Het wetenschappelijk, orphisch, fysisch en instinctief kubisme.
De schilder komt bij deze stroming tot een nieuwe werkelijkheid door het willekeurig samenvoegen van de in stukken gebroken drie-dimensionale realiteit, die hij een eigen realiteit geeft. De samenvoeging van de stereometrische vormen en het gebruiken van fauvistische kleur, die zo goed als gelijkwaardig met de vorm wordt gezien, geeft het schilderij iets betoverende en mysterieus.
Vertegenwoordigers van deze stroming zijn o.a. Fernand Léger met zijn werken die hoofdzakelijk uit cilinders bestaan, Robert Delauney, Marcel Duchamp en Francis Picabia. Apollinaire noemt in zijn op 17 maart 1913 verschenen boek Méditations esthétiques. Les Peintres Cubistes ook de schilders Pierre Dumont en Henry Valensi toekomstige vertegenwoordigers van het orphisch kubisme.
Als voorbeeld voor deze stroming dient het hiernaast staande schilderij Soleil, Lune. Simultané 2 van Robert Delauney uit 1913.
Bij het orphische kubisme is nog sprake van 'herkenbare' vormen. Een volgende stap naar abstract werk is het loslaten van de werkelijkheidselementen. We kunnen dan spreken van orphisme. De kleur en de vorm spelen dan de hoofdrol. Apollinaire noemt deze stroming een parallelle zuivere richting van het kubisme.
Apollinaire noemt in een aanvullende 'note' in Méditations esthétiques. Les Peintres Cubistes Max Goth en zichzelf verdedigers van het orphisch kubisme. Max Goth was het schrijverspseudoniem van Maximilien Gauthier (1893-1977).
