Académie Moderne

Onder leiding van Madame Hamelin was in de Rue Notre-Dame des Champs 86 de Académie Moderne gevestigd. In 1912 werd Othon Friesz, een vriend van Georges Braque, docent aan deze academie. In 1913 betrok Fernand Léger een atelier in hetzelfde gebouw. Na een onderbreking door de Eerste Wereldoorlog hernam Friesz in 1921 zijn lessen aan de Académie Moderne. Daar Friesz in 1923 ook les ging geven op de Académie Scandinave in Maison Watteau, Rue Jules Chaplin 6 te Parijs, kreeg hij het zo druk dat Fernand Léger en denkelijk Marie Laurencin eind 1923 een aantal lessen overnamen van hem. Friesz gaf 's morgens les en Léger 's middags (Zie nevenstaand kaartje).

Op nevenstaande foto, genomen tijdens de cursus van het eerste trimester 1924, staan van links naar rechts: (staand) Fernand Léger, Otto Carlsund, Waldemar Lorentzon (1899-1981), ?, Rudolf Gowenius, ? (zittend) Elsa Lystad, Franciska Clausen, Siri Meyer, Aurel Bauh (1900-1964), Erik Olson (1901- ), Balta, ?. Ook Marcelle Cahn, eerst een leerlinge van Friesz, volgde lessen bij Léger. Naast scandinaviërs waren er leerlingen uit Oost Europa, zoals Polen, Roemenen en Russen.

Daar Léger in 1925 een longontsteking op liep, vertrok Léger naar Gérald Murphy in Antibes om te herstellen. Zijn lessen werden overgenomen door Amedée Ozenfant. Na te zijn hersteld gaf Léger tot eind 1928 naast Ozenfant weer les aan de academie.

In november 1925 werd door vele leerlingen deelgenomen aan de tentoonstelling L'Art d'Aujourd'hui, die gehouden werd in de rue de la Ville l'Evêque te Parijs.

affiche, 1926 vrnl: staand: Kaarbo en Keyser, zittend: Clausen, Florence Henri, Vehrigs, Cahn en Hauser, 1924 Clausen: De schroef, 1926

In 1926 hielden de leerlingen van Léger een expositie. Van 30 juni t/m 13 juli werd in de Galerie d'Art Contemporain op Boulevard Raspail 135 van 13 leerlingen werk tentoongesteld. Op nevenstaande foto zijn twee werken van Franciska Clausen te zien, n.l. in het midden Compositie uit 1925 en rechts De schroef uit 1926. Op de foto zijn van links naar rechts te zien: staand: Ragnhild Kaarbo (1888-1949) en Ragnhild Keyser (1889-1943), die beiden uit Noorwegen kwamen, zittend: Franciska Clausen, Florence Henri, Ursula Vehrigs uit Duitsland, Marcelle Cahn en Hauser.

affiche, 1927

In 1927 exposeren tien leerlingen van Léger en Ozenfant van 9 t/m 19 maart in Galerie Aubier in de Impasse de Conti 2 te Parijs. De exposerende leerlingen waren: Aurel Bauh, Otto Carlsund, Marcelle Cahn, Franciska Clausen, Stanislas Grabowski (1901-1957) en zijn vrouw Wanda Grabowska-Khodossievitch , Joseph Mellor Hanson (1900-1961), Florence Henry (=Henri), Ragnhild Kaarbo en Nadolini.

In 1928 werden de lessen van Othon Friesz, die 's morgens gegeven werden, overgenomen door Jean Marchand. Léger en Ozenfant bleven de middaglessen geven. Ook dit jaar werden in Galerie Aubier exposities van de leerlingen gehouden. Een groep startte op 22 juni een andere op 26 juni. Otto Carlsund exposeerde bij beide groepen. Franciska Clausen deed alleen bij de tweede groep mee.

reclame, 1929

In januari 1929 werden de lessen aan de Académie Moderne gereorganiseerd. Denkelijk had dat te maken met een directie wisseling. Mevrouw Flora Crockett Quattrocchi verving mevrouw Hamelin. Jean Marchand en A. Stoppelaëre gaven 's morgen drie uur teken- en schilderles en Léger 's middags drie uur. In de namiddag van de dinsdag en de vrijdag gaven Léger en Léon Gischia een twee uur durende cours de publicité, waar alles met exposeren in tijdschriften, etalages en gebouwen werd behandeld. In de namiddag van woensdag en donderdag gaf Louis Marcoussis les in graveren en Alexandra Exter in theaterkunst en decoreren van moderne interieurs. In het januarinummer van het tijdschrift Cahiers d'art werd reclame voor de academie gemaakt.

expositie, 1929

Aan het einde van de cursus werd een tentoonstelling gehouden door het atelier Léger-Gischia van 16 mei t/m 6 juni. In juli 1931 stopte Léger met lesgeven aan de Académie Moderne.

Zie voor verdere informatie: Gladys C. Fabre, L'Atelier Ferdinand Léger à l'Académie Moderne 1924-1931, in het tijdschrift L'Oeil van Maart 1982.