Het in de Pyreneeën liggend dorp Céret speelde een kleine rol in de ontwikkeling van het kubisme. In 1910 kwamen de beeldhouwer Manuel Martinez Hugué (1872-1945), die bekender is onder zijn pseudoniem Manolo, en de schilder Frank Burty Haviland toevallig in Céret terecht. Zij waren tot december 1909 in de grensplaats Bourg-Madame en gingen op weg om de beeldhouwer Maillol te bezoeken, die in Banyuls-sur-Mer (rechtsonder op de nevenstaande kaart) verbleef. Door het slechte weer onderbraken zij de reis in Hôtel du Canigou in Céret. Drie dagen later kwam de componist Déodat de Séverac (1872-1921) met de trein naar Céret. Zij waren de eerste kunstenaars, die Céret onder de aandacht brachten van de kunstenaars in en rond het arteliergebouw Le Bateau-Lavoir in de Parijse kunstenaarswijk Montmartre.
Behalve de onderstaande kubistische schilders, waardoor André Salmon Céret het Mecque du cubisme (=het mekka van het kubisme) noemde, brachten ook andere kunstenaars enige tijd door in Céret, zoals bv. de beeldhouwer Aristide Maillol, de schrijver Max Jacob, de schilders Moïse Kisling (1891-1953), Francis Picabia en Jean Marchand in de periode 1910-1916. Vanaf 1916 kwamen door de schilder Pierre Brune vooral kunstenaars, die leefden in de in de Parijse wijk Montparnasse liggende kunstenaarscentra Cité Falguière en La Ruche, zoals bv. Chaïm Soutine (1893-1943), Pinchus Krémègne (1890-1981), André Masson, Maurice Loutreuil en Marc Chagall. In 1940 werd Céret een toevluchtsoord voor o.a. Jean Cassou, Jean Cocteau, Raoul Dufy en Albert Marquet.
De schrijver Victor Crastre schreef in 1947 het nevenstaande boekje Naissance du cubisme (Céret 1910) met enkele zwart-wit afbeeldingen van kubistische werken. Op de kaft zien we het verderop bij Juan Gris afgebeelde werk Landschap bij Céret uit 1913.
Nadat Georges Braque op herhaling was geweest voor militaire dienst van 27 maart t/m 12 april 1911 in Saint-Mars-la-Brière ging Braque naar de Zuidfranse plaats Céret, waar Picasso al aanwezig was. Op 15 augustus schreef Braque vanuit Orléans, dat hij 17 augustus in Limoges zou zijn op weg naar Céret. Volgens John Richardson in A life of Picasso had Braque misschien de weg per fiets afgelegd. Braque gebruikte voor het schilderen het atelier van Picasso en schilderde o.a. het nevenstaande Stilleven met een paar Banderillas, dat deel heeft uitgemaakt van de collectie Zoubaloff en nu hangt in het Museum of Modern Art te New York en geschonken is door Jacques Gelman. Ook schilderde Braque het nevenstaande Stilleven met harp en viool, dat Raoul La Roche in 1962 geschonken heeft aan de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen te Düsseldorf, het nevenstaande Daken te Céret en Bouteille et verre. Vanuit Céret bezocht Braque de plaatsen Figueras en Collioure. Op 13 oktober schreef Braque aan zijn vriendin Marcelle Lapré een brief, waarin hij zich op haar komst verheugde. Half oktober stuurde Braques vriendin Marcelle Lapré een bericht, dat zij spoedig naar Céret kon komen. Braque en Marcelle woonden samen in Hôtel du Canigou te Céret. Op 19 januari 1912 keerden Braque en Marcelle terug in Parijs.
Op 21 november 1912 nodigden Manolo en Totote per brief Braque en Marcelle uit om in maart 1913 naar Céret te komen. Ook Picasso en Eva zouden uitgenodigd worden. Na een korte tijd in Céret in de lente van 1913, waar ook Picasso, Gris en Max Jacob waren, gingen Braque en Marcelle naar Sorgues, waar zij vanaf 15 juni een huis huurden.
Juan Gris verbleef met zijn vrouw Josette voor het eerst in Céret in de periode augustus - november 1913. Hij schilderde o.a. de volgende nevenstaande vijf schilderijen: Torero, De Roker, Viool en gitaar, Landschap bij Céret, Viool en schaakbord, die Gris in september 1913 met een schilderij getiteld Gitaar naar zijn kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler stuurde. Het werk Landschap bij Céret werd door Rolf de Maré gekocht bij Kahnweiler. In 1951 kocht het Moderna Museet te Stockholm het werk. Het schilderij Viool en schaakbord kwam in het bezit van Leo Simon te New York.
Op 30 oktober 1921 gingen Gris en Josette in verband met Gris' gezondheid naar Céret en betrokken een kamer in Hôtel Garretta voor 22 FF per dag. Helaas slaagde Gris er niet in om een woning te huren in de omgeving, maar de hotelkamer was groot en licht genoeg om te werken. Hij schilderde o.a. het nevenstaande Le Canigou, dat nu te zien is in de Albright-Knox Art Gallery, te Buffalo (NY) en het nevenstaande Pierrot met gitaar, dat nu behoort tot de Nils Onstad Collection te New York. In april 1922 keerden Gris en Josette terug naar Parijs.
Auguste Herbin, die vanaf 1909 in het ateliergebouw Le Bateau-Lavoir vlak naast Picasso woonde, bracht de zomermaand augustus van 1913 in Céret door en schilderde daar hoofdzakelijk landschappen. Het schilderij links kunt u zien in het Musée d'art Moderne de Céret. Ook in de periode 1918-1923 verbleef Herbin in Céret.
Volgens de website van het Musée d'art Moderne de Céret verbleef André Lhote in 1928 in Céret.
Op uitnodiging van zijn vrienden Manolo en zijn vrouw Totote, die samen met Frank Burty Haviland in 1910 de zomer in Céret hadden doorgebracht, kwam Pablo Picasso op 8 juli 1911 aan in Céret. Op 16 juli schreef Picasso aan Kahnweiler, dat hij in een kamer bij Haviland schilderde en op 27 juli aan Leo Stein dat hij in Hôtel du Canigou verbleef. Op 8 augustus 1911 schreef Picasso aan Fernande Olivier, dat hij haar binnen enkele dagen samen met Braque verwachtte. Fernande nam de trein en was rond 15 augustus bij Picasso. Vanaf 17 augustus was Braque aanwezig en brachten zij veel tijd samen door in Céret. Picasso had ondertussen een etage van Maison Delcros gehuurd en Braque had daar ook een kamer gehuurd. Picasso schilderde o.a. het nevenstaande Stilleven met rumfles, dat nu hangt in het Museum of Modern Art te New York en geschonken is door Jacques Gelman. Ook schilderde Picasso L'Accordéoniste, dat nu te zien is in het Solomon R. Guggenheim Museum te New York.
Nadat in de krant Paris-Journal van 29 augustus een anonieme ingezonden brief had gestaan, dat een diefstal uit het Louvre niet zo moeilijk was, en dat de briefschrijver twee Iberische beeldjes had meegenomen uit het Louvre, vertrok Picasso denkelijk op 4 september naar Parijs. Picasso had n.l. in 1907 twee Iberische beeldjes gekocht van Géry Pieret, die enige tijd secretaris van Guillaume Apollinaire was geweest. De gekochte beeldjes waren inderdaad door Pieret uit het Louvre gestolen. Apollinaire zou op 7 september 1911 gearresteerd worden in verband met de diefstal van de Mona Lisa uit het Louvre op 21 augustus 1911. Picasso werd op 8 september verhoord.
Nadat Picasso aan Braque gevraagd had op zijn hond Frika te passen, reisde Picasso met zijn nieuwe liefde Eva Gouel naar Céret. Aangekomen in Céret op 20 mei 1912 schreef Picasso diverse brieven vanaf Rue de la Fusterie naar Kahnweiler om schilderspullen op te sturen. Picasso, die weer in Maison Delcros woonde, schilderde in Céret o.a. het nevenstaande schilderij Fêtes de Céret, dat nu behoort tot de Maja Sacher Collectie te Bazel. Op 21 mei liet Picasso aan Braque weten, dat hij de hond kon sturen. Alleen Braque en Kahnweiler wisten waar Picasso met Eva naar toe waren gegaan. Op 29 mei 1913 publiceerde de krant La Publicidad in Barcelona echter, dat Picasso in Céret verbleef. Om zijn oude geliefde Fernande te ontlopen, die gebroken had met haar nieuwe vriend Oppi en met de schilder Ramón Pichot (ook geschreven Pitxot, 1872-1925) en zijn vrouw Germaine (Laure Gargallo) naar Céret kwam, verlieten Picasso en Eva op 21 juni Céret. Germaine, die in 1901 getrouwd was met Ramón Pichot, was een vriendin van Fernande en ook werkzaam geweest als model. Via Perpignan en Avignon reisden Picasso en Eva naar Sorgues, waar Picasso op 25 juni aankwam en de Villa des Clochettes huurde.
Op weg naar Barcelona om Eva aan de familie voor te stellen brachten Picasso en Eva van 22 t/m 26 december een bezoek aan Céret, waar zij de kerstavond doorbrachten bij de echtparen Manolo en Haviland. Daarna reisden Picasso en Eva door naar Barcelona.
Op 10 maart 1913 reisden Picasso en Eva naar Céret, waar zij vanaf 12 maart een deel van Maison Delcros huurden. Voordat zij eind maart doorreisden naar Barcelona voor een kort verblijf kregen zij bezoek van Max Jacob. Eind maart 1913 brachten Picasso en Eva een kort bezoek aan Barcelona wegens het ziekbed van Picasso's vader. Op 29 maart schreef Picasso aan Kahnweiler, dat hij al een paar dagen in Barcelona was en 31 maart denkelijk weer terug zou zijn in Céret. Met de voorpagina van 31 maart 1913 van de krant El Diluvio (=De zondvloed) uit Barcelona maakte Picasso de nevenstaande papier collé Gitaar. Half april kwam Max Jacob naar Céret. Op 3 mei ging Picasso overhaast naar Barcelona, daar Picasso's vader op sterven lag. Begin mei woonden Picasso en Eva de begrafenis van Picasso's vader bij, die op 3 mei was overleden. Op 20 juni reisden Picasso en Eva via een onderbreking in Toulouse en Montauban terug naar Parijs. Picasso bleek ziek te zijn en André Salmon maakte dat op 15 juli bekend in Gil Blas. Picasso en Eva verbleven van 9 tot 19 augustus 1913 opnieuw in Céret, maar nu in Casa Peraire. Ook Juan Gris was deze zomer in Céret, waar hij met Picasso over kunstproblemen sprak.
Het Musée d'art moderne de Céret maakt dankbaar gebruik van de vele kunstenaars die Céret bezochten. Hieronder een keuze uit de tentoonstellingen. Het internetadres van het museum is www.musee-ceret.com.
augustus - september 1954 | Pablo Picasso: Tauromachie et œuvres récentes |
augustus - september 1957 | Manolo: Sculptures, aquarelles, dessins |
15 juli - 15 oktober 1958 | Picasso: Céramiques et pâtes blanches |
18 juni - eind september 1968 | Marc Chagall: Œuvres lithographiques |
juli - september 1981 | André Masson: Rétrospective 1918-1977 |
3 juli - eind september 1982 | Pablo Picasso: Dessins de Picasso faits à Céret (1911-1912) |
april - augustus 1982 | Pablo Picasso: Picasso et la tauromachie |
juli - augustus 1983 | Georges Braque: Lithographies |
12 april t/m 15 juni 1990 | Pinkus Krémègne 1890-1990 |
25 juni t/m 20 september 1994 | Auguste Herbin: Rétrospective |
28 juni t/m 14 september 1997 | Pablo Picasso Céret 1911-1913 |
30 oktober 1998 t/m 10 januari 1999 | Pablo Picasso: Céret-Antibes, l'arc méditerrannéen |
24 juni t/m 15 oktober 2000 | Chaïm Soutine: Céret 1919-1922 |
21 juni t/m 14 september 2003 | Raoul Dufy: Du motif à la couleur |
12 juni t/m 19 september 2004 | Pablo Picasso: Peintre d'objets - Objets de peintre |
21 oktober 2006 t/m 18 februari 2007 | Maurice Loutreuil, l'insoumis, 1885-1925 |
16 februari t/m 25 mei 2008 | Marc Chagall: La terre est si lumineuse |
20 juni t/m 31 oktober 2009 | Céret: un siècle de paysages sublimés |