| 19 | 05 ------------ 19 | 10 ------------ 19 | 12 ------------ 19 | 14 ------------ 19 | 20 ------------ |
| Perioden: |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
De groep die exposeert op de Salon d'Automne van 1910, Albert Gleizes, Jean Metzinger en Le Fauconnier wordt uitgebreid met Jacques Villon, Roger de la Fresnaye, Frenand Léger, Francis Picabia en Frank Kupka. Deze tweede groep wordt Groupe de Puteaux genoemd in verband met de plaats van samenkomst om onderscheid te maken met de Groupe de Bateau-Lavoir. In Puteaux wonen de broers Duchamp, die Kupka als buurman hebben. In 1912 sluit zich Piet Mondriaan bij deze groep aan en verandert hij zijn naam in Piet Mondrian. Behalve bij de gebroeders Duchamp komen de kunstenaars op dinsdagavond bijeen in de Closerie des Lilas, een beroemd oud Montparnasse café. De uitgever van het sinds 1905 bestaande literaire tijdschrift Vers et Prose, Paul Fort (1872-1960), is het middelpunt van een groot aantal dichters, schrijvers en schilders, waaronder de hierboven genoemde kubistische groep. Hier bespreken zij de radicale innovatie van Picasso en Braque. Het schilderij is niet meer het venster op de werkelijkheid, maar een object in zichzelf.
Rond 1910 voltrekt zich, na een vijftig tot zestig jarige voorbereiding, een grote verandering in de West-Europesche schilderkunst, die praktisch gelijktijdig zich voltrekt in de drie kunstcentra: Frankrijk, Italië en Duitsland.
In Frankrijk breekt het kubisme volledig in de openbaarheid door. Maar dit is niet zo belangrijk als wel de overschakeling in het kubisme van het drie-dimensionale naar het twee-dimensionale. Het vlak wordt niet meer als schijnruimte, maar als vlak gezien. Men breekt dus met de perspectiefleer, wat inhoudt dat men uit één punt, de plaats waaruit men het object beziet, steeds maar één aspect van het object kan zien.
Picasso en Braque lossen dit op door gelijktijdig het object uit meerdere punten te bekijken, waardoor ze dus meerdere aspecten van het object zien. Hun schilderijen uit deze periode bestaan dus uit een overzicht, een verzameling van de verschillende aspecten van een object. Het is een analyse van het object. Ze vatten de krachtigste visuele herinneringsbeelden van het object samen en leggen deze vast.
Karakteristiek voor het begin van deze periode is het nevenstaande schilderij van Picasso 'Vrouw met mandoline'. De vrouw is geanalyseerd tot verschillende aspecten. Deze weergave van een object het z.g. simultané is voor ons zeer vreemd, vooral in de latere werken, omdat wij in ons dagelijks leven van een object altijd maar één aspect tegelijk zien, terwijl dit soort schilderijen ons gelijktijdig (simultané) de boven-, de onder-, de voor-, de achter-, en de zijkant laten zien. Om dit soort schilderijen te begrijpen moeten we niet proberen alle stukjes weer op de juiste plaats te duwen, maar we de moeten deze door de schilder opgeroepen 'andere wereld' aanvaarden. De verschillende stukjes werkelijkheid zijn door de kubist naar eigen inzicht op een bepaalde plaats geschilderd. De stukjes realiteit zijn los gemaakt van hun eigenlijke functie en een beeldend middel, een compositie-element geworden.
Daar een landschap zeer moeilijk vanuit vele aspecten bekeken kan worden, komen er maar zeer weinig landschappen voor. Wat wel zeer goed te gebruiken is, is het menselijk lichaam of gedeelten daarvan, maar we moeten wel bedenken, dat de kubist geen portret maar een schilderij wil maken. Zo moeten we ook het nevenstaande schilderij De Portugees (=Le Portugais) van Braque interpreteren. In vergelijking met de 'Vrouw met mandoline' van Picasso zien we dat de analytische vormontleding steeds verder gaat. In De Portugees kwam voor het eerst een woord, n.l. BAL, in een schilderij voor. Losse letters waren in 1910 al bij Braque in het schilderij Le Pyrogène et 'Le Quotidien' aanwezig.
In de afgelopen jaren hebben Braque en Picasso zo nauw samengewerkt dat hun schilderijen moeilijk te onderscheiden zijn. Ze liepen elkaars ateliers in en uit, spraken uitgebreid over de technische problemen en gingen zelfs enkele jaren samen op vakantie. Zij brachten de zomer van 1911 gezamenlijk door in Céret en die van 1912 eerst in Céret en daarna in Sorgues. Door deze samenwerking gingen de schilderijen steeds meer op elkaar lijken. De nevenstaande schilderijen, links Braques Man met gitaar en rechts Picasso's Accordeonspeler beide uit 1911 zijn tekenend voor de samenwerking.
Door het gelijktijdig schilderen van meerdere aspecten is de diepte werking bijna verdwenen. Door kleurwerking is er nog een dichterbij of verderaf. Maar met dit al verliest deze steeds verder doorgevoerde analytische methode het kontakt met de werkelijkheid. Om het kontakt met de werkelijkheid te houden gaan Picasso en Braque in 1912 over tot de z.g. 'papiers collés' en begint de synthetische periode.
