitan Museum of Art, waardoor het iets langer kan duren!
| kunstwerk | titel | kunstenaar | jaar | opmerking |
| Borstbeeld van een man | Pablo Picasso | 1908 | In 1995 geschonken aan het Metropolitan Museum te New York |
| Vrouwenhoofd | Pablo Picasso | 1908 | In 1996 geschonken aan het Museum of Modern Art te New York |
| Hoofd van een vrouw | Pablo Picasso | 1909 | In 1995 geschonken aan het Metropolitan Museum | |
![]() | Vrouw met peren | Pablo Picasso | 1909 | In 1995 geschonken aan het Museum of Modern Art te New York |
| Artillerie | Roger de la Fresnaye | 1911 | In 1991 geschonken aan het Metropolitan Museum | |
| Viool en speelkaarten | Juan Gris | 1913 | In 1995 geschonken aan het Metropolitan Museum | |
![]() | Gitaar en Klarinet op een schoorsteenmantel | Pablo Picasso | 1915 | In 1995 geschonken aan het Metropolitan Museum |
![]() | De Stad | Fernand Léger | 1919 | In 1995 geschonken aan het Museum of Modern Art te New York Dit was een studie voor het grotere schilderij De Stad, dat nu aanwezig is in het Philadelphia Museum of Art. |
| Gitaar en stilleven op een schoorsteenmantel | Georges Braque | 1921 | In 1995 geschonken aan het Metropolitan Museum | |
| Mandoline, fruitschaal en gipsen arm | Pablo Picasso | 1925 | In 1995 geschonken aan het Metropolitan Museum |
Het hierbovenstaande schilderij Vrouwenhoofd van Picasso uit 1908 werd denkelijk via Kahnweiler verkocht aan de kunsthandelaar Alfred Flechtheim. Op 5 juni 1917 werd het werk in Berlijn door Paul Cassirer verkocht aan Sally Falk op de veiling van Flechtheims galerievoorraad. In 1951 kocht het echtpaar Samuel en Florene Marx het schilderij. In 1996 erfde het Museum of Modern Art te New York het werk van Florene.
Het hierbovenstaande schilderij Gitaar en Klarinet op een schoorsteenmantel van Picasso uit 1915 werd op 31 juli 1930 door Picasso aan Paul Rosenberg verkocht. Via Galerie Pierre en de Perls Galleries in New York kwam het werk op 30 juni 1941 bij Pierre Matisse. Hij betaalde $ 3.500 voor het werk. Op 17 januari 1944 verkocht Matisse het schilderij aan Samuel en Florene Marx. Florene leende het werk in 1971 uit aan het Museum of Modern Art, maar schonk het via haar testament in 1995 aan het Metropolitan Museum of Art.