De plaats Sorgues-sur-l'Ouvèze ligt ongeveer 11 km boven Avignon.
Op 19 mei 1912 reisde Pablo Picasso min of meer overhaast met zijn nieuwe liefde Eva Gouel naar Céret. Om zijn oude geliefde Fernande Olivier te ontlopen, die met de familie Poirot naar Céret kwam, verlieten Picasso en Eva op 21 juni Céret. Via Perpignan, waar ze overnachtten, gingen zij naar Avignon. In een brief van 23 juni schreef Picasso aan Kahnweiler, dat hij dinsdag (25 juni) een gehuurd huis kon betrekken. Hij had bij een stoffeerder meubels kunnen huren. Picasso huurde voor drie maanden de Villa des Clochettes in Sorgues en schreef diverse brieven aan Georges Braque in Parijs in afwachting van zijn komst.
Begin augustus kwamen Braque en Marcelle naar Sorgues. Op 9 en 10 augustus bezochten Picasso, Eva, Braque en Marcelle Marseille en omgeving, daar Braque in de omgeving, b.v. in L'Estaque, een huis wilde huren. Hij huurde echter Villa Bel-Air, Route d'Entraigues te Sorgues. Het had volgens Braque een Japanse uitstraling. Op de zolder richtte Braque zijn atelier in.
In een brief, gedateerd 21 augustus, meldde Picasso, dat hij de nevenstaande fresco Ma Jolie maakte. Aan het einde van de vakantie vroeg Picasso aan Braque om de fresco veilig te stellen. Picasso moest voor het verwijderen van het behang 15 FF betalen. Op 31 oktober schreef Picasso uit Parijs aan Braque in Sorgues, dat de fresco die dag was aangekomen. Het werk werd gekocht door de rijke Chileense Eugenia Errazuriz, die het schonk aan haar neef Tony Gandarilles. In 1961 kocht Douglas Cooper de fresco. Volgens John Richardson was Picasso en hij erbij, toen Cooper het uitpakte. De fresco bleek totaal in stukjes uiteengevallen. Bij de restauratie, eigenlijk totaal vernieuwen, werd het werk Gitaar, Fles Period en Wijnglas op doek aangebracht. Ook de kleuren werden opgehaald. Nadat het verkocht was aan een Engelse baron, werd het enkele jaren later verkocht via het veilingshuis Christie's.
Terwijl Picasso en Eva vanaf 1 september in Parijs waren om de verhuizing van de Boulevard de Clichy 11 naar de Boulevard Raspail 242 voor te bereiden kocht Braque in Avignon een rol papier met een eikenhoutimitatie in een behangwinkel. Hij maakt hiermee de nevenstaande papier collé Fruitschaal en Glas. Na terugkeer van Picasso in Sorgues liet Braque zijn werk zien aan Picasso, die zeer enthousiast was. Picasso zou op 10 november 1912 zijn eerste papier collé maken, waarin hij stukken krant verwerkte.
Later gebruikte Braque ook zand door zijn verf om een andere structuur te krijgen, b.v. in nevenstaand schilderij Fruitschaal, fles en glas, dat door Louise en Michel Leiris in 1984 geschonken werd aan het Musée National d'Art Moderne te Parijs. Braque meldde het gebruik van zand in een brief van 27 september aan Kahnweiler.
Picasso maakte een foto van zijn in Sorgues gemaakte schilderijen met een fototoestel, dat Braque voor hem had meegebracht uit Parijs. In een brief, gedateerd 17 juli 1912, aan Kahnweiler had Picasso hem verzocht het toestel op te halen uit zijn atelier op Boulevard de Clichy 11. In een brief aan Braque, die op de zelfde datum geschreven was, vroeg Picasso het toestel indien moegelijk mee te brengen. Op onderstaande foto zien we de schilderijen van Picasso, die in Sorgues geschilderd waren (vlnr eerst boven en daarna onder): Gitaar, De Dichter, Gitaar, Le Torero, Man met gitaar en Het Model. De schilderen zijn in verhouding afgebeeld.
Op 23 september namen Piasso en Eva 's avonds in Avignon de trein naar Parijs. Braque en Marcelle bleven in Sorgues tot 15 november. In Sorgues maakte Braque verschillende papiers collés.
Half juni 1913 gingen Braque en Marcelle naar Sorgues, waar zij de Villa Bel-air huurden. In een brief aan Kahnweiler meldde Braque, dat hij een landhuis gehuurd had, waar eerst een raam vergroot moest worden, om een beter atelier tot zijn beschikking te hebben. Voor de verbouwing vroeg Braque aan Kahnweiler 400 FF te sturen, wat Kahnweiler deed. Vanaf begin juli werkte Braque in zijn nieuwe atelier. Hier maakte Braque opnieuw papiers collés, o.a. de onderstaande op schaal weergegeven werken Gitaar, Schaakbord en Gitaar en Programma (Statue d' Epouvante). In de laatste twee werken plakte Braque reclame voor de Tivoli-Cinéma dat op 31 oktober open ging. Denkelijk was Braque en Marcelle op 8 december terug in Parijs.
Nadat Picasso half juni te vergeefs een huis in Tarascon had gezocht keerde Picasso en Eva op 23 juni naar Avignon terug, waar zij na een verblijf in Grand Nouvel Hotel uiteindelijk een huis huurden in de Rue Saint-Bernard 14. Terwijl Marcelle in Parijs bleef ging Braque eind juni op de fiets naar Sorgues. Onderweg stuurde hij kaarten naar Kahnweiler en bezocht hij de tentoonstelling Exposition internationale 1914 in Lyon, waar hij 2 werken van Picasso en 3 van Roger de la Fresnaye zag. De tentoonstelling was van 1 mei t/m 1 november in Musée des Beaux-Arts. Denkelijk kwam Braque op 5 juli aan in Sorgues.
Marcelle kwam op 7 juli per trein aan. Braque renoveerde zijn gehuurde Villa Bel-air en kwam enige tijd niet toe aan het maken van schilderijen. Pas in de laatste week van juli begon hij weer te schilderen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog brak zijn werkzaamheden abrubt af. Op 2 augustus bracht Picasso zijn vrienden Braque en Derain, die met zijn vrouw in Montfavet verbleef, naar de trein op het station van Avignon. Wegens de algemene mobilisatie moesten Braque en Derain zich melden. Eind oktober ging Marcelle naar Lyon om Braque te ontmoette, die daar sinds kort gelegerd was. Volgens Eva ging Marcelle daarna naar Parijs.
Nadat Braque zwaargewond was geraakt aan zijn hoofd bij de gevechten om Neuville-Saint-Vaast op 11 mei en twee dagen in coma bleef, volgde een lange periode van herstel. In januari 1916 gingen Braque en Marcelle naar Sorgues om verder te herstellen. In juli 1916 was Braque zodanig hersteld, dat hij weer dienst moest doen bij een militaire opleiding in Bernay. Uiteindelijk werd Braque afgekeurd en in maart 1917 keerden Braque en Marcelle terug naar Sorgues, waar Braque weer begon met schilderen. Tijdens de zomer van 1917 bracht het echtpaar Revery enkele weken bij Braque door. In de jaren daarna brachten Braque en Marcelle herhaaldelijk tijd in Sorgues door. In 1927 verkocht Braque het huis.
Ook Braque schilderde op de muren van de Villa Bel-air kubistische afbeeldingen, o.a. in de woonkamer. Helaas zijn daar geen foto's van bekend. Samen met Claude Laurens bezocht Marcelle in 1965 het huis en zag dat de fresco's waren vervaagd. Eind 1963 stond in een Nederlands tijdschrift een artikel over de fresco's. In 1956 had de Italiaanse familie Genari het kleine vervallen huis voor 8000 gulden gekocht. Dankzij een kunstschilder, die bevriend was met hun zoon, waren de 'krabbels' gekoppeld aan Braque, die enkele maanden daarvoor op 31 augustus 1963 was overleden. Volgens een toelichting bij de veiling van Grande composition à la contrebasse bij Christie's op 8 mei 2002 in New York werd vermeld, dat fresco's uit het huis waren verwijderd en daarna op canvas waren overgebracht en gerestaureerd.