Veiling 19 oktober 1921

Op initiatief van de Franse kunsthandelaar Léonce Rosenberg, die de Galerie L'Effort Moderne had in de Rue de la Baume 19 te Parijs, drie veilingen op twee dagen en in 1921 drie veilingen op twee dagen gehouden. Alleen bij de laatste drie veilingen werden kubistische werken verkocht. Zie voor een algemene inleiding de webpagina Veilingen van kubistische kunst in Nederland in 1921.

19-10-1921

Op woensdag 19 oktober 1921 werd bij Mak in Amsterdam de laatste openbare veiling gehouden van 233 werken van de L'École Française Moderne. Ook in de catalogus van deze veiling waren acht stevige platen met zwart/wit afbeeldingen in een los mapje ingevoegd. In het voorwoord werden de veiling van de collectie Uhde op 30 mei en van de collectie Kahnweiler op 13 en 14 juni 1921 bij Hôtel Drouot in Parijs vermeld. Ook maakte A. Mak bekend, dat het warenhuis van John Wanamaker (1838-1922) in New York en een galerie in Tokio een tentoonstelling van kubistische werken uit de collectie van Léonce Rosenberg zouden houden. Volgens de webpagina Marketing Modern Art in America: From the Armory Show to the Department Store begon de Belmaison Gallery, die gevestigd was in het warenhuis van Wanamaker op Broadway in New York in 1922 met tentoonstellingen. De galerie maakte deel uit van Wanamakers Gallery of Decorative Arts en werd in de periode 1922-1926 geleid door de kunstenaar Louis Bouché (1896-1969). O.a. in het boek Fernand Léger van Carolyn Lancher wordt echter al melding gemaakt van de tentoonstelling Exhibition of Paintings by French Cubists and Post-Impressionisten, die gehouden werd van 22 november t/m 18 december 1921 in de Belmaison. In de New York Tribune van 17 december 1919 werd in een advertentie melding gemaakt van het verdwijnen van het House Palatial en de opening van Belmaison voor kunst in huis onder leiding van Ruby Ross Goodnow.

Opmerking.
In onderstaande lijst zijn de kunstenaars die niet tot de kubisten worden gerekend cursief in de lijst opgenomen.


kunstenaaraantal aanwezige schilderijen:aantal aanwezige tekeningen,
gouaches of aquarellen:
aantal aanwezige beelden:
2
.
.
6
5
.
6
.
.
5
3
.
.
6
5
.
3
.
.
6
.
1
.
.
6
6
.
6
4
.
2
.
.
11
9
.
2
.
.
5
5
.
Jean Lambert
.
.
6
.
6
5
6
6
.
6
.
.
.
6
4
4
.
.
6
.
.
G. Miklos
5
.
.
3
.
.
Robert Mortier (1878-1940)
1
.
.
1
.
.
6
10
.
6
.
.
6
.
.
6
6
.
Maurice Utrillo
4
.
.
6
6
.
3
.
.
1
.
.
1
.
.
Utter
1
.
.
Suzanne Valadon
1
.
.

Opmerking.
In de catalogus van 19 oktober 1921 werd de kunstenaar Osaky genoemd, maar dit was een typefout. Onderaan een bladzijde stond de naam Csaky met één werk en op de volgende vier werken. Boven deze vier werken stond de naam Osaky.

Compositie I, afm.: 75,2 x 65 cm Beaulieu, afm.: 90 x 64 cm

Op de veiling van 19 oktober 1921 kocht H.P. Bremmer twee schilderijen van Herbin. In totaal kocht Hélène Kröller-Müller 27 werken, waaronder het nevenstaande schilderij Compositie I van Mondriaan uit 1920 en 8 van Gris, op deze veilingen van Rosenberg. Volgens Paloma Esteban in het boek Juam Gris uit 2005 kocht Hélène Kröller-Müller het nevenstaande schilderij Huizen in Beaulieu van Juan Gris uit 1918 op de veiling van 19 oktober. Het schilderij van Mondriaan schonk Hélène aan de meubelontwerpster Gertrud Julie van Winsen-Arper (1894-1968), die in de periode 1915-1920 op de afdeling Gebouwen van de firma W.H. Müller & Co onderleiding van H.P.Berlage werkte en na haar trouwen in 1920 mogelijk Hélène adviseerde bij het inrichten van haar huizen. Na Getruds dood werd het schilderij op 2 juli 1969 geveild bij Sotheby's te Londen. Via de Parijse galerie Tarica kwam het in september 1987 bij Yves Saint Laurent en Pierre Bergé. Op de veiling in februari 2009 bracht het doek bij Christie's te Parijs 7.009.000 euro (incl. veilingkosten) op.

Volgens de aantekeningen in het exememplaar dat aanwezig is in het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie te Den Haag waren Groeningen met 7 werken, Loonsteur met 13 werken, Manger met 7 werken, v.d. Velden met 8 werken en Jhr. A.G.F. van Kinschot uit Leiden met 3 werken grote kopers.

Nature-morte en gris, afm.: 33 x 40,5 cm

Volgens de catalogus van de tentoonstelling Gino Severini, die gehouden werd van 28 juni t/m 1 september 1963 in Museum Boymans-van Beuningen te Rotterdam kocht mevrouw Kröller-Muller op de veiling van 19 oktober 1921 het nevenstaande schilderij Stilleven in grijs uit 1918.

Laatste wijziging: 140312