Het kunstbezit van Leo en Gertrude Stein.

Rue de Fleurus 27, Parijs

Leo Stein vestigde zich begin 1903 in Parijs in een appartement aan de Rue de Fleurus 27, waar ook zijn zus Gertrude introk in 1904. Leo en Gertrude verzamelde kunst, o.a. Japanse prenten. Leo kocht voor het eerst een olieverf schilderij, toen hij in het najaar van 1902 in Londen was. In Parijs gingen Leo en Gertrude eigentijdse kunst verzamelen en werd hun huis op zaterdagavond het middelpunt van een grote groep Amerikanen, schilders en dichters uit vele landen.

Vrouw met hoed

Op aandringen van Leo's vriend Bernard Berenson (1865-1959), die in de lente van 1904 naar Parijs kwam, ging Leo bij de kunsthandelaar Ambroise Vollard kijken naar de Cézannes. Hij kocht bij Vollard van Paul Cézanne het schilderij Landschap met vakantiehuis. Hierna volgden nog vele andere schilderijen. Leo kocht bij Vollard twee werken van Paul Gauguin, twee van Cézanne, twee van Pierre-Auguste Renoir en één van Maurice Denis. Op de Salon des Indépendants van 1905 kocht Leo een Vallotton en een Manguin en op de Salon d'Automne 1905 van Henri Matisse het fauvistische schilderij Vrouw met hoed.

Naakt meisje met bloemenkorf Acrobatenfamilie met een aap

Via Clovis Sagot, die een kleine galerie had, kochten Leo en Gertrude van Pablo Picasso de nevenstaande gouache (links) op karton Acrobatenfamilie met een aap en later het nevenstaande schilderij (rechts) Naakt meisje met bloemenkorf (Fillette nue au pannier de fleurs) uit 1905, een van de hoogtepunten uit de harlekijnperiode, voor 30 dollars. Via zijn vriend Henri-Pierre Roché ontmoette Leo Stein Picasso. Zowel Picasso als Matisse waren geregelde bezoekers van de zaterdagavondbijeenkomsten in de Rue de Fleurus.

Gertrude Stein, 1905

Gertrude kocht van Picasso o.a. haar portret. Het was een schilderij in een bruinachtig grijze chroomkleur. Gertrude wandelde dagelijks via het Parc de Luxenbourg naar het Odéon, nam dan de paardentram naar Montmartre, liep naar het ateliergebouw La Bateau-Lavoir en daalde de trap af naar Picasso's atelier. Ze had al meer dan tachtig keer geposeerd, maar Picasso kon geen portret creëren dat uitdrukte wat hij wilde. Uiteindelijk schilderde hij op een middag in mei 1906 het hele portret opnieuw. Na de zomer, waarvan hij enige tijd in Gosol, Spanje, doorbracht, voltooide hij terug in Parijs het portret van Gertrude Stein in één enkele zitting.

De Baadsters, A. Derain Nu dans la draperie, Picasso

Het appartement van de Steins hing vol met schilderijen, o.a het nevenstaande Les Baigneuses van André Derain, dat gekocht was na de Salon des Indépendants van 1907. Na een verblijf in Italië kochten de Steins het nevenstaande schilderij van Picasso: 'Nu dans la draperie'. Dit schilderij zouden ze in 1913 verkopen aan de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler, die het kort daarna met winst verkocht aan Sergej Stschukin. In 1908 kocht Leo zijn laatste Matisse. Leo en Gertrude kochten in 1909 twee van de Horta landschappen: 'Zicht op het reservoir' en 'Huizen op de heuvel', die Picasso die zomer geschilderd had. Leo kocht in 1910 zijn laatste Picasso, daar hij de kubistische schilderijen niet als waardevast beschouwde.

Rue de Fleurus 27, 1913 Rue de Fleurus 27, 1913

Opmerking:

Hiernaast ziet u foto's die genomen zijn in de salon in de Rue de Fleurus 27 in 1913. Door een tik op de foto wordt het rood gekaderde deel vergroot weergegeven. In dit deel hangen hoofdzakelijk kubistische werken.

In februari 1912 kwam Gertrude voor een gesloten deur bij Picasso en zij liet haar visitekaartje achter op de deur. Toen ze later in de week terugkwam bij Picasso bleek hij het visitekaartje verwerkt te hebben in het stilleven De tafel van de Architect. Het visitekaartje was beschilderd en voorzien van Gertrudes naam in verf. Gertrude wilde het schilderij via Kahnweiler kopen, maar de prijs van 1.200 Francs was te hoog voor haar. Na overleg tussen Kahnweiler en Picasso kreeg Gertrude toch de kans om het schilderij te kopen, daar zij in twee termijnen mocht betalen. Picasso wilde de Steins graag als kopers behouden.

Breuk tussen broer en zus

Alice en Gertrude, 1908

Begin 1913 zorgde Gertrudes liefde voor Alice B. Toklas (1877-1967), die als secretaresse voor Gertrude werkte en vanaf 1910 bij hun woonde, voor een breuk tussen broer en zus. Dit had tot gevolg dat de kunstverzameling verdeeld werd. Leo hield alle Renoirs en Matisses, Gertrude hield bijna alle Picasso's. De Picassoverzameling, die bestond uit 33 schilderijen, 3 gouaches, 59 tekeningen en een schetsboek, werd geschat op 158.550 Francs.

De enkele werken van Cézanne zouden ze onderling verdelen. Beiden wilde Cezannes schilderijtje appels. Leo kreeg uiteindelijk het schilderij en als troost schilderde Picasso voor Gertrude in de stijl van Cézanne een aquarel van een appel. Leo zou de appels in 1921 verkopen om de nodige financiën te krijgen. Gertrude en haar geliefde Alice zouden verhuizen naar een appartement in het Palais Royal. Om de verhuizing te betalen verkochten de Steins drie van hun grootste Picasso's: Jonge acrobaat op een bal(1905), Nu dans la draperie (1907) en Drie vrouwen (1908) aan Kahnweiler. Zij ontvingen voor de drie werken een bedrag van 20.000 francs, het schilderij Man met gitaar, dat Picasso in de zomer van 1913 geschilderd had in Céret, en drie stillevens van Juan Gris. Kahnweiler deed goede zaken, want binnen een week verkocht hij de Jonge acrobaat op een bal voor 16.000 Francs aan de Russische verzamelaar Morosov en de andere twee voor minstens 25.000 francs aan Stschukin.

Alice en Gertrude, 1922

Daar Leo in april 1914 naar Italië vertrok, kwam het appartement in de Rue de Fleurus leeg te staan. Gertrude en Alice besloten het appartement te moderniseren en niet te verhuizen. Er werd o.a. elektriciteit en een openhaard aangelegd. Deze veranderingen zijn te zien op de foto's gemaakt in 1913 en in 1915. Het eerste schilderij van Picasso dat Gertrude Stein na de breuk met haar broer kocht was het hierboven besproken schilderij La table de l'architecte. Het schilderij hangt op nevenstaande foto uit 1922 rechts op de zijmuur (nr. 3). Op de foto zijn nog twee kubistische werken van Picasso te zien. Gertrude kocht ook twee kleine stillevens uit 1912: 'Het kleine glas' en 'Stilleven met krant'. In de volgende tweeëneenhalf jaar kocht Gertrude nog zeven kubistische schilderijen.

Op nevenstaande foto zijn links naast nummer 2 onder elkaar drie stillevens te zien van Georges Braque. Deze werken werden genoemd op een door Gertrude afgesloten verzekering bij Lloyds in Londen, gedateerd 12 maart 1937. De huidige verblijfplaats is onbekend.

kunstwerktiteljaarnu te zien in
1 Studie voor Viool; afm.: 62,5 x 47,3 cmStudie voor Viool1912Potlood en houtskool op papier. In 1970 leende de Marlborough Gallery, Inc. te New York dit werk uit aan de tentoonstelling Four Americans in Paris.
2 Studie voor Gitaar op een tafel; afm.: 63,5 x 48,5 cmStudie voor Gitaar op een tafel1912-1913Potlood op papier. Op 6 mei 2004 werd deze tekening door de eigenaar, die het in de zeventiger jaren gekocht had in de Marlborough Gallery te New York bij Sotheby's (New York) te koop aangeboden.
3 La table de l'Architecte; afm.: 72,7 x 59,7 cm De tafel van de architect1912Olieverf op linnen. Sinds 1971 in de Collectie William S. Paley van het Museum of Modern Art te New York.

Een volledige lijst van alle werken kunt u vinden in: Four Americans in Paris: The Collections of Gertrude Stein and Her Family, uitgegeven door The Museum of Modern Art in 1970 ter gelegenheid van een tentoonstelling onder dezelfde naam.

Rue de Fleurus 27, 1915 Rue de Fleurus 27, 1915

Opmerking:

Hiernaast ziet u foto's die genomen zijn in de salon in de Rue de Fleurus 27 in 1915. Door een tik op de foto wordt het rood gekaderde deel vergroot weergegeven. In dit deel hangen hoofdzakelijk kubistische werken.

Werken.

Gertrude en Leo Stein hadden samen uitsluitend kubistische werken van Pablo Picasso. Na de breuk kocht Gertrude kubistische werken van Juan Gris. Werken van andere kubisten werden niet gekocht, daar Gertrude van mening was, dat uitsluitend Spanjaarden het kubisme vertegenwoordigden.

Gertrude, Etta en Claribel Cone, 1903

Een aantal schilderijen verkochten Gertrude en Leo aan haar Gertrudes vriendinnen Claribel (1864-1929) en Etta (1870-1949) Cone. Leo en Gertrude kenden deze zussen uit Baltimore. Vanaf 1901 kwamen de zussen geregeld naar Europa. In juni 1925 kochten de zussen Cone van Gertrude het schilderij Groep van kunstenaars van Marie Laurencin. Na de Eerste Wereldoorlog kochten de zussen Cones van de Steins een schilderij zodra die om financiën verlegen zaten. Bij deze werken zaten geen kubistische werken. Na de dood van de zussen kreeg vooral het Baltimore Museum of Art een groot deel van de kunstzinnige erfenis. In 2008 verscheen het door Ellen B. Hirschland en Nancy H. Ramage geschreven boek The Cone sisters of Baltimore: collecting at full tilt (ISBN: 9780810124813).

Na de dood van Gertrude in 1946 erfde Allan Stein, de zoon van Gertrudes broer Michael, bijna de gehele kunstverzameling, maar kreeg Alice Toklas tot haar dood het vruchtgebruik van de schilderijen. Na haar dood in 1967 wilden de erfgenamen, de kinderen van de in 1951 overleden Allan, de schilderijen verkopen. Via een trustee van The Museum of Modern Art te New York werd Max Lieberman, de curator van het Department of painting and sculpture, op de hoogte gebracht van de voorgenomen verkoop van 38 werken van Picasso en 9 van Gris. De voorgestelde verkoopprijs was $ 6 miljoen. Door de inspanning van Lieberman en Bates Lowry, de museumdirecteur van The Museum of Modern Art te New York, kochten David Rockefeller, John Hay Whitney, William S. Paley (1901-1990), Nelson A. Rockefeller en André Meyer binnen 48 uur de 47 werken met de bepaling dat zij minstens één van hun belangrijkste aankopen aan het museum zouden schenken.

Zie voor een overzicht van de werken in het bezit van Gertrude Stein de webpagina's:
- Kubistische werken van Juan Gris aangekocht door Gertrude Stein.
- Kubistische werken van Pablo Picasso aangekocht door Gertrude Stein.

Laatste wijziging: 250712