In april 1918 opende Léonce Rosenberg een galerie in de Rue de la Baume 19 te Parijs onder de naam Galerie de l'Effort Moderne. De eerste expositie van 1 t/m 22 maart was gewijd aan Auguste Herbin. Daarna werd de reeks onderbroken tot na de wapenstilstand op 11 november 1918 door de beschietingen op Parijs. In december 1918 werd met een reeks tentoonstelling gestart.
december 1918 | |
januari 1919 | |
5 - 28 februari 1919 | |
5 - 31 maart 1919 | |
5 - 30 april 1919 | |
5 - 31 mei 1919 | |
5 - 25 juni 1919 |
Pablo Picasso. Op deze tentoonstelling waren o.a. de nevenstaande schilderijen Vrouw in een armstoel uit 1913 en Harlekijn uit 1915 te zien. |
4 - 24 december 1919 | |
26 januari - 14 februari 1920 | |
12 maart - 2 april 1920 | Juan Gris |
3 mei - 30 oktober 1920 | Maîtres du cubisme. Hier waren werken te zien van Braque, Gris, Herbin, Laurens, Léger, Metzinger, Picasso en Severini. |
1 - 25 maart 1921 | Exposition Juan Gris: oeuvres de 1918 à 1920. Hier waren werken te zien van Braque, Gris, Herbin, Laurens, Léger, Metzinger, Picasso en Severini. |
mei 1921 | |
1922 | |
3 - 25 januari 1923 | Dessins et aquarelles des cubistes o.a. Gris |
De kontakten met Nederland werden versterkt door de in oktober 1923 en een tweede in 1924 gehouden tentoonstelling van De Stijl in de galerie van Rosenberg. Op 1 december 1932 was de opening van een tentoonstelling van werken van Francis Picabia in de galerie van Léonce Rosenberg.
In 1941 moest Rosenberg zijn galerie sluiten in verband met zijn joodse afkomst. Hij dook onder wegens de Duitse bezetter en Auguste Herbin zorgde ervoor dat een deel van de handelsvoorraad van Rosenberg veilig overgebracht werd naar Herbins woning sind 1935 in de rue Falguière 35 te Parijs. Een deel van Léonce Rosenbergs bezit werd in 1942 door de Duitsers geconfisqueerd en verkocht aan de sinds 1933 in Parijs verblijvende Duitse kunsthandelaar Gustav Rochlitz. Volgens Hector Feliciano, schrijver van het boek The Lost Museum uit 1997 maakte het schilderij Femme en rouge et vert van Fernand Léger uit 1914 deel uit van deze gestolen partij. Het schilderij was door Léonce gekocht op een van de veilingen van werken uit Daniel-Henry Kahnweilers geconfisqueerd bezit.