Het wetenschappelijk, orphisch, fysisch en instinctief kubisme.
Deze stroming is geen zuiver kubistische stroming meer, maar een die tussen het kubisme en fauvisme ligt. We zouden het een kubistisch gedisciplineerd fauvisme kunnen noemen, daar er een evenwicht is tussen een heldere emotionele kleur en een eenvoudige vorm, die hoofdzakelijk aan de gezichtswerkelijkheid wordt onttrokken. Guillaume Apollinaire rekent deze onderstroming tot het kubisme wegens de constructieve regels.
Vertegenwoordigers zijn Robert de la Fresnaye, de jonge Henri le Fauconnier, die tijdens de eerste wereldoorlog in Nederland verblijft en zijn invloed laat gelden in de z.g. Bergense School, en August Herbin. De Nederlander Piet Mondriaan kunnen we het beste onder deze stroming thuisbrengen, daar in zijn kubistische werken het onderwerp altijd als grond-patroon blijft bestaan.
Voor deze stroming zijn de onderstaande werken een verduidelijking.
| kunstwerk | kunstenaar | titel | jaar |
![]() | Robert de la Fresnaye | Baders | 1912 |
![]() | August Herbin | Vue d'un village sur une colline | 1911 |
![]() | Piet Mondriaan | Figuurstudie | 1911 |
Apollinaire noemt in zijn op 17 maart 1913 verschenen boek Méditations esthétiques. Les Peintres Cubistes ook de schilders Jean Marchand en Paul Véra vertegenwoordigers van het fysisch kubisme.
Apollinaire noemt in een aanvullende 'note' in Méditations esthétiques. Les Peintres Cubistes: Canudo, Jacques Nayral, André Salmon, Joseph Granié, Maurice Raynal, Marc Brésil, Alexandre Mercereau, Pierre Reverdy, André Tudesq (1883-1925), André Warnod, Roger Allard, Olivier Hourcade en zichzelf verdedigers van het fysisch kubisme.
