Na de dood van zijn vader François Petit in 1877 erfde Georges Petit, geboren op 11 maart 1856, de galerie van zijn vader in de Rue St. Georges 7 te Parijs. Georges erfde zoveel, dat hij in staat was om in de Rue Sèze 8 te Parijs (IX) een nieuw huis te laten bouwen. In 1881 opende Petit een galerie in de Rue Godot de Mauroy 12. De galerie werd vooral bekend door de impressionisten.
Vanaf 1904 werd in de galerie jaarlijks de Salon Gravure originale en couleurs gehouden, waar o.a. Francis Picabia in 1905 en 1907 aan deelnam. Op 12 mei 1920 overleed Georges Petit en onder zijn naam werd de zaak voortgezet door een groep personen, bestaande uit I. Montaignac, P. Roux, A. Monaut, P. Bergaud en de beheerder A. Schoeller, als een plaats waar belangrijke kunstveilingen en exposities werden gehouden.
In 1930 namen de gebroeders Gaston en Josse Bernheim-Jeune samen met Étienne Bignou de galerie over. Zij hielden o.a. van 15 t/m 30 juni 1930 de tentoonstelling Cent ans de peinture française en van 19 maart t/m 10 april 1931 een tentoonstelling van werken van Oskar Kokoschka.
Van 16 juni t/m 30 juli 1932 werd in Galerie Georges Petit een grote retrospectieve tentoonstelling gehouden van 225 schilderijen, 7 beelden en 6 geïllustreerde boeken van Picasso wegens Picasso's vijftigste verjaardag. De catalogus werd geschreven door Charles Vrancken. Op deze tentoonstelling waren ook kubistische werken te zien. De tentoonstelling, georganiseerd door Paul Rosenberg volgens Michael C. FitzGerald, ging daarna naar het Kunsthaus in Zürich. Voor deze tentoonstelling leende de kunstverzamelaar Gottlieb Reber een aantal werken uit. Aangezien een aantal werken uit de Verenigde Staten niet werden tentoongesteld leende Picasso 10 extra werken uit. Directeur Wilhelm Wartmann vulde de werken aan met schilderijen uit Zwitserland en 200 werken op papier. Picasso was aanwezig bij het ophangen van de schilderijen. Christian Zervos gaf een speciaal nummer van zijn blad Cahiers d'Art uit in verband met de Parijse tentoonstelling (Jaargang 7, nr. 3-5).
![]() | Op nevenstaande foto van de expositie van Picasso's schilderijen in 1932 zijn de volgende kubistische werken te zien. De aantekeningen op de foto zijn afkomstig van Alfred Barr Jr. |
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
1 ![]() | Vrouw in een stoel | 1913 | Collectie Ganz, New York |
2 ![]() | Viool en krant op een groen tapijt | 1922 |
Het bovenstaande schilderij Vrouw in een stoel was het laatste belangrijke Picasso schilderij, dat Victor Ganz (1913-1987) en zijn vrouw Sally Wile (1912-1997) kochten. Met dit schilderij hadden zij 28 schilderijen, 10 tekeningen, 5 beelden en enkele honderden afdrukken van Picasso. De andere schilderijen waren uit de periode 1934-1955. Dit kubistische schilderij, dat totaal afweek van de eerder gekochte schilderijen van Picasso had het echtpaar Ganz in 1960 gezien op de retrospectieve tentoonstelling van Picasso in de Tate Gallery. In 1964 schreef de verzamelaar Douglas Cooper aan Ganz, dat Ingeborg Eichmann het schilderij te koop aanbood. Ganz kocht uiteindelijk in 1967 het werk via de kunsthandelaar Heinz Berggruen door een deel van zijn Picasso-afdrukken te gebruiken als betaling.
![]() | Op nevenstaande foto van de expositie van Picasso's schilderijen in 1932 zijn de volgende kubistische werken te zien. |
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
1 ![]() | Mandolien en gitaar | 1924 | Solomon R. Guggenheim Museum, New York |
2 ![]() | Open raam op de Rue de Penthièvre | 1920 | Norton Simon Museum, Los Angeles |
3 ![]() | Harlekijn en vrouw met collier | 1917 | Musée National d'Art Moderne, Parijs |
4 ![]() | Portret van een jong meisje | 1914 | Musée National d'Art Moderne, Parijs |
![]() | Op nevenstaande foto van de expositie van Picasso's schilderijen in 1932 zijn de volgende kubistische werken te zien. |
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
1 ![]() | Gitaar op een guéridon | 1914 | Kunsthaus Zürich |
2 ![]() | Zittende naakte man | 1908-1909 | Musée d'Art Moderne de Lille Métropole, Villeneuve d'Ascq |
3 ![]() | Potten en citroen | 1907 | Herbert Batliner Collectie, Vaduz (Liechtenstein) |
4 ![]() | Fles Bass, klarinet, gitaar, viool, krant, klaveraas [Viool] | 1913 | Musée National d'Art Moderne, Parijs |
5 ![]() | Gitaar | 1918 | |
6 ![]() | Meisje met hoepel | 1918-1919 | Musée National d'Art Moderne, Parijs |
7 ![]() | Glas, gitaar, fles | 1913 | Museum of Modern Art, New York |
8 ![]() | De dichter | 1912 | Kunstmuseum Basel |
9 ![]() | Naakte vrouw zittend in een armstoel | 1909 | Tate Modern, Londen |
10![]() | Souvenir van Le Havre | 1912 |
In 1933 sloot Bernheim-Jeune deze galerie wegens financiële moeilijkheden.