Veilingen van kubistische kunst in Nederland in 1921.

In 1920 werden in Nederland op initiatief van de Franse kunsthandelaar Léonce Rosenberg, die de Galerie L'Effort Moderne had in de Rue de la Baume 19 te Parijs, drie veilingen op twee dagen en in 1921 drie veilingen op twee dagen gehouden. Léonce Rosenberg was in het bezit van een grote hoeveelheid kubistische kunst, daar hij tijdens en direct na de Eerste Wereldoorlog o.a. via contracten veel gekocht had. Helaas voor Rosenberg en de kubisten was de verkoop van kunst door de economische gevolgen van de Eerste Wereldoorlog op een dieptepunt beland. Om toch zijn investeringen terug te krijgen probeerde Rosenberg een groot deel van zijn voorraad in Amsterdam te verkopen via het veilinghuis A. Mak.

Op 13 januari 1920 werd de eerste veiling gehouden van vooral oosterse kunstvoorwerpen uit de Collection Léonce Rosenberg Paris. Op 1 juni 1920 werd het tweede en laatste deel geveild van de Collection Léonce Rosenberg Paris. Het tweede ging om 10:30 uur van start en het laatste deel om 14 uur in het gebouw De Roos, Rokin 5-15 te Amsterdam. De veiling bestond uit kunstvoorwerpen uit China, middeleeuwse miniaturen, potten en schalen uit de orient. De kubistische kunstwerken werden pas geveild op 22 februari en 19 oktober 1921. Onder de titel OEUVRES DE L'ECOLE FRANÇAISE MODERNE werd op 22 februari een veiling om 14 uur gehouden en op woensdag 19 oktober 1921 werden twee veilingen gehouden, n.l. om 10:30 uur en 14 uur. In de catalogi werd onder de naam van de kunstenaar behalve de titel ook de afmetingen en het jaar vermeld. Helaas waren nature morte en paysage veel gebruikte titels.

Het van oorsprong Dordtse veilinghuis Mak, waar de broers Anton en Siem Jacob Mak van Waay sinds 1899 de leiding hadden, vestigde in 1918 een filiaal in de Doelenstraat 8 te Amsterdam. In 1919 nam de firma Mak het veilingbedrijf C.F. Roos en Co. over, dat beschikte over een groot gebouw in het centrum van Amsterdam aan Rokin 5/15. Door onenigheid verdeelden de broers in 1923 de zaken. Siem Jacob Mak van Waay ging verder in Amsterdam en Anton Mak in Dordrecht.

Dankzij een reactie op deze website van Nico Keuning, die in het bezit is van de catalogi uit 1921, werden de eerste gegevens bekend. Deze gegevens werden aangevuld uit de exemplaren, die aanwezig zijn in het archief van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie te Den Haag.

Veiling 22 februari 1921

Veiling 19 oktober 1921

22-2-1921 19-10-1921
Laatste wijziging: 311011