1905 ------------ 1910 ------------ 1912 ------------ 1914 ------------ 1920 ------------
Perioden: Pré-kubistische periodeAnalytische periode Synthetische periodeAnalytische-synthetische periodeNeo-Kubisme

De Synthetische periode.

Troefaas van George Braque

In 1911 schildert Pablo Picasso voor het eerst woorden in een schilderij. Later ontstaan vanaf augustus 1912 de 'papiers collés', die gemaakt worden met behulp van materiaal uit de werkelijkheid. Deze materialen: behang, stukken krant, stoffen, speelkaarten, etiketten, soms zelfs zand en glas brengen door hun stoffelijke struktuur, die vreemd is aan de schilderkunst, het werk weer van uit de zuiver geestelijke speculatie terug naar de wereld der allerdaagse werkelijkheid. Meer als een experimenteren en het los breken uit een dreigende verstarring is het gebruik van 'papiers collés' bij de kubisten niet geworden.

De kubisten komen door het 'simultané' en de 'papiers collés' steeds dichter tot het vlak, daar de plastische vormen plaatsmaken voor vlakke vormen.

In 1911 wordt in zaal 41 van de Salon des Indépendants een tentoonstelling gehouden van werken van Jean Metzinger, Henri le Fauconnier, Robert Delaunay, Albert Gleizes en Fernand Léger. In de kranten wordt heftig tegen deze kunstuitingen gereageerd, waardoor de aandacht er nog meer opgevestigd wordt. Het gevolg is, dat op deze en de volgende expositie in de Salon d'Automne' een geweldige toeloop is. Ook in andere landen is men nieuwsgierig naar deze door de Parijse krantenpers gekraakte kunst en er komen uitnodigingen om te exposeren uit Duitsland, Rusland, België, Zwitserland, Nederland en Oostenrijk-Hongarije.

Behalve de kranten zijn er ook een aantal boeken geschreven. Belangrijke schrijvers zijn Guillaume Apollinaire met zijn in 1911 en 1912 geschreven maar pas in 1913 uitgekomen boek: Les Peintres Cubistes en de kubisten Albert Gleizes en Jean Metzinger met hun boek: Du Cubisme uit het jaar 1912. Uit de kring rond Picasso en Braque was het vooral André Salmon die in 1912 met het hoofdstuk Histoire anecdotique du cubisme in zijn boek La jeune peinture française zijn persoonlijke ervaring met het kubisme beschreef. Daarnaast wordt de pen ook gehanteerd door andere kubisten, o.a Delaunay, Léger, Ozenfant.

In de Salon d'Automne van 1911 worden ook werken getoond van André Lhote, Marcel Duchamp, Roger de la Fresnayes en Jacques Villon. Daarbuiten doet ook de Spanjaard Juan Gris van zich spreken. In de winter van 1912 vindt er weer een expositie plaats: Section d'Or, waar de beste krachten bij elkaar worden gebracht.

Korte tijd hierna (1913) verschijnt het boek van Appollinaire over het kubisme, dat een ordening brengt in de verwarde situatie, want sinds 1911 zijn er al zoveel kranten- en tijdschriftartikelen aan het kubisme gewijd, dat men bijna niet meer weet, wat men er eigenlijk van moet denken.

Behalve de al genoemde kubisten komen ook nog de Nederlander Piet Mondriaan, die zich in 1912 bij de 'Groupe de Pateaux' aansluit, Amédée Ozenfant en de Pool Louis Marcoussis voor deze naam in aanmerking.

Portret van een jong meisje, 1914

In de loop van de jaren werden de 'collages' kleurrijker mede door het opnemen van bedrukte stoffen. Een voorbeeld is het hiernaaststaande schilderij Portret van een jong meisje van Picasso uit 1914. Ook verschijnen op de schilderijen letters. Picasso gebruikt ook Russische letters. Volgens Kahnweiler had Picasso die gezien op de posters, die als pakpapier waren gebruikt om zijn in Moskou tentoongestelde werken beschermd terug te sturen naar Parijs. Een andere bron zegt dat Picasso het russische alfabet had geleerd van de Rus Serge Férat.

De synthetische periode gaat langzaam over in de volgende periode:de analytische-synthetische periode.

Laatste wijziging: 120511