Voor de International Exposition of Decorative and Industrial Arts te Parijs werd door Charles-Edouard Jeanneret (=Le Corbusier) het Pavillon de l'Esprit Nouveau ontworpen. De tentoonstelling vond plaats in het hart van Parijs aan de beide kanten van de Seine tussen het Grand Palais en de Place des Invalides. Alle gebouwen moesten van tijdelijke aard zijn. Le Corbusier was gevraagd voor het ontwerpen van een tentoonstellingsgebouw, maar zijn ontwerp van april 1924 viel niet in goede aarde. Pas in september 1924 werd zijn ontwerp door het Ministerie van Industrie en Handel goedgekeurd en kreeg hij één van de slechtste plekken op het tentoonstellingsterrein. Nadat de bouw vlak bij het Grand-Palais was begonnen lag het werk stil vanaf februari tot begin april 1925. Bij de opening van de tentoonstelling op 28 april was het paviljoen niet klaar. Pas op 10 juli 1925 werd het paviljoen officieel voor het publiek geopend door de Ministre de l'Instruction publique et des Beaux-Arts, Anatole de Monzie.
Het paviljoen bestond uit twee delen. Het ene deel was een volledig ingericht huis, dat gebaseerd was op het gebruik van standaard elementen, die industrieel vervaardigd zouden kunnen worden en daardoor beschikbaar voor vele mensen.
Het was als het ware één deel van een groot woonblok, genaamd Citrohan, bestaande uit 200 eenheden. Het tentoonstellingsgebouw was een metalen geraamte opgevuld met panelen gemaakt van stro met daarop gespoten cement.
Het huis was een voorbeeld van de totale kunst van het purisme. Naast schilderijen waren ook stoelen e.d. aanwezig, die machinaal vervaardigd waren. De schilderijen waren gemaakt door Amédée Ozenfant, Jeanneret, Juan Gris en Fernand Léger. Het andere deel was een tentoonstellingsruimte, waar met behulp van diorama's een groot gedeelte was ingericht voor de door Jeanneret ontworpen stadsplannen Comtemporary City for Three Million Inhabitants en Voisin Plan of Paris. Het laatste plan was genoemd naar de industrieel en vliegtuigbouwer Gabriel Voisin, die de nodige financiën beschikbaar stelde. Het plan hield in een totale verandering van het gebied tussen de Seine en Montmartre. Uitsluitend het Louvre, het Palais Royal, de Place des Vosges, de Place de la Concorde, de Arc de Triomphe, een aantal losstaande kerken en overheidsgebouwen bleven gespaard.
![]() |
| Door een tik op het schilderij wordt bij drie van de vier schilderijen een gekleurde afbeelding getoond. |
Op een foto in het tijdschrift L'Architecture vivante van herfst/winter 1925 is te zien dat er een ander schilderij van Léger, n.l. het nevenstaande Composition uit 1924, hing op de plaats van het hierboven getoonde schilderij van Léger. Het op de bovenstaande foto zichtbare schilderij van Léger sloot beter aan bij de Puristische ideeën van Ozenfant en Le Corbusier.
Na de tentoonstelling werd het gebouw in 1926 vernietigd. In 1977 werd het opnieuw, maar nu in beton, gebouwd in het congrescentrum van Bologna (Italië), Piazza Costituzione 11. De architecten Giuliano en Glauco Gresleri, Enea Manfredini (1916?-2008), Enzo Zacchiroli en Giorgio Trebbi ijverden daar lange tijd voor. De bestrating, de gang en en sommige details van het plafond van diorama zijn de enige verschillen van de originele versie.
Dankzij een reactie van Bas van der Horst, een redacteur van Archipedia van de website www.architectenweb.nl werd ik gewezen op een prachtig filmpje van een reconstructie in 3D van het paviljoen op YouTube.