Parijs

La Ruche

Het achthoekige gebouw La Ruche (= de bijenkorf) werd gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs en was ontworpen door Gustave Eiffel. Het was het z.g. wijnpaviljoen van de wijnen uit de Gironde. De wijnboeren hadden hier hun producten tijdens de wereldtentoonstelling getoond. Na de tentoonstelling kocht de beeldhouwer van grafmonumenten Alfred Boucher (1850-1934) het gebouw en verplaatste het naar een stuk grond in het Parijse stadsdeel Montparnasse aan de Passage de Dantzig 2 (tonen in Google Maps), dat hij in 1895 gekocht had. Het terrein had Boucher gebruikt als werkplaats in de buurt van het tentoonstellingsterrein om beelden voor de wereldtentoonstelling te maken. Volgens de schrijver Dominique Paulvé kocht Boucher het terrein van Victor Libion, die tegenover het terrein een café had. Libion zou in 1911 het befaamde ontmoetingspunt Café La Rotonde kopen.

La Ruche, 1913

Boucher breidde het gebouw uit met delen van het Brits-India paviljoen en een poort van het Pavilon des Femmes. Bijna 140 ateliers waren hierdoor mogelijk in het gebouw en de bijgebouwen. Het gebouw werd in het voorjaar van 1902 geopend door Joseph Chaumié, die op 7 juni 1902 de minister van L'Instruction publique et des Beaux-Arts was geworden, en het Parijse gemeenteraadslid Chevraux. Vanaf dat moment kon iedereen die met kunst te maken had één van de benauwde hoekige studio's zonder gas en elektriciteit huren voor een prijs tussen 50 en 150 francs per jaar. Voor water moest iedereen naar het enige kraantje onderaan de trap. Niemand werd uitgezet wegens wanbetaling. Vooral kunstenaars uit Oost-Europa kwamen naar dit ateliergebouw. Het gevolg was dat het gebouw snel verviel en smerig was. Boucher volgde hiermee de ideeën van de 19eeuwse idealistische sociale hervormer Charles Fourier, die z.g. phalanstères voorstelde als een ideale gemeenschap voor creatieve mensen.

expositieruimte La Ruche, 1905 Academie La Ruche, na 1905

Op 12 februari 1905 werd in een bijgebouw een expositieruimte geopend met de naam Le Salon de La Ruche. Iedere bewoner mocht hier zijn werken tentoonstellen. In hetzelfde gebouw was ook de Académie de La Ruche gevestigd. In een ander bijgebouw werd het theater La Ruche des Arts gevestigd met 300 stoelen. De toegangsprijs was een vrijwillige bijdrage.


Fernand Léger woonde twee perioden in La Ruche. Léger, die een Russische vrouw had, zorgde voor het contact met het kubisme bij de uit Oost-Europa komende bewoners, o.a. Archipenko, Chagall, Lipchitz en Zadkine. Zij woonden met vele andere kunstenaars in La Ruche, o.a. met de Italiaanse futuristische dichter Ardengo Soffici. Via de bijeenkomsten van baronnes d'Oettingen en Serge Férat kwamen de belangrijkste kunstenaars in aanraking met o.a Picasso.

La Ruche La Ruche

Eind 1910 betrok de Rus Natan Altman een ruimte in La Ruche, nadat hij eerst enige tijd bij Wladimir Baranoff onderdak had gekregen. Altman maakte in 1911 het nevenstaande schilderij van het ateliergebouw, dat bestond uit het meer bekende ronde gebouw en gebouwen erom heen. Ook op nevenstaande foto uit 1910 zien we deze bijgebouwen.

La Ruche, 2003 La Ruche

Na de Tweede Wereldoorlog zorgden Paul Rebeyrolle en Francis Biras voor een hernieuwde start met o.a. de Salon de la jeune Peinture. Begin zestiger jaren was het gebouw zodanig bouwvallig, dat sloop onvermijdelijk was. In 1967 verkochten de erfgenamen van Alfred Boucher het terrein aan de sociale woningbouwvereniging Le Nouveau Foyer om het gebouw af te breken en iets nieuws te bouwen met een ondergrondse garage. Om de afbraak tegen te gaan werd het Comité de Défense de La Ruche opgericht, die het blad Le dossier des démolisseurs uitgaf. Marc Chagall was voorzitter van het reddingscomité. Dankzij de inspanning van Bernard Anthonioz (1921-1994) blokkeerde de Ministre de la Culture, André Malraux (1901-1976), in 1969 de bouwvergunning. Malrauxs opvolger per 20 juni 1969, Edmond Michelet, die overleed op 9 oktober 1970 en zijn opvolger, Jacques Duhamel, stonden positief ten opzichte van het behoud, maar daarvoor moest nog ruim 1,6 miljoen francs ingezameld worden. Door diverse initiatieven, o.a. een veiling van beschikbaargestelde kunstwerken op 24 juni 1970, werd geld ingezameld. Ook een beroep op het geld, dat voor de restauratie van Le Bateau-Lavoir was gereserveerd, maar door het afbranden van het gebouw op 12 mei 1970 geen doel meer had, zou worden gehonoreerd als het gebouw een historisch monument zou worden. In 1972 werd het gebouw erkend als historisch monument. Tussen 1972 en 1996 werd het complex voor een bedrag van 20 miljoen francs hersteld. Het is met 60 ateliers nog steeds in gebruik als ateliergebouw, waar ook internationale kunstenaars terecht kunnen. De Association des Amis de la Ruche (ALR) verzorgt allerlei activiteiten in verband met de kunstenaars van La Ruche. Het gebouw is in de buurt van de metrohalte Convention van metrolijn 12, maar is niet open voor publiek. Metrolijn 12 verbindt sinds 1910 de wijken Montmartre en Montparnasse met elkaar en is bekend onder de naam Nord-Sud.

Ter viering van het honderdjaar bestaan werd tot 14 mei 2003 in het Musée du Montparnasse, dat gevestigd is in het oude atelier van Marie Vassilieff aan de Avenue du Maine 21, de tentoonstelling La Ruche, une cité d'artistes, 1902-2002. gehouden.

De volgende kubistische kunstenaars hebben in La Ruche gewoond.

naamplaats in het gebouwperiode
in bijgebouw
1910-1911
Alexander Archipenko
begane grond
1908-1912
Marc Chagall
2de verdieping
1910-1914
2de verdieping
1908-1909
1912
Fernand Léger
in bijgebouw
1905-1906
1908-1912
Jacques Lipchitz
1909-1916
1913
1913
Ossip Zadkine
begane grond
1910-1911

Andere bewoners waren o.a.

  • de Italiaan Ardengo Soffici, die van 1903 tot in 1906 in een bijgebouw woonde en werkte;
  • de Italiaan Amedeo Modigliani, die in januari 1906 naar Parijs kwam en in de perode 1912-1918 in La Ruche woonde;
  • de Rus Michel Kikoïne (1892-1968), die na een studie in Vilna rond 1912 naar Parijs kwam en tot 1927 in La Ruche woonde;
  • de Rus Chaim Soutine (1893-1943), die in 1913 naar Parijs kwam en later ging wonen in het ateliergebouw Cité Falguière.
    Via Lipchitz ontmoette Soutine de schilder Modigliani, waarmee hij zeer bevriend werd. Modigliani maakte vele portretten van Soutine.
  • de Litouwer Pinchus Krémègne (1890-1981), die rond 1912 vanuit Vilna naar Parijs kwam. In 1913 vestigde hij zich als beeldhouwer in La Ruche, maar ging vanaf 1915 hoofdzakelijk schilderen. In 1925 vertrok Krémègne naar Céret.
  • de Oekaïner Isaac Dobrinsky (1891-1973) kwam in 1912 naar Parijs en deelde met Chaim Soutine een atelier. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 nam hij dienst bij het Franse Vreemdelingen Legioen, maar werd spoedig op medische gronden afgekeurd. Hij huurde een atelier in een bijgebouw om te beeldhouwen.
  • de Russische beeldhouwer Möishe Kogan (1879-1943) kwam in 1910 naar Parijs en vestigde zich in La Ruche. Kogan werd wegens zijn joodse afkomst in 1942 gearresteerd en werd op 22 februari 1943 vanuit het concentratiekamp te Drancy gedeporteerd naar Duitsland. Op 3 maart 1943 werd hij omgebracht in Auschwitz.
  • de Poolse beeldhouwer Morice Lipsi (1898-1986), die eigenlijk Moryce Lipszyc heette en in 1912 vanuit Lodz naar Parijs kwam. In 1927 verhuisde hij naar een atelier in de Rue de Vanves 172.
  • de in Lodz geboren schilder Henri Epstein. Na een bezoek aan Parijs in 1912 vestigde hij zich definitief in 1913. In 1938 verruilde hij La Ruche voor een atelierwoning in Epernon. Daar werd hij op 23 februari 1944 wegens zijn Joodse afkomst door de Gestapo gearresteerd. Via het bij Parijs gelegen verzamelkamp Drancy werd hij op 7 maart 1944 naar Duitsland overgebracht en gedood in Auschwitz.

Verdere informatie/tentoonstellingen

boek, 2009 boek, 2002 La Ruche et Montparnasse
  • De kunstenaar Jacques Chapiro, die vanaf 1925 lang in La Ruche woonde, schreef in 1960 het boek La Ruche, dat in Parijs werd uitgegeven.
  • Het boek geschreven door Jeanine Warnod met als titel La Ruche and Montparnasse, uitgegeven in Parijs en Genève in 1978. Het was de catalogus bij de gelijknamige tentoonsteling, die van 22 december 1978 t/m 1 april 1979 werd gehouden in Musée Jacquemart André.
  • In oktober 2002 verscheen het door Dominique Paulvé geschreven boek La ruche, un siècle d'art.
  • Van 7 februari t/m 10 mei 2009 werd in Palais Lumière te Evian de tentoonstelling La Ruche, cité des artistes 1902-2008 gehouden. Bij de tentoonstelling verscheen een door Sylvie Buisson en Martine Frésia geschreven boek met dezelfde titel (ISBN: 9782862275956).
  • De Franstalige website www.la-ruche.fr.
Laatste wijziging: 280212