The Little Review

Margaret Anderson Little review no 1-1

In maart 1914 startte Margaret Caroline Anderson (1886-1973) met het maandelijks tijdschrift The Little Review met ondertitel Literature Drama Music Art in Chicago. Volgens de schrijfster Judith Zilczer in het boek The Noble Buyer: John Quinn, Patron of the Avant-Garde steunde John Quinn Anderson financieel in verband met het tijdschrift. Het tijdschrift verscheen van maart 1914 tot mei 1929. De ondertitel veranderde in A magazine of the arts making no compromise with the public taste. In de zomer van 1916 verscheen het tijdschrift tijdelijk vanuit San Francisco. In 1917 verhuisde Anderson met haar geliefde Jane Heap naar New York. Met behulp van de criticus Erza Pound (1885-1972), die als buitenlandredacteur in Londen werkte, werden veelbelovende nieuwe schrijvers aangetrokken. Vanaf september 1918 werkte de Fransman Jules Romains (1885-1972) als redacteur aan het blad mee. In jaargang 6 werden de redacteuren niet genoemd, maar in het nummer van november 1919 (vol. VI no. 7) stond de aankondiging, dat John Rodker en Jules Romains de buitenlandse redacteuren waren en jh (=Jane Heap) de adviseur.

Little Review

Tussen maart 1918 en december 1920 verschenen 23 nummers. In het nummer van januari 1919 stond een oproep aan de abonnees om extra geld over te maken in verband met financiële problemen. De uitgaven voor februari en maart 1919 werden samengevoegd. De nummers januari 1919, mei 1919 (Vol. VI, nr.1), januari 1920 (Vol. VI, nr.9) en juli-augustus 1920 werden door de U.S. Post Office niet verspreid in verband met de afgedrukte tekst van James Joyces boek Ulysses. In het nummer van juni 1919 stond daarover de nevenstaande mededeling. Door het gemis aan inkomen kwam de zesde en zevende jaargang in problemen. In februari 1920 verscheen geen blad en ook werden nummers samengevoegd. Vanaf maart 1920 werden tekeningen opgenomen in het blad en vanaf april 1920 foto's. Nummer 1 van de zevende jaargang was mei-juni, nummer 2 juli-augustus, nummer 3 september-december 1920, nummer 4 januari-maart 1921. Op initiatief van John Sumner, secretaris van de Society for the Suppression of Vice in New York, spande Joseph Forrester een rechtzaak aan. De verdediging van Anderson en Heap op 13 december 1920 was in handen van John Quinn en beiden werden door de rechter Joseph Corrigan op 21 februari 1921 veroordeeld tot $ 50.

Heap en Anderson in Parijs, 1921 Heap en Anderson in Parijs

In 1923 brachten Anderson en Heap een bezoek aan Parijs voor een speciaal nummer met bijdragen van o.a. de Amerikanen Ernest Hemingway (1899-1961) en Gertrude Stein. Het z.g. French Number (herfst-winter 1923-1924) bevatte vertalingen van Franse avant-garde schrijvers, zoals Paul Éluard en Louis Aragon en rayografische afbeeldingen van Man Ray. Tijdens een verblijf in Parijs brachten Anderson en Heap o.a. een bezoek aan het atelier van Constantin Brancusi. Op nevenstaande foto zien we vlnr: Brancusi, Tristan Tzara, onbekende vrouw, Mina Loy, Jane Heap en Margaret Anderson. Nadat zij in 1925 een tijd in Europa hadden doorgebracht scheidden hun wegen.

Anderson had ondertussen warme gevoelens gekregen voor de Franse operazangeres Georgette Leblanc (1875-1941), die zij op de piano ging begeleiden. Anderson bleef in Frankrijk als geliefde van Leblanc. Heap keerde terug naar New York, waar zij verder ging met het tijdschrift, dat meer aandacht ging besteden aan kunst dan aan schrijvers. Ook opende zij de galerie Little Review.

deel2-1 deel2-2 deel3-1 deel3-2 Marcoussis
Little Review, 1924

De ruimte die ontstaan was door het niet voortzetten van Ulysses, daar het boek uitkwam, werd gevuld met de Engelse vertaling van Apollinaires Méditations esthétiques. Les Peintres Cubistes door Mrs. Charles Knoblauch namens de Société Anonyme. Deel 1 stond in het lentenummer van 1922 (blz. 7 t/m 19), deel 2 stond in het herfstnummer van 1922 (blz. 41 t/m 59) en deel 3 stond in het winternummer van 1922 (blz. 49 t/m 60). Bij de tekst van het tweede en derde deel stonden reproducties van werken, die ook in de Franse uitgave stonden. In het laatste nummer stonden naast de bovenstaande reproducties nog andere kunstwerken, o.a. het nevenstaande Nature Morte van Louis Marcoussis. Het herfstnummer van 1921 was gewijd aan Constantin Brancussi. Lentenummer 1922 aan Francis Picabia. Herfstnummer 1922 aan Joseph Stella. Het nummer herfst 1924 - winter 1925 was geheel gewijd aan Juan Gris.

Via de website Internet Archive zijn de eerste jaargangen (1914-1922) op te halen.

In 1929 beëindigde Heap na overleg met Anderson en Ezra Pound het tijdschrift een maand voor de beurscrach. Voor het laatste nummer zond de redactie een negental vragen naar alle bekende kunstenaars. Een groot aantal reageerde.

Margaret Caroline Anderson

Margaret werd op 24 oktober 1886 geboren in Indianopolis, Indiana, als oudste kind van het echtpaar Arthur Aubrey Anderson en Jessie Shortridge. In 1906 stopte Margaret met een studie aan het Western College for Woman in Oxford, Ohio, en probeerde zij zich als pianiste te ontwikkelen. In 1908 verhuisde zij naar Chicago en verdiende zij haar brood als schrijfster. In 1913 werd zij boekcriticus voor de Chicago Evening Post en in 1914 startte zij met het hierboven genoemde tijdschrift The Little Review. In 1917 verhuisden Heap en Anderson naar New York en zetten vandaaruit het tijdschrift voort. In 1924 ging Anderson als begeleidster en geliefde van de zangeres Georgette Leblanc naar Frankrijk. Zij leefde samen met Leblanc lange tijd in Le Cannet, een plaats op 3 km noordelijk van Cannes, aan de Franse Riviera. Na de dood van Leblanc in oktober 1941 verliet Anderson mede in verband met de Tweede Wereldoorlog Frankrijk. Tijdens de overtocht, die betaald werd door de schrijver Ernest Hemingway, ontmoette Anderson in 1942 Dorothy Caruso, de weduwe van de tenor Enrico Caruso. Tot de dood van Dorothy in 1955 leefden zij samen. Anderson keerde terug naar Le Cannet en overleed op 19 oktober 1973. Zij werd naast Leblanc begraven op het kerkhof Notre Dame des Anges in Le Cannet.

Jane Heap

Jane Heap werd in 1887 geboren in Topeka, Kansas. Na de middelbare school ging zij naar Chicago om te studeren aan The Art Institute en als docent werken aan het Lewis Institute. In 1916 ontmoette zij Anderson en ging spoedig artikelen schrijven voor Andersons tijdschrift The Little Review. In 1917 verhuisden Heap en Anderson naar New York en zetten vandaaruit het tijdschrift voort. In 1924 ontmoette Heap de filosoof Georgy Ivanovich Gurdjieff tijdens zijn bezoek aan New York. Onder indruk van hem begon Heap een studiegroep in haar appartement in Greenwich Village. In 1925 ging Heap naar Parijs om bij Gurdjieff te studeren. In 1935 verhuisde Heap naar Londen om daar voor Gurdjieff een nieuwe studiegroep te stichten. Heap overleed in Londen in 1964.

Mrs. Charles Knoblauch

Echtpaar Knoblauch en buldog Kuroki

Mrs. Charles Knoblauch was Mary A. Bookstaver (1875-1950), die in 1906 getrouwd was met de effectenhandelaar Charles E. Knoblauch (1870-1934). Mary zorgde ervoor dat Alfred Stieglitz in het augustusnummer van Camera Work van 1912 Gertrude Steins tekst over Matisse en Picasso publiceerde. Het echtpaar Knoblauch leefde in het Wyoming Apartments op de hoek van de Seventh Avenue en Fifty-fifth Street. Mary haalde in 1915 uitgebreid het nieuws, daar zij voor het gerecht gedaagd werd wegens het niet laten dragen van een muilkorf door haar bull terrier Kuroki. op 24 februari en 28 mei 1915 veroordeeld werd door de Board of Health. Haar Franse moest verplicht een muilkorf dragen. Hiernaast een foto van het echtpaar en de hond.

Bronnen en verdere informatie

  • Dickran Tashjian: From Anarchy to Group Force: The Social Text of The Little Review in Women in Dada, Massachusetts 1998, ISBN: 0-262-19409-0.
  • De documentaire van Wendy L. Weinberg Beyond Imagining: Margaret Anderson and the Litlle Review, 1991.
  • Tentoonstelling Making No Compromise: Margaret Anderson and the Litlle Review, gehouden in de Beinecke Liibrary van de Yale University van 1 oktober 2006 t/m 5 januari 2007.
  • Michelle Erica Green: MAKING NO COMPROMISES WITH CRITICAL TASTE: THE WAR FOR THE LITTLE REVIEW.
  • Margaret Anderson: My Thirty Years' War: An Autobiography, New York 1930.
  • Sophie Lévy en Christian Derouet: A Transatlantic Avant-Garde: American Artists in Paris, 1918-1939. Dit was de catalogus van de gelijknamige tentoonstelling, die gehouden werd van 31 augustus t/m 30 november 2003 in Musée d'Art Américain Giverny en van 18 december 2003 t/m 28 maart 2004 in het Tacoma Art Museum.
Laatste wijziging: 050213