De Peau de l'Ours was een soort beleggingsclub in moderne kunst, die officieel op 24 februari 1904 door 13 personen werd opgericht. De deelnemers waren André Level en zijn broers Emile, Jacques en Maurice Level, Georges Ancey, Robert en Maurice Ellissen, Jules Hunebelle, Félix Marchand, Frédéric Combemale, Jacques, Jean en Edmond Raynal. Emile en Maurice Level en Jacques en Jean Raynal hadden per twee een aandeel. Ieder bracht gedurende 10 jaar 250 francs per jaar in om een van de medeoprichters, André Level, in de gelegenheid te stellen per jaar voor 2.750 francs kunst aan te kopen. De naam was afkomstig van een fabel van La Fontaine over twee vrienden en een beer. (Ook de Nederlandse uitdrukking 'Je moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is' heeft dezelfde strekking.) Afgesproken werd dat na tien jaar de collectie verkocht zou worden, met de verwachting dat men minimaal 3,5% winst zou maken. André Level zou voor zijn inspanningen 20% van de winst ontvangen. De aangekochte werken waren beschikbaar voor de leden van de beleggingsclub om eventueel thuis op te hangen of neer te zetten. Voor de aankoop van de werken was een comité aanwezig, waartoe o.a. Clovis Sagot behoorde. In 1907 bezochten Level en Sagot samen het atelier van Picasso in Le Bateau-Lavoir en zagen daar het schilderij Les Demoiselles d'Avignon.
De eerste aankopen waren Vrouw in blauw van Vuillard, het Portret van Upaupa Schneklud van Gauguin uit 1894 waarvoor 300 francs werd betaald en drie schilderijen van Matisse voor 550 francs: Stilleven met eieren uit 1896, Sneeuwlandschap uit 1899 en Atelier onder het dak uit 1902. Stilleven met eieren werd door Level in juni 1904 uitgeleend aan Matisse voor zijn tentoonstelling bij Ambroise Vollard. Volgens de autobiografie van Berthe Weill en die van André Level werden vele werken via haar galerie aangekocht. Het budget van 1906 werd voor een belangrijk deel besteed aan zes werken van Picasso.
De beleggingsclub had na tien jaar van 54 kunstenaar 88 schilderijen en 56 tekeningen gekocht, o.a van Bernard (2), Bonnard (1), Maurice Denis (2), Maillol (1), Ranson (1), Ker-Xavier Roussel (5), Sérusier (3), Valotton (2), Vuillard (1), Gauguin (1), Vincent van Gogh (1), Pisarro (1), Odilon Redon (5), Signac (1), Henri Matisse (10), Pablo Picasso (12), André Derain (5), Kees van Dongen (1), Raoul Dufy (1), Othon Friesz (3), Dunoyer de Segonzac, Verhoeven, Willette, Henri Manguin (2), Albert Marquet (3), Jean Metzinger (3), Rouault (3), de Vlaminck (1), Utrillo (4), Auguste Herbin, Dufrenoy, Flandrin, Marie Laurencin (3) en Roger de la Fresnaye.
De beleggingsclub kocht o.a. in 1908 Famille de Saltimbanques uit 1905 van Picasso voor 1000 francs en verkocht deze op 2 maart 1914 voor 12.650 francs (inclusief 10% veilingkosten) aan Heinrich Thannhauser. Thannhauser kocht ook het schilderij L'Homme à la houppelande van Picasso voor 1485 francs (inclusief 10% veilingkosten). André Level was in 1908 via Clovis Sagot op de hoogte gesteld van de financiële problemen van Picasso in verband met zijn 'scheiding' van Fernande Olivier. Aangezien de Eerste Wereldoorlog op handen was en van een anti-duitse stemming al sprake was, werd de verkoop van het schilderij aan de Duitser Thannhauser negatief in de kranten beschreven. Dit werd misschien mede veroorzaakt doordat het Louvre de koop misliep.
De beleggingsclub had slechts drie kubistische werken in het bezit, n.l. het hieronder weergegeven Le compotier de fruits van Picasso uit 1908, een kubistisch schilderij van Metzinger en het nevenstaande schilderij (links) Nature morte aux trois anses (=Stilleven met drie handvatten) van de la Fresnaye uit 1912. Van de la Fresnaye had de beleggingsclub ook het vroeg-kubistisch nevenstaande schilderij (rechts) Maisons à la Ferté-sous-Jouarre uit 1911. Op 20 juni 1970 kocht de verzamelaar Pierre Lévy uit Troyes het laatste werk tijdens een veiling bij Hôtel Drouot.
De verkoop onder leiding van veilingmeester Henri Beaudoin vond plaats op 2 maart 1914 vanaf 14 uur in Hôtel Drouot waar twee zalen waren ingericht met 150 tekeningen en schilderijen. Verkocht werd o.a. het nevenstaande (links) schilderij 'Les trois Hollandaises' voor 5.720 francs (inclusief 10% veilingkosten) aan Emile Level, een broer van André Level. Het schilderij was in 1911 samen met Harlekijn op een paard uit 1905 door André Level gekocht van Louis Libaude, die de werken denkelijk bij Sagot had gekocht.
Het nevenstaande (rechts) schilderij fruitschaal uit 1908 werd voor 1.250 francs aan Paul Poiret verkocht. In totaal werden er 12 schilderijen van Picasso verkocht voor een totaalbedrag van 31.301 francs. Dankzij een initiatief van André Level kregen de schilders 20% van de verkoop uitbetaald. Deze droit de suite werd in 1920 in een Franse wet vastgelegd. Als dank kreeg Level van Picasso het papier collé schilderij fles of Bass, wijnglas, tabakszak en visitekaartje uit 1914. Van Matisse werden 14 werken verkocht.
Bonnard | L'Aquarium | 720 francs |
Dufy | Boulevard maritime | 160 francs |
de la Fresnaye | Nature morte aux trois anses | 300 francs |
Derain | Vase de grès | 300 francs |
Derain | Pêches dans une assiette | 215 francs |
Derain | La Chambre | 210 francs |
Dunoyer de Segonzac | La Mare | 800 francs |
Gauguin | Le Violoncelliste | 4000 francs |
van Gogh | Fleurs dans un verre | 4000 francs |
Laurencin | drie werken | 475 francs |
Matisse | Compotier de pommes et oranges | 5000 francs |
Matisse | Feuillages au bord de l'eau | 2000 francs |
Matisse | Les oeufs | 2400 francs |
Matisse | Etude de femme | ? francs |
Matisse | La Mer en Corse | ? francs |
Metzinger | Een kubistisch landschap | 100 francs |
Picasso | Femme et enfants (schets) | 1100 francs |
Picasso | L'Homme à la houppelande | 1350 francs |
Picasso | Les Trois Hollandaises | 5200 francs |
Picasso | Famille de Saltimbanques | 11500 francs |
Vlaminck | Ecluses à Bougival | 170 francs |
Voor de verkoop had André Level een catalogus samengesteld, waarin door hem de ontwikkeling van de verzameling was beschreven. De investering van 27.500 francs bracht 106.250 (incl. veilingkosten: 116.545) francs op, maar verminderd met de kosten, waaronder 3,5% rente, bleef 63.207 francs over, waarvan 20% naar de kunstenaars ging.
Op 15 maart 1914 werd bij Georges Ancey thuis nog een tweede verkoop gehouden van een aantal kwalitatief mindere werken en van het enige niet verkochte schilderij op de veiling, het hoger op de webpagina staande schilderij Stilleven met drie handvatten van Roger de la Fresnaye. De verkoop van 47 werken bracht nog 3.035 francs extra op.
Aan de kunstenaars werd in totaal 12.641,49 francs uitbetaald. Picasso ontving op 4 april 1914 een bankcheque van 3.978,85 francs, Matisse ongeveer 2000 francs.
In zijn postuum uitgegeven memoirs (1959) schreef Level dat hij helaas in 1908 geen werken van Rousseau en Braque had gekocht en slechts drie pré-kubistische werken.