Tot 1861 was de Ecole des Beaux-Arts de enige kunstopleiding in Parijs. Uit protest tegen de gang van zaken, n.l. uitsluitend schilderen op de traditionele manier, opende studenten een atelier in de Rue Notre-Dame-des-Champs. Zij vroegen de door zijn afwijkende houding bekend staande schilder Gustave Courbet om les te komen geven, maar deze weigerde in eerste instantie. Pas in de winter 1861-1862 opende hij voor enkele maanden zijn atelier in de Rue Notre-Dame-des-Champs voor leerlingen. Wel werd zijn voorbeeld gevolgd door Horace Lecoq de Boisbaudran, die in op de Quai des Grands-Augustins in 1863 een onafhankelijk atelier opzette.
Op de Ecole des Beaux-Arts waren de Oudheid en het naaktmodel zeer belangrijk. De leerlingen moesten eerst een naaktmodel leren tekenen voordat zij mochten gaan schilderen. Op 13 november 1863 bepaalde Napoleon III, dat de Ecole des Beaux-Arts hervormd moest worden. Ruim acht jaar stonden Napoleon III en de Académie tegenover elkaar. Na de Frans-Duitse oorlog en het uitroepen van de Derde Republiek, waardoor Napoleon III aan de kant werd gezet, kwam er in 1870 een ministerie van Schone Kunsten met aan het hoofd Antonin Proust. Ook hij en zijn opvolgers slaagden er niet in de Ecole des Beaux-Arts te hervormen. Pas vanaf mei 1897 werden op de Ecole des Beaux-Arts vrouwen toegelaten.
In Nederland waren al vanaf 1871 vrouwen toegelaten op de Rijksacademie van de Beeldende Kunsten te Amsterdam. De vrouwen, meestal uit de gegoede milieu's, kregen les in speciale 'damesklassen', waar tekenen en schilderen van naakten niet was toegestaan. Ook contact met de mannelijke studenten was uitgesloten. Nederland liep daarmee gelijk aan Rusland, waar in 1871 een dertigtal vrouwelijke studenten voor et eerst werden toegelaten op de Tsaristische kunstacademie van St. Petersburg.
Naast de Ecole des Beaux-Arts ontstonden vele andere academies. Enkele bekende academies waren:
| Académie Alexander Archipenko |
Alexander Archipenko opende op 10 april 1913 zijn atelier voor leerlingen op de Boulevard du Montparnasse 169bis. |
| Académie de l'Art Contemporain |
Fernand Léger startte, nadat hij gestopt was met lesgeven aan de Académie Moderne in juli 1931, in 1932 de Académie de l'Art Contemporain. Deze zat eerst in de rue de la Sablière, daarna in de rue du Moulin Vert en in het seizoen 1938-1939 op de square Henry Delormel. Léger gaf in het begin twee dagen per week les en later slechts één dag.
Onder de studenten waren o.a. Roland Brice, die de gevel van Légers museum in Biot ontwierp, en Nadia Khodasievitch. Op nevenstaande foto zit zij rechts naast de in het midden zittende Léger. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stopte de academie. Nadia Khodasievitch heropende de academie in januari 1946, terwijl Léger nog in de Verenigde Staten verbleef, in de Parijse wijk Montrouge onder de naam Atelier Fernand Léger. De ruimte was zo klein, dat er slechts voor zes studenten plaats was. In de zomer van 1947 verhuisde de academie naar een zeer grote ruimte op Boulevard Clichy 104. Op vrijdag kwam Léger, die geassisteerd werd door Khodasievitch, het gemaakte werk van de week becommentariëren. |
| Académie Carrière. | |
| Académie Colarossi. | |
| Académie de la Grande Chaumière | De academie was opgericht door de dochter van de Zwitserse architect Eugen Stettler, Martha Settler, en sinds 1904 gevestigd op Rue de la Grande Chaumière 14 te Parijs. Volgens de schrijvers Billy Klüver en Julie Martin werd de academie in 1906 gestart door Castelucho, waarvan de broer een winkel in verfartikelen ernaast had op nummer Rue de la Grande Chaumière 16. De beeldhouwer Antoine Bourdelle leidde jarenlang de beeldhouw afdeling. In 1905 studeerde de Russin Marevna aan deze academie. De beeldhouwer Ossip Zadkine heeft hier van 1947 tot de sluiting in 1958 les gegeven. |
| Académie Humbert |
Deze academie was opgericht door de portretist Jacques Fernand Humbert en had gelijktijdig o.a. Francis Picabia, Georges Braque en Marie Laurencin als leerling. De academie was gevestigd op de Boulevard de Clichy, vlak bij de Moulin Rouge op Montmartre. 's Zaterdags kwam Humbert even langs, terwijl de lessen op dinsdag en donderdag werden gegeven door Albert Wallet en François Thévenot. De lessen, waarbij gebruik werd gemaakt van naaktmodellen, kostten 320 Francs per jaar voor alle lesdagen. Op nevenstaande foto zien we een damesklas uit 1904. |
| Académie Julian. | |
| Académie Matisse. | |
| Académie Moderne. | Aan deze academie gaven o.a. Othon Friesz, Fernand Léger, Amédée Ozenfant, Alexandra Exter en Louis Marcoussins enige tijd les. |
| Académie Montparnasse | Nadat André Lhote enige jaren in zijn atelier les gaf aan enkele leerlingen, waaronder Mainie Jennett en Evie Hone, begon Lhote in 1922 officieel met de Académie Montparnasse in de Impasse d'Odessa te Parijs. De Australische schilderes en pottenbakster Anne Garvin Danger (1885-1951) kwam in februari 1926 naar Frankrijk en studeerde aan de academie. In 1928 nam zij deel aan de zomercursus van Lhote in Mirmande, een plaats bij Montélimar. Na terugkeer in Australië in 1929 probeerde zij te vergeefs haar ideeën over kubisme en moderne kunst te introduceren in de Sidney Art School. In 1930 keerde zij terug naar Frankrijk, waar zij zich aansloot bij de kunstenaarskolonie Moly-Sabata, die was opgezet door Albert en Juliette Gleizes. Danger, die zich vooral als pottenbakster intwikkelde, werd de centrale figuur van de kunstenaarskolonie. |
| Académie Ozenfant | Nadat Amédée Ozenfant een nieuwe woning met een groot atelier had betrokken op Avenue Reille 53 startte hij in 1932 zijn Académie Ozenfant. De atelierwoning was ontworpen door zijn vriend Le Corbusier. Een van zijn leerlingen was de schilder Henri Goetz (1909-1989), die op nevenstaande foto op de tweede plaats van links staat. Ozenfant staat helemaal rechts. In 1936 kwam een eind aan de academie, daar Ozenfant naar Londen ging en daar een academie opende. |
| Académie de la Palette | De academie was oorspronkelijk gevestigd in de Rue d'Arrivée. In 1905 studeerden de Russinnen Sonia Terk, Maria Vassilieff en Elisabeth Epstein aan deze academie.Medeleerlingen van Sonia Terk waren Amédée Ozenfant, André Dunoyer de Segonzac (1884-1974) en Roger de la Fresnaye. Op dat moment was de academie gevestigd in de Rue du Val de Grâce in de wijk Montparnasse. Docenten waren o.a. Georges Desvallières, die medeoprichter was van de Salon d'Automne, Edmond Aman-Jean, André Simon en Jacques-Emile Blanche. In 1912 gingen Jean Metzinger, Henri le Fauconnier en André Dunoyer de Segonzac aan deze academie, die gelegen was in de Rue Val-de-Grâce, lesgeven. In de herfst van 1912 werden Liubov Popova en Nadezhda Udaltzova, op advies van Alexandra Exter, leerling van deze academie. |
| Académie Ranson | Deze academie werd in oktober 1908 opgericht door de schilder Paul Ranson (1864-1909) in de Rue Henri Monnier 21 in de Parijse wijk Montmartre. De academie probeerde de ideeën van de kunstenaarsgroep Les Nabis (=de profeten) via de leerlingen voort te zetten. Na Ransons dood op 20 februari 1909 werd de academie voortgezet door zijn weduwe Marie-France Ranson. Docenten waren o.a. de schilders Pierre Bonnard, Maurice Denis (1870-1943), Paul Sérusier (1863-1927), Roger Bissière en Francis Gruber (1912-1948). De leerlingen moesten eerst stillevens kunnen tekenen, de klassieken bestuderen en kopiëren, elk genre en techniek beheersen voordat zij eigen werk mochten maken. In 1911 verhuisde de academie naar Rue Jesoph-Bara 7 in Montparnasse. Volgens haar memoirs studeerde Alice Halicka eind 1913 en in 1914 aan de Académie Ranson. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de academie gesloten. |
| Académie Russe de Peinture et de Sculpture | Deze academie werd opgericht door o.a. Marie Vasilieff in 1910 op de Avenue de Maine 54, Montparnasse. Na het vertrek van Vasilieff ging de leiding over naar Sergei Boulakovski. De leerlingen waren niet alleen Russen, zoals Archipenko, Indenbaum, Lipchitz, Miestchaninoff, Nadelman, Orloff en Zadkine, maar ook Duitsers en Skandinaviërs. |
| Académie Scandinave | In 1923 startte in Maison Watteau, rue Jules Chaplin 6 te Parijs, de Académie Scandinave. Othon Friesz ging hier lesgeven. Een van de eerste activiteiten van de Association des Artistes Scandinaves was een tentoonstelling onder de naam Grande exposition Franco-Scandinave et de ses invites, die begon op 17 november 1923. |
| Académie Vasilieff | Deze academie werd opgericht door Marie Vasilieff nadat zij met ruzie de Académie Russe had verlaten. Modiglani, Soutine en Zadkine volgden avondlessen in tekenen. In 1913 en 1914 gaf Fernand Léger twee voordrachten over zijn schildertheorie. |
| Académie Vitti | Deze academie, die gevestigd was op de Boulevard du Montparnasse, is o.a. bekend doordat Kees van Dongen vanaf 1912 hier enige tijd les gaf. |
Daarnaast waren er kunstenaars die hun atelier openstelde voor studenten. Een goed voorbeeld is Ossip Zadkine, die vanaf 1928 een atelierwoning achter de huizen van de rue d'Assas 100b bewoonde en daar ook les gaf. Hoe dat ging werd beschreven in de catalogus van de tentoonstelling Chez Zadkine, Zadkine en zijn Nederlandse leerlingen, die van 13 september 2003 t/m 11 januari 2004 werd gehouden in het Singermuseum te Laren. Het atelier in de Rue d'Assas 100b is nu in gebruik als het Musée Zadkine.