De zus van de couturier Paul Poiret, Germaine Bongard (1885-1971), had de modewinkel Jove in de Rue Penthièvre 5 te Parijs. In eerste instantie maakte zij kindermode, maar spoedig ook voor volwassenen. Juan Gris kocht bij haar voor zijn vrouw een kledingstuk en betaalde met een schilderij. Ook de vrouwen van Henri Matisse en Gino Severini waren klant van Germaine. In 1913 huurden Robert en Sonia Delaunay samen met Germaine Bongard en een ander stel een huis op Rue du Pont 1 in de Parijse voorstad Louveciennes.
In december 1915 organiseerde Amédée Ozenfant een expositie in de modewinkel van Germaine Bongard om de schilders aan het front te steunen, zoals Fernand Léger en André Derain. Op deze eerste expositie waren werken te zien van Derain, Raoul Dufy, Roger de la Fresnaye, Auguste Herbin, Henri Hayden, Kisling, Marie Laurencin, Léger, André Lhote, Sonia Lewitzka, Henri Matisse, Amedeo Modigliani, Amédée Ozenfant, Pablo Picasso, Gino Severini en Maurice de Vlaminck.
Van 15 maart t/m 15 april 1916 werd de tweede expositie onder de naam Noir et Blanc gehouden met werken van Derain, Henri le Fauconnier, Roger de la Fresnaye, Max Jacob, Kisling, Marie Laurencin, Fernand Léger, Jacques Lipchitz, Marevna, Matisse, Ozenfant, Picasso en Severini. De derde en laatste expositie was van 29 mei t/m 15 juni 1916. Naast kunstexposities werden ook concerten gegeven, o.a. door Erik Satie (1866-1925).
In de nevenstaande foto van een bladzijde uit een notitieboekje van Germaine Bongard met als datumaanduidingen februari, april, mei en augustus 1916 zien we als belangrijke kopers: Eugenia Errazuriz, de Zweedse kunsthandelaar Walter Halvorsen, Jacques Doucet, Léonce Rosenberg, Marius de Zayas, Michael Brenner, Jos Hessel.
Van 21 t/m 31 januari 1917 werd in de galerie de eerste expositie van de Soirées de Paris gehouden met schilderijen van Léopold Survage en aquarellen van Irène Lagut. Het voorwoord in de catalogus in de vorm van dertien gedichten werd geschreven door Guillaume Apollinaire.
Eind maart 1918 ging Germaine Bongard met Ozenfant, de geliefde van Germaine op dat moment, en het personeel van de modewinkel naar Bordeaux om de beschietingen van Parijs door de Duitsers te ontlopen. Op 23 maart werd Parijs voor het eerst om kwart oven zeven 's morgens beschoten door het Duitse Wilhelmgeschutze. Na de Eerste Wereldoorlog startte Germaine Bongard de galerie Thomas. Een van de eerste exposities was Exposition Ozenfant & Jeanneret in december 1918.
In 1921 maakte zij de door Picasso ontworpen kostuums voor het ballet Cuadro Flamenco van de Ballets Russes.