De volkstelling om de tien jaar in de Verenigde Saten gaf in 1850 voor het eerst een beeld van de in het buitenland geboren inwoners. Het aantal buiten de V.S. geboren inwoners groeide van bijna 2,25 miljoen in 1850 naar iets meer dan 14,20 miljoen in 1930 en relatief van 9,7% naar 11,6%. Relatief was het geen doorlopende stijgende lijn, want de hoogste percentage van 14,8% werd bereikt in 1890. Het aantal geboren in Europa ging van 2,03 miljoen (92,2%) naar 11,78 miljoen (83,0%). In 1850 was van de ruim 515 duizend inwoners van New York City 45,7% buiten de V.S. geboren en in Baltimore van de bijna 170 duizend 21,0%. Vanaf 1870 zijn ook gegevens bekend qua opbouw in vijfjarige klassen van de buiten de V.S. geboren bevolking . Zie voor uitvoerige cijfers het artikel Historical census statistics on the foreign-born population of the United States: 1850-1990 op de website van het U.S. Census Bureau.
In het begin van de 19de eeuw kwam een stroom joodse volksverhuizers op gang van Midden-Europa naar de Verenigde Staten van Amerika. Vaak waren dit kleine handelaren, die mogelijkheden zagen in het nieuwe vaderland. De grootste stroom kwam na 1870. Deze stroom werd vooral veroorzaakt door de toename van de vervolgingen in Oost-Europa en was mede mogelijk door de grotere en snellere stoomboten. De veelal arme joden kwamen hoofdzakelijk uit Rusland, Polen en Hongarije-Oostenrijk. In de periode 1900-1924 kwamen meer dan 2 miljoen joden de V.S. binnen. Door strengere immigratiebepalingen vastgelegd in de Emergency Quota Act in 1921 en de Immigration Act of 1924 veranderde de instroom.
Begin 1841 was de achttienjarige Meyer Stein van Weigergruben in Beieren naar Maryland gereisd en vroeg na enkele maanden zijn ouders ook te komen. Met achterlating van vier oudere kinderen kwamen op 2 september 1841 Meyers ouders, Michael Stein en Hannah Seliger, en vier broers met het schip Pioneer aan in Baltimore, een kustplaats ongeveer 300 km zuiderlijker dan New York. Samuel was tien jaar, Daniel acht, Solomon vijf en Levi twee. In de periode 1841-1850 immigreerden 435 duizend Duitsers en zij waren daarmee 25% van de totale immigratie van de V.S. Zij werden ruim verslagen door 781 duizend Ieren.
Tussen 1840 en 1850 groeide het aantal joodse families in Baltimore van ongeveer twee honderd naar zeven honderd. Michael Stein startte met een kledingzaak voor mannen in Baltimore, maar overleed al kort daarna in 1846. Meyer, Samuel, Daniel en moeder Hannah zetten de winkel voort onder de naam Stein Brothers Clothiers.
In 1862 openden David Stein met zijn jongere broer Solomon een filiaal van de Stein Brothers Clothiers in Allegheny (nu een deel van Pittsburgh), Pennsylvania, een plaats op ongeveer 400 km WNW van Baltimore. Daniel (1832-1891) trouwde op 23 maart 1864 in Baltimore met Amelia (roepnaam Milly) Keyser (1842-1888). De joodse ouders van Amelia, Moses en Bertha Keyser, waren al eerder dan de Steins vanuit Duitsland naar de V.S. verhuisd. Het echtpaar kreeg o.a. Michael (1865-1939), Simon (1868-1913), Bertha (1870-1924), Leo (1872-1947) en Gertrude (1874-1946). De zaken gingen denkelijk goed, want David en Solomon, die trouwde met Pauline Bernard, lieten twee huizen naast elkaar bouwen op de Western Avenue in Pittsburgh.
In 1872 stopten Meyer en Samuel met de kledingzaak in Baltimore en startten zij een bank. Daniel overwoog een voortzetting als bankier in Oostenrijk. Volgens de schrijfster Brenda Wineapple zeilde het gezin op 27 juni 1875 naar Europa. Het gezin woonde enige tijd in Gemünden en daarna in Wenen. Het gezin, waar ook Amelia's zus Rachel Keyser deel vanuit maakte, had de beschikking over een huisleraar, een gouvernante, een kok en een dienstmeid. Daniel Stein reisde diverse keren tussen Europa en de V.S. Terwijl Daniel in de V.S. was verhuisde de rest van het gezin zonder personeel naar Parijs, waar het op 24 december 1877 een woning op Rue Sheffer 32 in Passy betrok. Rachel was al veel eerder naar de V.S. verhuisd. Kort na de verhuizing keerde Daniel voor korte tijd terug uit de V.S. Naar ruim een jaar keerde het gezin via enkele 's zomerse weken in Londen en een kort verblijf in New York terug naar Baltimore, waar zij bij famile de winter 1878-1879 doorbrachten. In 1879 verhuisde het gezin Stein naar East Oakland, Californië. Vader Daniel Stein handelde in San Francisco in effecten en investeerde in de plaatselijke vervoersmiddelen. In het najaar van 1883 ging Michael studeren aan de Johns Hopkins University in Baltimore. In de loop van 1884 werd moeder Amelia Stein ziek en vanaf december 1885 bracht zij al veel tijd door in bed door wegens haar ziekte. Amelia stopte op 13 maart 1886 met het schrijven in haar dagboek, waarmee zij op 1 januari 1878 was begonnen in Wenen. Bertha, die op 10 oktober 1870 was geboren, verzorgde haar moeder en deed het huishouden van het gezin. Op 29 juli 1888 overleed Amelia Stein aan de gevolgen van kanker. Michael werkte na zijn afstuderen samen met zijn vader bij de Omnibus Railroad & Cable Company. Eind januari 1891 overleed vader Daniel Stein onverwachts 's nachts in zijn bed.
Het ouderloze gezin Stein verhuisde op initiatief van Michael naar de Turk Street in San Francisco. De erfenis was niet groot, maar Michael ging in overleg met de rijkste bezitter van straatvervoermiddelen op rails, Collis P. Huntington (1821-1900). Michael legde hem een innovatieplan en een franchise van de Omnibus Cable Car voor. In 1893 kwam de zaak financieel rond en het geld werd in onroerendgoed belegd. In 1895 nam Huntington Michael in dienst als division superintendent bij de Market Street Railway Company.
In 1892 verhuisden Bertha, Leo en Gertrude naar hun welvarende tante Fanny Bachrach, een jongere zus van hun moeder die in 1877 getrouwd was met de fotograaf David Bachrach (1845-1921), in de Linden Street te Baltimore. Het huis werd in 1985 opgenomen in het Register van historische plaatsen.
Op 1 maart 1893 trouwde Michael met Sarah Samuels (1870-1953) en zij gingen wonen op O'Farrell Street 1118 te San Francisco. Broer Simon bleef in San Francisco en werkte bij de cable car. De reis van San Francisco naar Baltimore duurde vijf dagen. In augustus 1892 ging Leo studeren aan de Harvard University in Cambridge (Massachusetts) en in september 1893 volgde Gertrude. Gertrude ging studeren aan de in 1879 geopende Havard Annex, een onderwijsinstelling voor vrouwen aan de Harvard University. Het onderwijs was gescheiden voor mannen en vrouwen. Havard Annex kreeg in 1894 de naam Radcliffe College naar de eerste vrouwelijke donateur, Ann Radcliffe (1576-1661), in 1643.
In 1895 liet Bertha haar erfdeel uit betalen en trouwde zij in september 1897 met de enkele jaren jongere Jacob Raffel, een papiermaker in Baltimore. Gertrude was het enige aanwezige gezinslid bij de bruiloft. Het opvragen van het erfdeel was denkelijk de aanleiding voor Michael om bankrekeningen voor de andere erfgenamen te openen.
Bertha en Jacob Raffel kregen drie kinderen. Daniel werd geboren in 1898, Gertrude in 1900 en Arthur rond 1905. Jacob Raffel overleed in 1918 aan een longontsteking. Bertha overleed in 1924. Gertrude Raffel kreeg via haar moeder de dagboeken van haar oma. Zij verkocht vijf dagboeken aan de Bancroft Library van de University of California in Berkeley. Een zesde exemplaar, n.l. van 1882, was in het bezit van Arthur.
Op nevenstaande foto genomen rond 1905 in Parijs zien we van links naar rechts Leo Stein, Allan Stein, Gertrude Stein, Theresa Ehrman, Sara Stein-Samuels en Michael Stein. Theresa Ehrman (1884-1961) gaf pianoles aan Allan Stein, de zoon van Michael en Sarah Stein, en ging in 1903 met het echtpaar mee naar Parijs als au-pair. Na de Eerste Wereldoorlog keerde zij terug naar de V.S., maar reisde daarna herhaaldelijk naar Parijs.
Zie voor de afzonderlijke familieleden de webpagina's:
Het door Linda Wagner-Martin geschreven boek 'Favored Strangers' Gertrude Stein and her family, New Brunswick 1995, ISBN: 0-8135-2169-6.