De Académie Matisse werd volgens Max Weber na vele vergaderingen in Café du Dôme tussen Kerst en Nieuwjaar op 1 januari 1908 'opgericht' in het Couvent des Oiseaux, Rue de Sèvres 86. De leerlingen betaalden geen lesgeld, maar met elkaar de huur en de verwarming van het atelier en de kosten van een model. Daar het gebouw in de lente van 1908 door de Staat te koop werd gezet, wegens de scheiding van 'kerk en staat', verhuisde de academie naar de Boulevard des Invalides 33. Het was ook het nieuwe adres voor Matisse. Op nevenstaande foto zien we Henri Matisse te midden van een leerlingengroep. De academie sloot in de zomer van 1911 de deuren o.a. door de groei van de academie waardoor Matisse niet voldoende aandacht aan elke leerling kon schenken en Matisses verhuizing naar Issy-les-Moulineaux, een voorstad van Parijs, na de zomer van 1909. Het laatste jaar was zonder inbreng van Matisse. In die drie jaar waren ongeveer 120 leerlingen langs gekomen.
Onder de naam van Matisse werd door de Amerikaan Max Weber, de Amerikaanse Sarah Stein en de Duitse schilder Hans Purrmann (1880-1966) de academie opgericht. In 1907 had Max Weber tijdens zijn lessen aan de Académie Colarossi Hans Purrmann ontmoet. Beiden waren niet tevreden en daar Purrmann bevriend was met Matisse vatten zij het plan op om een eigen academie op te zetten, waar Matisse het commentaar op het werk zou geven. Gevleid door het idee zou Matisse genoegen nemen met de eer en geen vergoeding krijgen voor zijn kritische bezoek op elke donderdagochtend. Nadat tien leerlingen verzameld waren, waaronder Patrick Henry Bruce, Oskar Moll (1875-1947) en zijn vrouw Margarete (1884-1977, roepnaam Greta), mejuffrouw van Knierim uit Hamburg, mejuffrouw Devard (of Ward) uit Nederland, de Zweed Carl Palme, Matisses vriend Jean Biette en een levensgroot Griekse Apollo afgietsel uit de vijfde eeuw was gekocht, startte de academie. Purrmann was min of meer de penningmeester. Volgens Matisse was het natekenen en schilderen van het beeld een goede vervanging van een levend model, als daar geen geld voor beschikbaar was. Max Weber schilderde, zoals te zien is in nevenstaande afbeelding, in 1908 het beeld onder de naam The Apollo in the Matisse Academy. Volgens de schrijfster Linda Wagner-Martin hoorde ook Annette Rosenshine tot de eerste groep en waren Maurice Sterne, Harriet Levy, Walter Pach en Leo Stein bezoekers.
De grootste groep leerlingen kwam uit Scandinavië, waarbij Noorwegen en Zweden de toon aangaven. De tweede groep was afkomstig uit de Verenigde Staten. Bekende leerlingen waren naast de hierboven genoemde Patrick Henry Bruce en Max Weber de schilders Léopold Survage, Arthur B. Carles (1882-1952), Alfred Maurer (1868-1932) en Russell Morgan (1886-1953). Ook waren er studenten uit Oost-Europa, bv. Adolphe Féder (1887-1943), die in Odessa was geboren en in Berlijn had gestudeerd. Onder de Duitse leerlingen was Purrmanns vriend Rudolf Levy. Rudolf Lévy nam deel aan de eerste tentoonstelling van de Moderne Kunstkring in het Stedelijk Museum te Amsterdam in 1911. Zijn werk werd gerekend tot de Montparnasse-kubisten. De kunstverzamelaarster Marie Tak van Poortvliet kocht van hem het werk Fleurs. Op nevenstaande foto, genomen in 1908, staan de Duitser Walter Rosam, de Zweed Isaac Grünewald, de Zweed Carl Palme, de Duitser Rudolf Levy, de Duitser Hans Purrmann, Nõlken, Straube en een onbekende man. Rechts zit denkelijk Matisse. Van de 83 studenten waren slechts 3 met de Franse nationaliteit. Andere Duitse leerlingen waren o.a. Rudolf Grossmann en Albert Weisgerber (1878-1915).
De Zweedse academieleerling Arvid Fougstedt (1888-1949) maakte nevenstaande tekening van Académie Matisse, waarbij Matisse staand voor de ezel commentaar geeft aan Sigrid Hjertén (1885-1948) op haar tekening naar model. Met palet achter Hjertén staat de Zweed Isaac Grünewald (1889-1946), waarmee Hjertén in 1911 zou trouwen. In 1937 scheidde het echtpaar. Het model is Lucy Vidil (1891-1977), die op 21 december 1915 zou trouwen met de Noor Per Krohg (1889-1965). Zij zou eind twintiger jaren Krogh verlaten voor de Bulgaarse schilder Jules Pascin (1885-1930), die haar ontmoet had op de Académie Matisse. Volgens de schrijfster Elaine P. Snyderman in haar boek Pascin and the Demons of Chance (ISBN: 0-931761-31-X) zou Lucy, die als naaister werkte bij het Parijse modehuis Lanvin, op een Seinekade aangesproken zijn door Albert Marquet (1875-1947), een vriend van Matisse, en gevraagd zijn als model voor de academie. Ook Per Krohg staat op de tekening, n.l. als tweede van rechts.
Eind 1909 besloot Matisse te stoppen, daar door de groei van de academie Matisse niet voldoende aandacht aan elke leerling kon schenken en het hem te veel van zijn eigen werk af hield. Bovendien verhuisde Matisse naar Issy-les-Moulineaux daar de verhuur van de atelierwoning was stop opgezegd. De academie ging nog twee jaar door in Hôtel Biron in de Rue de Varenne te Parijs. In 1905 was door de Franse wet, die de scheiding van kerk en Staat regelde, het gebouw leeg komen staan en trok een aantal kunstenaars in het gebouw. In 1908 huurde de beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917) een deel voor opslag en atelier. Rodin zou de Franse Staat zijn nalatenschap schenken als Hôtel Biron een museum gewijd aan Rodin zou worden. In 1919 opende het Musée Rodin de deuren.
| uit Zweden: | uit Noorwegen: |
|
|