De plaats L'Estaque ligt links van de havenplaats Marseille aan de Middellandse zee en ontwikkelde zich tussen 1885 en 1906 tot een industrieel centrum voor o.a. de chemie en het repareren van zeeschepen. Door de aanwezigheid van een treinstation aan de lijn Parijs-Lyon-Marseille en de bouw van zes hotels was het tevens aantrekkelijk voor schilders, o.a. Cézanne, Braque, Dufy, Derain, Friesz, Marquet, Renoir.
In navolging van Paul Cézanne, die in de periode 1870-1886 minstens gedurende zeven perioden schilderde in L'Estaque, ging Georges Braque in september 1906 naar L'Estaque, waar hij een kamer huurde in Hôtel Maurin. Braque bracht de winter door in L'Estaque en schilderde daar fauvistische landschappen.
In februari 1907 keerde Braque naar Parijs, waar hij op de Salon des Indépendant, die gehouden werd van 20 maart t/m 30 april 1907, zes schilderijen tentoonstelde. Dit waren twee schilderijen uit Antwerpen, n.l. De haven van Antwerpen en De Schelde, en vier uit L'Estaque, n.l. De grote boom, De Olijfboom, Het dal en L'Estaque: de Steiger. De kunsthandelaar Wilhelm Uhde kocht vijf van de zes schilderijen voor een bedrag van 505 FF. Op de achterkant van een visitekaartje deelde Uhde aan Braque mee, dat hij voor het nevenstaande schilderij De Olijfboom 120 FF had geboden bij het secretariaat van de Salon. Het zesde schilderij, Het dal, kocht de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler denkelijk in de zomer van 1907.
Hieronder zes schilderijen, die Braque ook in L'Estaque schilderde.
Opmerking: Het tweede schilderij van rechts werd samen met 56 andere werken in 1961 gestolen uit het museum in St. Tropez.
Nadat Braque en Othon Friesz denkelijk een bezoek aan Le Havre hadden gebracht om hun werken af te leveren en mee te helpen aan de voorbereidingen van de tweede tentoonstelling van Cercle de l'Art Moderne gingen zij in mei 1907 samen naar La Ciotat, een plaats aan de zuidkant van Marseille, om daar te schilderen. Hier schilderde Braque o.a. het nevenstaande schilderij Landschap van La Ciotat, waarin Braque door de bomen op de voorgrond al een verandering in stijl liet zien. In dezelfde periode schilderde Braque echter ook nog zeer fauvistische schilderijen. In juli 2007 kregen Braque en Friesz bezoek van Henri Matisse en zijn vrouw, die op weg waren van Collioure naar Italië.

In september 1907 gingen Braque en Friesz naar L'Estaque om samen te schilderen. Denkelijk brachten Braque en Friesz rond 22 oktober een kort bezoek aan Parijs om de Salon d'Automne te zien, waar in verband met een retrospectief 56 werken van de vorig jaar overleden Cézanne tentoongesteld waren, en om hun tentoongestelde werken op te halen. Daarna keerden Braque en Friesz denkelijk tot eind oktober 1907 terug naar L'Estaque. In deze periode schilderde Braque de nevenstaande schilderijen Terras van Hôtel Mistral, Viaduct bij L'Estaque en Huizen te L'Estaque. Het Hôtel werd later afgebroken, maar de Association Mistral stelde zich vanaf 1995 tot doel de villa te herbouwen. Eind oktober 1907 keerden Braque en Friesz denkelijk terug naar Parijs, daar Friesz van 4 t/m 16 november 1907 een tentoonstelling had in Galerie Druet te Parijs.
In Parijs bracht Braque een bezoek aan het atelier van Pablo Picasso, waar hij Les Demoiselles d'Avignon zag, en maakte hij een nieuwe versie van het Viaduct bij L'Estaque. In dit nevenstaande schilderij liet Braque een grote vereenvoudiging van vormen en kleuren zien. De schilderstroming kubisme was gestart.
Eind mei 1908 ging Braque opieuw naar L'Estaque, waar hij volgens een brief aan Kahnweiler gelijk aan het werk ging. Hij verbleef opnieuw in Hôtel Maurin. Braque kreeg bezoek van Raoul Dufy, die net als Braque kubistische werken schilderde. Hieronder zien we van links naar rechts: De Fabriek, Groene bomen te L'Estaque, Landschap te L'Estaque en Bomen te L'Estaque. Het Musée Cantini te Marseille bezit vijf pré-kubistische werken van Raoul Dufy, waaronder drie van de hieronder staande werken, n.l. De Fabriek, Landschap te L'Estaque en Bomen te L'Estaque. De laatste twee werden door de weduwe Émilienne Dufy in 1963 geschonken aan de Franse Staat. In totaal maakte Dufy ongeveer 16 schilderijen, waarvan slechts een klein deel kubistisch was.
Braque schilderde deze zomer vele werken in L'Estaque, waarbij hij duidelijk naar de natuur werkte. In 1910 maakte Kahnweiler de nevenstaande foto, die dat duidelijk weergaf. Hieronder een aantal schilderijen uit deze periode: (vlnr) Baai bij L'Estaque, Viaduct bij L'Estaque, Pad bij L'Estaque, Weg bij L'Estaque, Weg bij L'Estaque, Huizen te L'Estaque, Huizen te L'Estaque, Bomen, Bomen te L'Estaque, Bomen en Landschap. De schilderijen zijn in verhouding tot hun afmetingen weergegeven.

Van het derde schilderij op de eerste rij, Pad bij L'Estaque, bestaat een bijna identieke tweede versie. Het afgebeelde schilderij werd van 1 juli t/m 1 oktober 2006 getoond op de tentoonstelling Georges Braque et le Paysage: de l'Estaque à Varengeville 1906-1963, die gehouden werd in Musée Cantini te Marseille.
Begin september 1908 ging Braque denkelijk terug naar Parijs, daar op 7 t/m 9 september de schilderijen getoond moesten worden aan de toelatingscommissie van de Salon d'Automne als men nog niet drie keer was toegelaten. Braque liet zes of zeven schiderijen gemaakt in L'Estaque zien aan de commissie, waarvan Henri Matisse, Albert Marquet en Georges Roualt deel uit maakten. De schilderijen van Braque werden niet toegelaten. De kunsthandelaar Kahnweiler sprak daarna met Braque een tentoonstelling in zijn galerie af en vroeg Guillaume Apollinaire het voorwoord te schrijven. In een brief van 19 oktober 1908 vroeg Apollinaire aan Braque of hij het goed vond. De tentoonstelling Exposition Georges Braque van 27 werken zou uiteindelijk van 9 t/m 28 november 1908 gehouden worden. Het hierboven op de onderste rij links staande schilderij Huizen te L'Estaque werd verkocht aan de verzamelaar Roger Dutilleul. Op 14 november 1908 schreef Louis Vauxcelles een bericht over de tentoonstelling in Gil Blas, waarin stond à des schémas géométrique à des cubes. Het zou mede de naam kubisme veroorzaken.
Nadat Braque de zomer van 1909 in La Roche-Guyon had doorgebracht, koos Braque in 1910 opnieuw voor l'Estaque. Van eind augustus of begin september tot minstens 20 november 1910 verbleef Braque weer in Hôtel Maurin in l'Estaque. Kahnweiler kwam hem daar denkelijk in het weekend van 17 en 18 september opzoeken, maar Braque bracht dat weekend juist een bezoek aan Marseille. In l'Estaque schilderde Braque de twee versies van Les Usines du Rio Tinto à l'Estaque. Beide doeken werden in augustus 1914 bij de kunsthandelaar Wilhelm Uhde geconfisqueerd en volgens het boek Braque cubism 1907-1914 op 30 mei 1921 geveild bij Hôtel Drout. Het kleinste van de twee werd door André Lefèvre voor 500 FF gekocht en in 1964 geschonken aan het Musée National d'Art Moderne te Parijs. Het grootste schilderij werd door Roger Dutilleul voor 600 FF gekocht en in 1979 door zijn erfgenaam Jean Masurel geschonken aan het Musée d'Art Moderne du Nord, nu genoemd Musée d'Art Moderne Lille Métropole, te Villeneuve-d'Ascq.
| In 1994 werd van 25 juni t/m 25 september de tentoonstelling L'Estaque, naissance du paysage moderne, 1870-1910 in Musée Cantini te Marseille gehouden. Bij de tentoonstelling verscheen onder dezelfde naam een catalogus geschreven door Nicolas Cendo en Véronique Serrano (ISBN: 2711829677). |
| In 2006 werd van 1 juli t/m 1 oktober de tentoonstelling Georges Braque et le paysage de l'Estaque à Varengeville, 1906-1963 gehouden in Musée Cantini te Marseille. Bij de tentoonstelling verscheen een gelijknamige catalogus met tekstbijdrage van Véronique Serrano, Théodore Reff, Claude Frontisi en Claude Esteban, Éric Darragon en Alvin Martin (ISBN: 2754101225). |