Galerie Georges Petit

Na de dood van zijn vader François Petit in 1877 erfde Georges Petit de door zijn vader in 1846 gestichte galerie in de Rue St. Georges 7 te Parijs. Georges, geboren op 11 maart 1856, erfde zoveel, dat hij in staat was om in de Rue Sèze 8 te Parijs (IX) een nieuw huis te laten bouwen. In 1881 opende Petit een galerie in de Rue Godot de Mauroy 12. De galerie werd vooral bekend door de impressionisten. Volgens het nevenstaande catalogusvoorblad van de veiling van kunstwerken van Édouard Manet op 4 en 5 februari 1884 in Hôtel Drouot waren Georges Petit en Paul Durand-Ruel de twee experts.

Vanaf 1904 werd in de galerie jaarlijks de Salon Gravure originale en couleurs gehouden, waar o.a. Francis Picabia in 1905 en 1907 aan deelnam. Op 12 mei 1920 overleed Georges Petit en onder zijn naam werd de zaak voortgezet door een groep personen, bestaande uit I. Montaignac, P. Roux, A. Monaut, P. Bergaud en de beheerder André Schoeller, als een plaats waar belangrijke kunstveilingen en exposities werden gehouden.

In 1930 namen de gebroeders Gaston en Josse Bernheim-Jeune samen met Étienne Bignou de galerie over. Volgens Simonetta Fraquelli in de catalogus van de tentoonstelling Picasso in Zürich in 2010-2011 kregen de eigenaren financiële hulp van de Amerikaanse kunstverzamelaar Chester Dale (1883-1962).

Gehouden tentoonstellingen waren o.a.:

Voor de tentoonstellingen waren minstens vijf zalen beschikbaar, n.l. Salle Godot, Salle Carré, Salle Grande, Salle Verte en Sall Ancienne.

  • de tentoonstelling Cent ans de peinture française, die gehouden werd van 15 t/m 30 juni 1930. De tentoonstelling Cent ans de peinture française werd o.a. bezocht door Pablo Picasso, Louis Marcoussis en Raoul Dufy.
  • een tentoonstelling van werken van Oskar Kokoschka, die gehouden werd van 19 maart t/m 10 april 1931.
  • een tentoonstelling van werken van Henri Matisse, die gehouden werd van 16 juni t/m 25 juli 1931. Op nevenstaande foto (ingelezen van de website Picasa), staan Matisse en de organisator van de tentoonstelling, Étienne Bignou. De opbrengst van de tentoonstelling was bestemd voor La société de l'orphelinat des Arts, een tehuis voor kunstenaarsdochters tussen de 4 en de 18 jaar, dat sinds 1882 bestond en afhankelijk was van giften.
  • een tentoonstelling van werken van Pablo Picasso, die gehouden werd van 16 juni t/m 30 juli 1932. Zie de webpagina: Picasso tentoonstelling, Parijs 1932.

In 1933 sloot Bernheim-Jeune deze galerie wegens financiële moeilijkheden. De wereldwijde economische achteruitgang na de beurscrash in 1929 zorgde ook voor het sluiten van vele galeries.

Laatste wijziging: 121111