Boekarest-Parijs.

In het algemeen kan men weinig vinden over de invloed van het kubisme in de Balkanlanden. Toch waren er denkelijk vele kontakten, daar behalve Russen ook andere Oost-Europesche kunstenaars naar Parijs kwamen.
Op deze bladzijde gaat het om Roemeense kunstenaars, die tijdelijk of definitief zich in Parijs hebben gevestigd en kontakt hebben gehad met ex-kubisten, maar geen eigen webpagina hebben.


Hans Mattis-Teutsch (1884-1960).

János (Hans) Mattis-Teutsch werd op 13 augustus 1884 geboren in Brasjov, een plaats ongeveer 140 km ten noorden van Boekarest. Van 1897 tot 1901 studeerde hij aan de staatsvakschool voor hout- en steenindustrie in Brasjov, gevolgd door een studie aan de Königlich Ungarischen Kunstgewerbeschule in Boedapest tot 1903 en van 1903 tot 1905 aan de Königlich Bayerischen Akademie der Bildenden Künste in München. In 1906 ging hij naar Parijs waar hij in het atelier van Matisse werkte en Picasso en Derain ontmoette. Via Kandinsky kon hij deelnemen aan de Salon d'Automne en de Salon des Indépendants. In 1908 keerde hij terug naar Boekarest. Door zijn bekendheid met de leider van de Hongaarse Avant-garde, Lajos Kassák, kreeg Mattis-Teutsch zijn door Kassák georganiseerde eerste solo-expositie in een ruimte van het tijdschrift Ma te Boedapest in 1917. Daarna volgden tentoonstellingen in Berlijn en Rome.

In 1925 was Mattis-Teutsch weer in Parijs waar hij met Benjamin Fondane de Parijse redactie vormde van het in Boekarest uitgegeven blad Integral. Een andere redacteur was Max Herman Maxy. Mattis-Teutsch was de schakel tussen de avant-garde groepen in Boedapest en Boekarest.

In 1933 kwam van Mattis-Teutsch zijn theoretisch beschouwing Kunstideologie uit. Hans Mattis-Teutsch overleed op 17 maart 1960 in Brasjov.



Milita Petrascu (1892-1976).

Maxy en Petrascu bij Grupul de Arta Noua, Boekarest 1932

Milita Petrascu werd op 31 december 1892 geboren in het Roemeense Chisinau. Zij bezocht vanaf 1910 de kunstacademie van München en kwam zij in kontakt met Kandinsky en Jawlensky. In 1911 verhuisde zij naar Parijs waar zij lessen ging volgen bij Valloton en Bourdelle. Zij ging om met Apollinaire, Léopold Survage, Sonia en Robert Delaunay. In 1915 werkte Petrascu in het atelier van Matisse. Via Survage ontmoette Petrascu in mei 1919 haar landgenoot Brancusi kennen en spoedig ging zij werken in het atelier van Brancusi. Petrascu nam in 1919 deel aan de Salon des Indépendants onder de naam Curie. In de herfst van 1923 verliet zij het atelier van Brancusi.

Petrascu: Robert Delaunay, 1927

In mei 1927 exposeerde Petrascu samen met Georges Valmier in Galerie Briandt-Robert te Parijs en bezocht zij Brancusi en de familie Delaunay. Zij maakte toen nevenstaand beeld van Robert Delaunay. In mei 1930 vergezelde Petrascu samen met Ion Vinea de Italiaan Marinetti, bekend van het futurisme, op zijn reis naar Boekarest. In augustus 1930 was er een briefwisseling tussen Petrascu en Sonia en Robert Delaunay over het stichten van een kunstenaarskolonie in de buurt van Parijs. Een ontwerp werd naar Boekarest gestuurd. In de zomer van 1936 bracht Petrascu opnieuw een bezoek aan Brancusi in Parijs. Zij stierf op 1 februari 1976 in Boekarest.



Irina Codreanu (1896-1985).

Irina en Lizica Codreanu samen met Eileen Lane. Foto genomen bij Brancusi

Irina Codreanu werd op 18 juli 1896 geboren in Boekarest. Samen met haar zus Lizica, die danseres was, kwam Irina in juli 1918 naar Parijs. Irina bezocht de Académie de la Grande Chaumière en kreeg les van de beeldhouwer Bourdelle. Zij ontmoetten in Parijs Giacometti en in 1921 hun landgenoot Brancusi. Ook gingen zij om met Marcel Duchamp, Man Ray, Sonia en Robert Delaunay, Fernand Léger, Erik Satie en de Roemeen Tristan Tzara. In 1921 exposeerde Irina op de Salon d'Automne enkel werken. In het voorjaar van 1922 werd Irina leerling van Brancusi. Dat zou zij blijven tot 1928. Vanaf 1929 leefde zij uitsluitend in Parijs. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging Irina samen met haar zus Lizica en de van oorsprong Roemeense componist Marcel Mihalovici (1898-1985) in de zomer van 1940 naar Cannes. Mihalovici werd kort nadat hij in 1919 naar Parijs bevriend met de zussen Codreanu en Brancusi. Irina stierf op 17 januari 1985 in de Parijse voorstad Nogent-sur-Marne. Zij is ook bekend onder de naam Irène Codreano.



Lizica Codreanu (1901-1993)

Lizica Codreanu in een kostuum van Brancusi, mei 1922 Lizica Codreanu in een kostuum van Brancusi, mei 1922

In mei 1922 danste Lizica in de uitvoering Les Gymnopédies, waarvoor Satie de muziek had ontworpen en Brancusi de kostuums. Hiernaast (links) zien we een door Brancusi in zijn atelier genomen foto van Lizica, die een kostuum van Bancusi voor Les Gymnopédies aan heeft en daarnaast een ander ontwerp. In mei 1923 danste Lizica in La danseuse aux disques in een kostuum dat ontworpen was door Sonia Delaunay. Het was een soirée georganiseerd door Iliazd in Théâter Licorne in Parijs. Ook in juli 1923 danste Lizica in een kostuum ontworpen door Sonia Delaunay, n.l. in Le coeur a gaz van Tristan Tzara. Het decor was van de Nederlander Theo van Doesburg. De dansuitvoering vond plaats op de laatste Dada-avond in Parijs. In april 1924 werd Bal Banal en in juli Bal Olympique opgevoerd met medewerking van Brancusi en Lizica Codreanu.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging Lizica samen met haar zus Irina en de van oorsprong Roemeense componist Marcel Mihalovici (1898-1985) in de zomer van 1940 naar Cannes. Mihalovici moest wegens zijn joodse afkomst later onderduiken bij vrienden in Mont-Saint-Léger.

Laatste wijziging: 261011